Politici zijn het grootste obstakel voor een schoner milieu, wordt gezegd tijdens een klimaattop in Amsterdam. ‘Het gaat slechter dan we dachten, het is moeilijk optimistisch te blijven.’..
‘Weet je wat er in China gebeurt? Daar bouwen ze iedere week een nieuwe kolencentrale van duizend megawatt.’ Staatssecretaris Pieter van Geel van Milieu neemt een laatste slok van zijn fruitshake. ‘Dat is twee keer Borssele’, vervolgt hij. ‘Twee keer! Week in, week uit.’
Die centrales blazen massa’s CO2, het beruchte broeikasgas, de lucht in. Voorlopig komt er geen einde aan, want de Chinezen hebben kolen genoeg. Van Geel geeft toe dat het niet goed gaat. ‘Als het zo doorgaat, is het dweilen met de kraan open.’
Van Geel was maandag in de Amsterdamse bioscoop Tuschinsky vanwege een tweedaagse klimaatbijeenkomst. Veel internationale ambtenaren zijn van de partij. Maar deze keer praat het bedrijfsleven voor de verandering ook mee. Centrale vraag: hoe kunnen ondernemers hun steentje bijdragen aan het klimaatprobleem?
De politici vormen het grootste obstakel, zo blijkt al snel. Ze verzuimen harde wereldwijde klimaatafspraken maken. In het grootste deel van de wereld kost het uitstoten van CO2 daardoor niets. ‘Terwijl CO2-uitstoot is en dus een prijs moet hebben’, zegt Van Geel.
Het Kyoto-protocol uit 1992 bood de oplossing. Het bevat een ingenieus handelssysteem, dat inmiddels volop werkt. Het principe is simpel: bedrijven krijgen emissierechten voor hun CO2-uitstoot. Als ze die weten terug te dringen, kunnen ze de overgebleven rechten verhandelen. In emissierechten is inmiddels een levendige handel ontstaan. Bedrijven kunnen immers verdienen met het terugdringen van CO2.
Ze willen dat dit handelssysteem wereldwijd wordt ingevoerd, zo blijkt maandag. Dan pas kan er echt geld worden verdiend. Dan pas kunnen ze het rendement van hun investeringen inschatten. ABN Amro en Shell, medeorganisatoren van de klimaatbijeenkomst, toonden zich maandag enthousiast.
De wereld heeft er ook veel baat bij, legt Bob Watson van de Wereldbank uit. ‘Het stimuleert bedrijven efficiënter met energie om te gaan. Ze gaan anders bouwen, andere transportsystemen bedenken. Tv’s worden zuiniger, auto’s ook.’
Het geld uit de CO2-handel is hard nodig. Het kan worden aangewend worden om schone technologie te stimuleren, bijvoorbeeld voor CO2-opslag. De opkomende ontwikkelingslanden zullen dat niet op eigen houtje doen. Ze moeten nu al circa 300 miljoen dollar per jaar investeren in nieuwe centrales. Nieuwe technologieën drijven die kosten alleen maar verder op. De internationale gemeenschap betaalt daaraan in bescheiden mate mee. De Wereldbank bijvoorbeeld heeft slechts 1,9 miljard om schone technologie mee te stimuleren.
Toch kunnen kleine bedragen ook tot veranderingen leiden, zegt Bindu Lohani van de Asian Development Bank. ‘Aziaten zijn heel innovatief. Je doet het één keer voor en dan doen ze het duizend keer na.’ Vooral met energiebesparing kan nog veel winst worden behaald, ook in Nederland.
Vooralsnog zijn het echter druppels op een gloeiende plaat. Zonder extra beleid zal de CO2-uitstoot in ontwikkelingslanden binnen 25 jaar verdubbelen. Dat kan funeste gevolgen hebben. Zo kan de ijskap op Groenland bij een temperatuurstijging van slechts enkele graden al gaan smelten, blijkt uit recent onderzoek.
‘Het gaat slechter dan we dachten. Het is moeilijk om optimistisch te blijven’, zegt Watson. Vooral de Verenigde Staten blijven zich hardnekkig verzetten tegen wereldwijde klimaatafspraken. Het land stimuleert technologie liever op vrijwillige wijze.
Zo’n strategie zal nooit werken, zegt Watson. ‘Milieuproblemen zijn tot dusver alleen opgelost als de overheid ingreep. Zo ging het met de ozonlaag, maar ook met de lokale milieuvervuiling.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.