*

 

Olie is er nog volop, zegt Shell-topman

Van onze verslaggever Xander van Uffelen − 22/12/07, 02:48

Terwijl de olieprijs de grens van 100 dollar nadert, de roep om investeringen in duurzame energie steeds groter wordt en het immer optimistische Internationaal Energie Agentschap waarschuwt voor nijpende olietekorten, voorziet Shell-topman Jeroen van der Veer nog lang geen einde aan het olietijdperk....

Zo, die zit. De olie is nog niet op. Maar daarmee is nog niet gezegd dat energiebedrijven als Shell in een handomdraai extra olie uit de grond weten te halen. ‘Investeren in oliewinning is moeilijk’, zegt Van der Veer. ‘Mijn werk voelt alsof je een roltrap oprent, die razendsnel naar beneden ratelt. Doordat bestaande velden leeg raken, moet je je flink inspannen om op hetzelfde treetje van olieproductie te blijven. Maar het is nog zwaarder als je de trap omhoog wilt klimmen en meer olie wilt produceren.’

Drie cruciale factoren bepalen hoeveel olie en gas Shell de komende tientallen jaren uit de grond gaat halen: de kosten van olieprojecten, de belastingregimes in een land en de milieukosten. Op al die punten zijn het heftige jaren.

Van der Veer, die in de groepsdirectie van Shell kwam toen een vat olie eind jaren negentig amper 10 dollar kostte, weet dat een investering ook geld moet opleveren bij goedkope olie. ‘We willen weten of bij lage prijzen voldoende geld binnenkomt, en ook of we profiteren van de hoge prijzen.’

Rekening houden met alle scenario’s is noodzakelijk want niemand weet hoe de prijs zich gaat ontwikkelen. ‘Wij zijn geen industriegoeroes en we lezen ook dat het Internationaal Energie Agentschap krapte voorziet. De grootste onzekerheid is hoe afnemers van olie op de hoge prijzen reageren. Automobilisten gaan niet minder benzine tanken, maar kopen uiteindelijk een energiezuiniger auto. Met gas idem dito. De thermostaat gaat niet lager, maar er komt een moment dat een bewoner zijn huis gaat isoleren. De vraag reageert op hoge prijzen, alleen gaat het met vertraging. Daarbij moet je bedenken dat in India door subsidies van de overheid de energieprijzen nog niet zijn gestegen en in China pas mondjesmaat. De effecten sijpelen pas langzaam door.’

Ook de aanbieders van olie en gas reageren – noodgedwongen – met vertraging, zegt Van der Veer. ‘Er is echt geen tekort aan olie. Er is hoogstens een tekort aan makkelijk winbare olie.’ Investeren kost tijd. ‘Toen wij in 2004 (nadat Shell bekendmaakte dat de bewezen oliereserves te rooskleurig waren vastgesteld, red.) onze investeringen verhoogden, was er nog alom twijfel of investeren in oliewinning wel goed was. Nu hoor je daar niemand meer over en investeert iedereen. Ook Saoedi-Arabië steekt, in tegenstelling tot wat wel eens wordt beweerd, veel geld in oliewinning.’

‘Een bedrijf moet zijn investeringen wel kunnen behappen. Wij investeren jaarlijks ongeveer 20 à 30 miljard dollar en hebben 20 procent van onze balans in projecten gestoken die nog in aanbouw zijn. Veel harder kan je niet lopen. Daar komt bij dat de kosten van staal, koper en menskracht gigantisch zijn gestegen. Projectkosten zijn inmiddels 65 procent hoger dan begin 2005.’

Ook overheden willen tegenwoordig een groter deel van de winst opstrijken. ‘Als de olieprijs stijgt, zie je de behoefte bij overheden toenemen om meer belasting te innen. Dat is een nieuwe realiteit die we niet automatisch willen accepteren.’

In de onderhandelingen over belastingen gaat het er soms hard aan toe. Dat ondervond Shell vorig jaar op het Russische eiland Sachalin. De overheid legde een miljardenproject van Shell bijna stil om nieuwe onderhandelingen af te dwingen. ‘Dat waren lastige gesprekken. We moesten het project stabiliseren want je kunt niet zitten met een onzeker project van 20 miljard dollar. Na de reserve-affaire uit 2004 dacht ik alles te hebben gehad, maar de onderhandelingen met Sachalin waren continu wereldnieuws. Het zag er aanvankelijk ook stroef uit.’

Inmiddels zijn de betrekkingen tot rust gekomen en heeft Shell nieuwe overeenkomsten in Rusland kunnen tekenen. ‘Neveneffecten’, noemt van der Veer dat. ‘Het zijn nog maar overeenkomsten op papier, maar dat had niet tot stand kunnen komen als we in dezelfde spanning hadden gezeten als een jaar geleden.’ Pas sprak Van der Veer met president Poetin en dat was ‘een heel ander gesprek’ dan hij wel eens eerder gevoerd heeft.

