*

 

‘We hadden koploper kunnen zijn’

Van onze verslaggever Geert Dekker − 06/09/06, 02:46

‘Met het plotseling afschaffen van de subsidies voor energie uit duurzame bronnen, toont de overheid zich een onbetrouwbare partner.’ De bestuursvoorzitter van de Rabobank maakt zich boos....

‘We hadden koploper kunnen zijn, maar we bungelen achteraan met een zielige 6 procent.’

Schamperend becommentarieerde topman Bert Heemskerk van de Rabobank dinsdag een staatje van het aandeel duurzame energie in de totale elektriciteitsproductie in Europese landen. Nederland is hekkensluiter. Terwijl het bedrijfsleven meer dan genoeg vernieuwend vermogen aan de dag legt en terwijl de markt de ene na de andere vondst verwelkomt, laat de Nederlandse overheid het afweten door zomaar subsidies af te schaffen.

‘Eerst de zonnepanelen, in 2003, toen de subsidie op windparken in 2005, en nu dan de afschaffing van de MEP, de subsidie voor het opwekken van groene stroom. De overheid toont zich een onbetrouwbare partner.’

Het gevolg: Nederland maakt bij het opwekken van elektriciteit (veel) minder gebruik van duurzame energiebronnen dan andere Europese landen.

Het afschaffen van de MEP lijkt vooral boeren en tuinders te treffen die (willen) investeren in mestvergisting en biogas. ‘Volgens onze gegevens zijn zestig tot honderd bedrijven gedupeerd.’ Maar het is Heemskerk vooral te doen om de verstrekkende gevolgen van ‘dit zwalkend beleid’.

‘Het is toch niet de bedoeling dat wij binnen een of twee generaties de fossiele bronnen van energie helemaal uitputten? Maar als we zo doorgaan, gebeurt dat wel.’

Te weinig aandacht voor duurzame energievormen heeft ook het gevolg dat de prijzen erg beweeglijk blijven, stelt hij. ‘Energie is zo’n belangrijk goed, dat de mate waarin de prijzen op en neer bewegen grote gevolgen heeft voor de hele economie, met name de mate waarin een economie te plannen is.’

Het afschaffen van de subsidies is in die zin slecht voor de economie, meent Heemskerk. ‘Hierdoor gaan we nog verder achterlopen bij de rest van Europa. Juist deze sector heeft langjarige toezeggingen nodig, een lange adem.’

Een gevolg van de wankelmoedigheid van de overheid zal bijvoorbeeld ook zijn dat het voor bedrijven moeilijker wordt bij de bank financiering los te peuteren voor milieuvriendelijker vormen van energieproductie. ‘Een bank wil zekerheden, garanties. Op deze manier nemen die echter voor de hele sector af en dan worden banken voorzichtiger.’

Een en ander steekt Heemskerk des te meer, omdat hij ervan overtuigd is dat Nederland koploper had kunnen zijn op diverse gebieden van duurzame energie. ‘We waren de beste in windenergie, maar we hebben dat uit handen gegeven aan de Denen. We hadden de technologische kennis om de belangrijkste producent van zonnecellen te worden, maar dat zijn de Duitsers nu. En de laatste jaren waren er goede initiatieven in biogas en mestvergisting, terwijl de warmtekrachtkoppeling in kassen een groot succes is. Gaat dit door (de Tweede Kamer moet zich nog over het plan van minister Wijn van Economische Zaken uitspreken, red.), dan zullen we ook dit terrein weer verliezen.’

Een voortrekkersrol vervullen in de kernenergie – de energievorm die het meest wordt genoemd om het ‘gat’ van de fossiele vormen te vullen – ligt volgens Heemskerk niet voor de hand. ‘Wij zijn er niet echt een voorstander van. De Rabobank zou bijvoorbeeld vandaag niet de bouw van een nieuwe kerncentrale financieren. Kernenergie is ook een onderwerp waarover op Europese schaal beslissingen moeten worden genomen. Maar wie weet wat mogelijk is, met verbeteringen in de opslag en de veiligheid in het verschiet.’

mailIcon print |