*

 

Spaarloon nekte regeling levensloop

Van onze verslaggever Frank van Alphen − 30/07/07, 07:26

Loon apart zetten voor zorg- of studieverlof is niet populair. Ondanks de peptalk van het ministerie van Sociale Zaken, banken en werkgevers doet maar een op de twintig werknemers mee aan de levensloopregeling....

Lans Bovenberg, hoogleraar economie in Tilburg en directeur van het onderzoeksinstituut Netspar, is de geestelijke vader van de levensloopregeling. Hij wil de voordelen van de spaarloonregeling inbouwen in de levensloopregeling. Alleen dan kan de levensloopregeling een spaarpot worden die in tijden van inkomensderving soelaas biedt. Dat schrijft Bovenberg samen met Peter Conneman, human resource consultant bij Mercer, in het Weekblad voor Fiscaal Recht. CDA’er Bovenberg is een van de bedenkers van de levensloopregeling. Bovenberg en Conneman vinden dat de levensloopregeling een spaarpot moet worden die kan worden aangesproken zodra het inkomen daalt, bijvoorbeeld door verlof, werkloosheid of ziekte.

De levensloopregeling – sparen voor verlof – is vorig jaar ingevoerd. De belangstelling is gering. Ondanks de inspanningen van banken, verzekeraars en werkgevers stort slechts 5 procent van de werknemers geld op deze regeling.

Bovenberg en Conneman zien hun voorstellen als een uitwerking van plannen van het kabinet. Balkenende IV wil de levensloopregeling uitbreiden en toestaan dat het gespaarde geld niet alleen wordt gebruikt voor studie- of zorgverlof. Ook het opzetten van een eigen bedrijf of het opvangen van inkomensverlies tussen twee banen moeten spaardoelen zijn.

‘Zolang de levensloopregeling moet concurreren met de spaarloonregeling zal de levensloopregeling niet populair worden’, zegt Bovenberg. Tweederde van de werkenden doet mee aan de spaarloonregeling. ‘Werknemers moeten nu kiezen tussen een korte termijn belastingvoordeeltje en een regeling voor de lange termijn. Dat valt bijna altijd uit in het nadeel van de laatste.’

Als oplossing pleiten Bovenberg en Conneman voor integratie van beide regelingen. Het blijft dan mogelijk circa 600 euro per jaar te sparen zonder daar belasting over te betalen. Dat bedrag mag dan, net als nu, na vier jaar worden opgenomen.

Volgens Conneman was de eerste variant van de levensloopregeling zo schraal omdat het een politiek compromis was. ‘De VVD stond erop dat de spaarloonregeling bleef bestaan. Bovendien is de regeling destijds verkocht als een vervanger van het prepensioen. Dat is slechts één facet. Nu moeten de kinderziektes eruit en kunnen we een volgende stap maken. De levensloopregeling staat nu politiek gezien onder een gunstiger gesternte.’

Groot nadeel van de huidige regeling is de werknemer erg afhankelijk is van de luimen van de werkgever. Als die het verlof niet toestaat, heeft de werknemer leuk gespaard, maar hij kan niet bij zijn geld.

‘Het geld moet ook kunnen worden opgenomen als iemand werkloos of arbeidsongeschikt is. Dan is het nodig om een uitkering aan te vullen’, zegt Conneman. Volgens Bovenberg zijn de vakbonden ook aan dit idee gewend. ‘Ze krijgen vragen van leden die zeggen dat ze niet bij hun geld kunnen op het moment dat ze het nodig hebben.’

Volgens de auteurs kunnen de levensloopregeling en de spaarloonregeling volgend jaar al worden samengevoegd. ‘Dan kan de regeling de jaren daarna verder worden opgetuigd. Verder moet de regeling worden opengesteld voor zelfstandigen’, aldus Conneman.

Geld opgepot in de levensloopregeling moet ook nadat de werknemer 65 jaar is geworden, kunnen worden ingezet. De huidige regeling zet een streep bij 65 jaar. ‘Op den duur kan ook de lijfrenteregeling worden opgenomen. Dan ontstaat één spaarregeling voor inkomensderving voor en na je 65ste’, zegt Bovenberg.

Hoeveel de gemiddelde werknemer moet gaan sparen, kunnen Bovenberg en Conneman niet zeggen. Bij de huidige regeling mogen werknemers maximaal 12 procent van hun inkomen opzij zetten. ‘Per sector moet worden gekeken naar een standaardpercentage. De ervaring leert dat veel mensen dan kiezen voor het voorbeeldpercentage.’

Rest de vraag of de uitgebreide levensloopregeling geen staaltje van CDA-betutteling is. Werknemers kunnen toch zelf bij de bank sparen en een plukje vakantiedagen achter de hand houden voor onverwachte noodgevallen? ‘Natuurlijk zijn er mensen die voor zichzelf kunnen zorgen’, zegt Bovenberg. ‘Wie een paar ton verdient, heeft geen levensloopregeling nodig. Maar voor de meeste werknemers biedt deze regeling extra zekerheid in een tijd waarin steeds meer flexibiliteit wordt gevraagd.’

mailIcon print |