Niet alleen in Rusland, maar ook in landen als Nigeria, Canada en Groot-Brittannië zijn belastingen veranderd of zijn andere tarieven in voorbereiding. ‘Waar het om gaat, is of beide partijen uit een nieuwe overeenkomt voordeel kunnen behalen. Twee jaar geleden hebben we een overeenkomst gesloten met Oman. Onze aflopende contracten hebben we verlengd tot 2040. De overheid krijgt daarbij meer belastinginkomsten en de belofte dat we langdurige investeringen doen voor extra winning, voor Shell is er investeringszekerheid. Dat is een contract waar we apetrots op zijn, maar waar je niemand over hoort.’

Aan het publiek is het soms nauwelijks uit te leggen dat Shell kwetsbaar wordt als de belastingen fors omhoog gaan. Als elk kwartaal de miljarden binnenstromen, wordt geregeld gesuggereerd om de woekerwinsten af te romen. ‘Let wel, we investeren elk jaar ongeveer evenveel als onze winsten. Als door hoge belastingen er minder winst overblijft, zal Shell ook minder kunnen investeren. Het gevolg is dat schaarste aan olie sneller zal optreden.’

Tegenwoordig moeten oliebedrijven nog meer dan vroeger rekening houden met milieukosten. Vooral de kosten van de uitstoot van het broeikasgas CO2, dat wordt gezien als veroorzaker van de temperatuurstijging op aarde, wegen zwaar mee. ‘Al sinds eind jaren negentig houden we er bij projecten rekening mee dat we een boete moeten betalen voor de uitstoot van CO2. Een project kan alleen beginnen als deze boete te betalen is of als de kosten voor bijvoorbeeld CO2-opslag zijn te dragen.’

Shell steekt veel geld in lastig winbare olie uit Canadese zandgronden. ‘Bij deze onconventionele olie komt verhoudingsgewijs meer CO2 vrij. Dus als je meer moeilijk winbare voorraden aanspreekt en de kosten voor CO2 meerekent, ben je duurder uit.’

In Europa moeten oliebedrijven al betalen voor CO2-uitstoot, maar of de rest van de wereld gaat volgen, hangt af van afspraken. Afgelopen weekeinde ging de Verenigde Staten pas na lang aandringen op de klimaatconferentie in Bali akkoord met het voornemen om de CO2-uitstoot terug te dringen. ‘Vooraf zeiden we dat Bali alleen een succes is als de VS, India en China meedoen met afspraken. Dat lijkt te zijn gelukt en dat is dus een positieve ontwikkeling.’

Als voorzitter van een groep van 46 grote industriële bedrijven is Van der Veer sinds november hard aan de slag om na te denken hoe de Europese Unie de CO2-uitstoot kan verlagen. ‘Het bedrijfsleven moet zich niet bemoeien met de vraag hoeveel de temperatuur gaat stijgen, maar dient wel mee te denken hoe de CO2 kan worden teruggebracht.’ Van der Veer pleit voor consistentie. ‘Als alle landen dezelfde eisen hanteren voor automotoren, zal de industrie sneller innoveren.’ Nog een voorbeeld: ‘Bij biobrandstof is er gekozen voor een percentage biobrandstof in de benzine. Wij vinden het beter om de CO2-uitstoot in de keten van olieput tot autowiel als uitgangspunt te nemen.’

Als de overheid duidelijkheid heeft geschapen, zal Shell voor de CO2-uitstoot betalen, of bijvoorbeeld tegen betaling de CO2 onder de grond opslaan. De politiek moet niet te hooggespannen verwachtingen hebben, waarschuwt Van der Veer. ‘De techniek om CO2 op te slaan is er wel, maar wordt nog nergens ter wereld grootschalig toegepast. Het is prima om de doelstelling te hebben rond 2020 de CO2-uitstoot met 20 procent te reduceren, maar de politiek moet die doelstelling ook kunnen invullen om geloofwaardig te blijven.’

Shell krijgt geregeld kritiek dat het te weinig zou investeren in duurzame energie en wel miljarden in oliewinning steekt. ‘Ook dat is moeilijk uit te leggen. Het gaat bij de ontwikkeling van duurzame energie niet om grote geldbedragen, maar om de juiste brains om duurzame energie goedkoper te maken. Zelfs bij hoge prijzen zijn duurzame bronnen nog veel duurder dan fossiele brandstoffen.

‘Zonne-energie en biobrandstof zijn nog in ontwikkeling. We mikken bij biobrandstof op de tweede generatie die geen effect heeft op de voedselketen. Deze ontwikkelingen kosten tijd en zullen ook op middellange termijn de olie nog niet kunnen vervangen.’

mailIcon print |