De dollar heeft een nieuwe tik gekregen door opmerkingen van een Chinese beambte dat ‘China gaat investeren in sterkere valuta’ om meer balans te brengen in de buitenlandse reserves van Peking....
China heeft 1400 miljard dollar in bezit en beschikt daarmee over de grootste dollarreserves ter wereld. Dit heeft het land te danken aan de sterke Chinese exportprestaties en de toestroom van grote buitenlandse investeringen naar China zelf. Ieder signaal uit Peking dat het misschien minder dollars wil aanhouden ligt zeer gevoelig, nu de Amerikaanse munt al verzwakt is. Het ondermijnt niet alleen de dollar, maar ook de waarde van Pekings buitenlandse reserves.
De official die zich uitsprak voor meer inkoop van sterke valuta is Cheng Siwei, vice-voorzitter van het Nationale Volkscongres, China’s een-partij-variant van het parlement. Hij praat wel vaker over internationale monetaire zaken, maar is niet de man die in Peking bepaalt of er koerswijzigingen komen in het beleid ten aanzien van de buitenlandse reserves.
Ongenoegen
De opmerkingen van Cheng zijn een signaal van groeiend ongenoegen in de Chinese politiek over de afkalvende dollar. De financiële beleidsmakers in Peking zien zich echter geconfronteerd met een fors dilemma: elke keer als zij de buitenwereld iets laten merken van hun zorg over de dalende waarde van de Chinese dollarreserves, worden die reserves weer minder waard –en dat is nu precies wat Peking wil vermijden.
‘We zullen de voorkeur geven aan sterkere valuta, en we zullen op die manier aanpassingen aanbrengen’, verklaarde Cheng woensdag op een conferentie in Peking. Hij voegde er later desgevraagd aan toe dat dat niet automatisch betekent dat China meer euro’s gaat kopen.
Chinese investeerders verminderden hun bezit van Amerikaanse staatsobligaties eerder dit jaar al met 5 procent tot zo’n 400 miljard dollar.
De Chinese munt -yuan of ook wel renminbi geheten- gaat intussen verder met zijn waardestijging ten opzichte van de dollar. De koers was woensdag 7.44 renminbi voor een dollar, een opwaardering van 11 procent sinds medio 2005, toen de monetaire autoriteiten in de hoofdstad Peking voor het eerst een beperkte koersflexibiliteit toelieten.
De VS en ook Europa dringen er al geruime tijd bij China op aan de waarde van de munt sneller te laten stijgen. Chinese export wordt dan minder goedkoop, zodat het grote handelsoverschot dat China heeft met de rest van de wereld wat terugloopt, terwijl Chinezen met een sterkere munt minder hoeven te betalen voor olie en andere producten uit het buitenland.
Maar Peking heeft al meermalen laten weten dat het zelf het tempo bepaalt. De munt moet op een ‘redelijk en stabiel’ niveau blijven, terwijl de koers geleidelijk flexibeler wordt gemaakt, herhaalde Li Dongrong, vice-directeur van het Staatsbestuur voor Wisselkoersen woensdag.
Meer ruimte
Hij pleitte er wel voor om meer marktwerking toe te staan bij het bepalen van de Chinese rentetarieven, en voor meer ruimte voor Chinese investeerders en beleggers om hun geld in het buitenland te beleggen. Die kunnen nu nog nauwelijks over de grens beleggen, wat een ongekende opwaartse druk op de koersen van aandelen op de lokale beurzen van Shanghai en Shenzhen tot gevolg heeft.
Peking kondigde onlangs wel aan dat beleggers binnenkort ook naar de beurs in Hongkong moeten kunnen, maar de regering lijkt nu toch weer te aarzelen. Peking is bang dat te veel speelruimte voor Chinese beleggers in het buitenland tot een kapitaalvlucht kan leiden op het moment dat er een eind komt aan de hausse op de Chinese beurzen. De lokale beurzen zijn nu ook een handzame cash cow voor Chinese bedrijven –vaak staatsbedrijven- die er de laatste tijd tientallen miljarden ophalen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.