Op de computers van het Belgische IT-bedrijf Swift, eigendom van de wereldwijde financiële wereld, staan de gegevens van vrijwel ontelbare grensoverschrijdende transacties....
In de bossen bij Brussel, in het Waalse La Hulpe, schuilt Swift, het internationale IT-bedrijf van de financiële wereld. In de volksmond is het ‘Club Swift’ geworden, naar analogie van Club Med, uitbater van luxe vakantieoorden. Het imago is ontstaan door de bouw van het postmoderne hoofdkantoor in 1989 – met een opmerkelijke, glazen entree – ontworpen door de Spaanse architect Ricardo Bofill, en door de naar verluid zeer gunstige arbeidsvoorwaarden voor het personeel. De Amerikaanse topman Leonard Schrank gaf twee jaar geleden een interview aan een Belgisch blad over personeelsmanagement, waarin hij uitlegde hoe hij erin slaagde ‘de beste mensen ter wereld’ naar La Hulpe te halen: onder meer met inpandig een crèche, een zwembad en een sportzaal.
Deze dagen geeft Swift even geen interviews. Het bedrijf, eigendom van banken en beurshandelaren, ligt onder vuur, omdat bekend is geworden dat het Amerikaanse ministerie van Financiën sinds de aanslagen van 11 september 2001 inzage heeft in de databestanden van Swift. Dat wil zeggen: in de gegevens over miljarden internationale betalingen van de klanten van alle 7800 financiële instellingen die bij Swift zijn aangesloten. Politiek ligt een en ander gevoelig en bovendien zou het een inbreuk kunnen zijn op privacy-wetgeving (bijvoorbeeld de Belgische). Swift heeft vrijdag verklaard zich aan alle wettelijke normen te hebben gehouden, en onthoudt zich verder van commentaar.
The Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication werd opgericht in 1973. De Nederlander Bessel Kok – later onder meer topman van Belgacom – leidde het bedrijf in de jaren tachtig. Ook daarna bleef de Nederlandse betrokkenheid groot. De afgelopen twaalf jaar (tot augustus 2005) was ABN Amro-bankier Jaap Kamp voorzitter van de raad van commissarissen. De IT-topman van ING, de Belg Erik Dralans, zit nog steeds in die raad.
Op een gemiddelde werkdag verwerkt het bedrijf meer dan tien miljoen transacties. Doel is door automatisering betalingen goedkoper, efficiënter en betrouwbaarder maken. Dat eerste lukt aardig: de kostprijs van een internationale betaling is volgens de website van Swift tussen 2001 en 2006 gedaald van 26 cent tot 13 cent.
Een deel van het geheim van die prijsdaling is de zogenoemde BIC (Bank Identifier Code), voorheen het Swift-nummer. Het is een soort postcode en elke bank heeft er een; op de website van Swift is de code van elke bank op te zoeken. Vult de bankklant een internationaal overschrijvingsformulier in zonder BIC, dan is automatische verwerking niet meer mogelijk. Voordat het formulier naar Swift kan worden gestuurd, moet een bankmedewerker de code opzoeken en invullen. Voor deze ‘handmatige verwerking’ ontvangt de klant een rekening van minimaal tien euro.
Een ander deel van het geheim is flink investeren: zoals gezegd in de werknemers (het zijn er inmiddels ruim achttienhonderd), maar vooral in de computers. Swift zegt niet waar ze staan (‘om veiligheidsredenen’), maar geeft in het jaarverslag wel hoog op over de kwaliteit van de apparatuur.
Een misverstand is dat alle internationale transacties in de systemen van Swift belanden. Pinnen in het buitenland wordt niet in het databestand opgenomen en wie geld naar een ander land verstuurt, bijvoorbeeld via de transferservice van Western Union, heeft niets met Swift te maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.