*

 

Starterslening is funest voor starter van morgen

Merijn Rengers, Xander van Uffelen − 19/01/07, 02:46

Er is iets raars aan de hand met de starterslening. Het ministerie van VROM en het gros van de Nederlandse gemeenten zijn wildenthousiast over de financiële steun aan beginners op de woningmarkt....

Startersleningen worden verstrekt door gemeenten, en uiteindelijk betaald door VROM. De eisen verschillen per geval, maar de grote lijnen zijn simpel. Jongeren die voor het eerst een huis willen kopen, maar niet genoeg verdienen om de hypotheek te krijgen, komen hiervoor in aanmerking.

Het is de bedoeling dat de komende jaren zo veel mogelijk starters een steuntje in de rug krijgen in de vorm van een starterslening van enkele tienduizenden euro’s. Nu is dat niet het geval: niet alle gemeenten doen mee, en het aantal beschikbare leningen is beperkt.

Kenners van de markt, zoals de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en de Vereniging Eigen Huis, zien niets in de gesubsidieerde leningen en andere trucs die starters in staat stellen een (duurder) huis te kopen.

Hun redenering is even simpel als logisch: als er meer geld beschikbaar komt voor starters, terwijl het aantal beschikbare woningen niet groeit, zullen de prijzen van de woningen net zo snel stijgen als het bedrag dat de overheid bijpast.

Met andere woorden: de overheid wakkert door het verstrekken van startersleningen de inflatie op de woningmarkt aan en verergert daarmee de problemen voor toekomstige generaties starters. Die zien de huizenprijzen stijgen, en moeten nog maar zien of startersleningen of andere subsidies in de toekomst nog bestaan.

Tot verbazing van Hein Blocks, de doorgaans effectief lobbyende directeur van de NVB, heeft niemand bij de overheid interesse in zijn standpunt over leningen voor huizenkopers. Integendeel. In een paar jaar tijd hebben honderd gemeenten de regeling voor jonge woningkopers omarmd, en nog eens honderd gemeenten staan op de wachtlijst bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVN), dat de leningen coördineert.

Woningkopers hebben evenmin een boodschap aan de waarschuwende woorden van Blocks. Het aantal aanvragen voor de starterslening is tussen 2003 en 2006 gestegen van 100 naar 650. Dankzij een subsidie van 40 miljoen van het ministerie van VROM heeft het SVN voldoende in kas om de komende jaren nog tienduizend startersleningen van elk 35 duizend euro te financieren.

Daar blijft het niet bij. Het SVN heeft een verdubbeling van het bedrag aangevraagd bij VROM, de Nationale Hypotheek Garantie heeft belangstelling en ook bij de kabinetsformatie komt het onderwerp ter sprake. De PvdA wil de opbrengsten van mogelijke besparingen op de hypotheekrenteaftrek gebruiken om starters op de woningmarkt te ondersteunen.

Door de belangstelling uit ambtelijke hoek is het tegenargument van oudere huizenbezitters – starters stellen te hoge eisen op de woningmarkt en moeten niet om subsidie zeuren als ze niet meteen in een twee-onder-eenkapper terecht kunnen – achterhaald. De ambtelijke trein van de startersleningen staat goed op de rails en dendert dus voort, leert de ervaring met subsidieregels.

De structurele oplossing voor de problemen van starters op de woningmarkt, beseffen betrokkenen, is bijbouwen. Maar dat kost tijd, moeite, geld en stroperige onderhandelingen met projectontwikkelaars. De starterslening daarentegen is simpel op te tuigen, en leidt op korte termijn tot blije wethouders, die het gevoel hebben dat ze iets doen voor de inwoners van hun gemeente, en tot blije woningbezitters en opgeluchte ouders die hun kroost ten langen leste het ouderlijk huis zien verlaten.

mailIcon print |