Het internet heeft een nieuwe meetlat. En als Google daar langs wordt gelegd, is de zoekmachine niet langer de populairste bestemming van de Amerikaanse internetters, ondanks de 110,2 miljoen bezoekers in mei van dit jaar – 2,6 miljoen meer dan de nummer 2, concurrent Yahoo, en 14,3 miljoen meer...
De opmerkelijke herschikking is het gevolg van een nieuwe meetmethode van Nielsen Netratings, de belangrijkste leverancier van bezoekersstatistieken aan websites en hun adverteerders in de Verenigde Staten. Het Amerikaanse bedrijf baseert zijn rangschikking voortaan op de tijd die een internetter op een website doorbrengt in plaats van het aantal pagina’s dat hij bekijkt.
Het afscheid van de page view als maatstaf is het gevolg van de nieuwe technieken die websites gebruiken om bezoekers vast te houden. Daarbij wordt de inhoud van een webpagina ververst, zonder dat de bezoeker de pagina opnieuw hoeft aan te klikken om die te ‘verversen’. Ook doet de nieuwe meetlat meer recht aan websites als de ‘beeldendeler’ YouTube, waar bezoekers misschien maar een handvol pagina’s aanklikt, maar wel uren naar videobeelden zit te staren. MSN stijgt ook in de statistieken, omdat veel jongeren de hele dag door met elkaar communiceren via Messenger, de chatsoftware van Microsofts netwerk.
‘Het is niet zo dat het aantal bekeken pagina’s er nu opeens niet meer toe doet’, zegt de marketing directeur van Nielsen Netratings, ‘maar het totale aantal minuten is een nauwkeurigere maatstaf om twee websites met elkaar te vergelijken.’ Bij het sociale netwerk MySpace bijvoorbeeld klikken internetters tien tot elf keer meer pagina’s aan dan op YouTube, maar ze spenderen er maar drie keer zo veel minuten op. Met de nieuwe peilstok kunnen bedrijven hun advertenties beter afstemmen op het gebruik van een website.
In Nederland leggen adverteerders hun oor te luisteren bij de Stichting Internetreclame (STIR) die de populariteit van websites meet. Projectcoördinator Peter R. Wiegman verbaast zich over de ophef die wordt gemaakt over Nielsens ommezwaai. ‘Het aantal minuten dat naar een webpagina wordt gekeken, is ook geen zaligmakende maatstaf. Ik heb op mijn computer vier schermen in mijn webbrowser open staan. Maar daar kijk ik niet de hele tijd naar. Zeker niet als ik zo de deur uitga om een broodje te eten.’
De kijk- en luistertijd is wel relevant voor televisie- en radio, denkt Wiegman. Het meten van webbezoek is ingewikkeld. ‘Je moet niet de illusie hebben dat je er met één enkele methode bent.’ De STIR heeft eind vorig jaar wel zijn onderzoeksmethode aangepast zodat de websites die de nieuwe technologieën omarmen, beter tot hun recht komen in de statistieken. De stichting meet nu het aantal bezoeken, in plaats van alleen het aantal aangeklikte webpagina’s. De statistieken worden continu aangescherpt.
Volgens de bezoekcijfers van STIR was Marktplaats in mei de populairste webstek van Nederland: 38 procent van de internetpopulatie bracht een bezoekje aan de virtuele rommelzolder. Startpagina volgde met 37,7 procent op de voet, de Telefoongids online werd door 24,8 procent van de internetters geraadpleegd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.