Westerlingen worden volgestopt met soms overbodige geneesmiddelen , terwijl de Derde Wereld crepeert, maar volgens Gilles de Wildt kan dat anders....
Het is een bizarre situatie: in het rijke Westen worden veel te veel geneesmiddelen voorgeschreven; in de Derde Wereld krijgen veel te weinig mensen hoognodige medicijnen. Die worden steeds duurder of zijn eenvoudigweg niet voorhanden. Intussen komen er steeds minder nieuwe en baanbrekende geneesmiddelen en vaccins bij. Ziekten in arme landen krijgen al helemaal een stiefmoederlijke behandeling. Er is een gemeenschappelijke oorzaak aan te wijzen voor deze problemen: de recente, enorme uitbreiding van het patentrecht in de wereld.
Hervormingen zijn hard nodig en ook mogelijk. Dat hoeft niet per se te leiden tot grote confrontaties tussen het bedrijfsleven, regeringen en actiegroepen, zoals enkele jaren geleden wel is gebeurd rond de prijs van aidsremmers. Het is mogelijk belangen van de industrie en de patiënten en hun overheden beter te laten stroken door bijvoorbeeld het selectief opkopen van patenten.
Maar eerst: hoe zijn de problemen met het patentrecht ontstaan? Ten eerste is de duur van patenten op geneesmiddelen over de hele wereld verlengd van de voorheen gebruikelijke acht tot twaalf jaar tot twintig jaar. Patenthouders hebben al die tijd een monopolie op de productie en prijsstelling van het betreffende geneesmiddel en kunnen vragen wat ze willen. Sommige landen erkenden daarom geen patenten meer en eisten het recht op om zelf geneesmiddelen goedkoop en snel na te maken. Brazilië en India zijn daarvan de bekendste voorbeelden.
Ten tweede kunnen sinds kort productieprocessen gemakkelijker worden gepatenteerd. De conventie dat alleen op uitvindingen patent wordt verleend is doorbroken op aandrang van de VS en de EU; ook 'ontdekkingen' kunnen nu worden gepatenteerd, bijvoorbeeld bij het gen-onderzoek.
De industrie vindt de sterke uitbreiding van het patentrecht nodig, omdat het steeds meer geld kost om een nieuw geneesmiddel te ontwikkelen, onder andere door de strenge eisen voor onderzoek van Amerikaanse toezichthouders, die als standaard in de wereld gelden. Een langere duur van het monopolie biedt meer kans om de investeringen terug te verdienen.
De gevolgen voor patiënten in het Westen en in de Derde Wereld zijn echter vooral negatief. Op de website van de Wereldgezondheidsorganisatie van de VN legt Dean Baker, een econoom van het Center for Economic and Policy Research (een onafhankelijke denktank in Washington) de euvels uit: verspilling van geld, veronachtzaming van armoedeziektes ten voordele van lifestyle-medicamenten voor een rijke markt en excessieve marketingkosten. Hieronder vallen reclame, het pluggen van artikelen en uitzendingen in de media, en het bezoeken, fêteren en sponsoren van artsen en patiëntenorganisaties. Bovendien legt het huidige systeem een premie op het achterhouden van ongunstige gegevens, bijvoorbeeld dat patiënten ziek worden of dood kunnen gaan door het medicament.
In het rijke Westen zijn de gevolgen duidelijk te merken. De druk om patiënten te reduceren tot medicijnconsumenten neemt gestaag toe. De vaste kamercommissie voor gezondheidszorg van het Britse parlement klaagde bijvoorbeeld steen en been over de toenemende invloed van de industrie op de gezondheidszorg. In Groot-Brittannië blijkt dat zelfs uit onderdelen van prestatiecontracten. Huisartsen, zoals ikzelf, kunnen nu aanzienlijk meer verdienen door op bepaalde terreinen een groot deel van hun patiënten geneesmiddelen voor te schrijven.
Sommige deskundigen maken zich zorgen over het wetenschappelijk onderzoek waarop de richtlijnen voor voorschrijven zijn gebaseerd. Dat onderzoek wordt gepubliceerd in medische vakbladen. Steeds meer gezaghebbende gezondheidsdeskundigen vrezen dat vakbladen en opstellers van richtlijnen worden gemanipuleerd. Daarbij wordt het nut van behandelen mooier voorgesteld dan het is. Hoe vaak dat precies gebeurt is moeilijk te zeggen, maar vorig jaar liet de arts Richard Smith, de vroegere hoofdredacteur van de British Medical Journal, een bom ontploffen in het medische wereldje. 'Medische vakbladen zijn het verlengstuk van de marketing-arm van de farmaceutische industrie', zo schreef hij in PLoS Medicine, een internet-publicatie. In zijn ogen zijn het ongeloofwaardige media geworden, door de combinatie van afhankelijkheid van advertentie-inkomsten en de ruime mogelijkheden om selectieve informatie gepubliceerd te krijgen. Zo kunnen bijvoorbeeld bijwerkingen weggemoffeld worden en gunstige effecten worden overdreven.
Een ander gevolg is dat er steeds minder echt nieuwe en baanbrekende geneesmiddelen op de markt komen. Het is veel profijtelijker varianten te ontwikkelen op bijvoorbeeld bestaande hooikoorts- of erectiepillen, ook al voldoen die prima. Dat krijgt de voorkeur boven een riskant en duur innovatie-avontuur. Als voorschrijvend huisarts heb ik dat meer dan eens gemerkt. Kort voordat het patent afloopt op een beproefd middel, regent het reclame voor het vrijwel identieke alternatief, dat met een nieuw patent begint.
De landen in de Derde Wereld zijn van deze praktijk het meest de dupe. De ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en vaccins tegen ziekten in arme landen, zoals malaria en tuberculose staat op een laag pitje. Grote farmaceutische bedrijven beginnen daar zelden uit zichzelf aan. Ze zijn wel over te halen met forse hulp van overheden, instellingen van de Verenigde Naties en geldgevers als de Bill en Melinda Gates Foundation. Velen hebben dan ook hun hoop gevestigd op zulke publiek-private samenwerkingsverbanden.
Daarbij speelt echter een wereldwijd probleem. Steeds meer bedrijven en instellingen hebben een patent op moleculen in levende organismen of op testen om die in kaart te brengen. Ze laten het gebruik daarvan door onderzoekers niet zonder meer toe: er moet worden betaald aan patenthouders, dikwijls na ingewikkelde en lange onderhandelingen. Zo wordt ook het ontwikkelen van vaccins vertraagd. Nederlandse wetenschappers wezen er vorig jaar op dat de ontwikkeling van remedies tegen het gevreesde SARS wordt bemoeilijkt. Zij stelden een systeem voor waarbij alle relevante gegevens en patenten worden samengebracht. Onderzoekers zouden tegen betaling, maar zonder onderhandelingen, direct gebruik kunnen maken van de kennis. Zo'n systeem van patent pooling roept echter weerstand op van de farmaceutische industrie.
Het is niet verwonderlijk dat de kritiek op het bestaande patentstelsel aanzwelt. De kritiek komt niet alleen van actiegroepen. In de VS trekt zelfs de Republikeinse adviseur Donald Light aan de bel. Hij wijst op de extreem hoge en stijgende prijzen voor geneesmiddelen in de VS, ook vergeleken met Europa. Het is hem een doorn in het oog dat de belastingbetaler al een groot deel van het geneesmiddelenonderzoek financiert en dat de investeringen in onderzoek door de industrie zelf relatief laag zijn. Hij klaagt eveneens over de innige financiële banden tussen industrie, ministers, president en volksvertegenwoordigers.
De felste kritiek komt begrijpelijkerwijs van regeringen en niet-gouvernementele organisaties in ontwikkelingslanden. Ze worden bijgevallen door organisaties als Artsen zonder Grenzen en Wemos in Nederland. Die zijn van mening dat de nieuwe overeenkomsten over patenten in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) een enorme verslechtering betekenen voor arme landen. Die zijn bovendien oneerlijk: rijke landen zoals Nederland hebben hun industrie kunnen opbouwen dankzij overheidssteun en een vrijzinnige omgang met het patentrecht. Eenmaal sterk geworden, schroeven we de internationale eisen op.
Alsof dat niet genoeg is, dwingen de VS een aantal ontwikkelingslanden nog veel ongunstiger condities af. Landen zien dan bijvoorbeeld in bilaterale verdragen af van uitzonderingsregelingen op het patentrecht. Critici wijzen op de reusachtige uitbreiding van patent-monopolies in een tijd die bol staat van de retoriek over vrije handel en concurrentie.
Er is een uitweg. Een veelbelovend alternatief is het vrijkopen van bepaalde patenten; het terugbrengen van een geneesmiddel op de vrije markt. Ondernemingen bepalen dan de prijs voor consumenten en verzekeraars op basis van concurrentie. Om dit mogelijk te maken krijgen nationale of internationale overheden, zoals bijvoorbeeld de Wereldgezondheidsorganisatie, het recht om patenten te kopen. De patentrechten worden vervolgens tegen een geringe vergoeding belast of helemaal vrijgegeven. Hiermee wordt de ontwikkeling van geneesmiddelen gescheiden van de massafabricage en worden monopolies opgeheven.
Middelen voor het kopen van patentrechten komen vrij door de enorme collectieve besparingen op de kosten van geneesmiddelen die dit gaat opleveren. De econoom Dean Baker berekende dat geneesmiddelen in de VS maar liefst 70 procent goedkoper kunnen. Dit alternatief pakt verder gunstig uit voor innovatie en voor openheid. Bovenmatige marketing wordt tegengegaan.
Ontwikkelaars van nuttige geneesmiddelen moeten goed worden beloond, met inbegrip van winst. Hierdoor worden nieuwe investeringen aangemoedigd. Overheden kunnen selectief zijn en alleen patenten kopen van sociaal nuttige geneesmiddelen. De zoveelste variant op Viagra kan dan overgelaten worden aan het huidige patentsysteem. Dit alternatief is geenszins gericht tegen de industrie. Integendeel, het is gericht op een bloeiende innovatie door het bedrijfsleven, aangepast aan landelijke en wereldwijde behoeften.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.