*

 

Het koopkrachtplaatje is versplinterd

Van onze verslaggever Martin Sommer − 21/05/03, 02:24

In de magere jaren tachtig was het koopkrachtplaatje onmisbaar. Tegenwoordig valt het bij bezuinigingsrondes amper nog te berekenen. Jan Modaal sterft langzaam uit....

Enerzijds zijn de voorstellen van het nieuwe kabinet zo gedetailleerd dat ze vooral voor heel bepaalde groepen gevolgen hebben. Anderzijds is de samenleving sterk gefragmenteerd geraakt. Anderhalfverdieners, gedeeltelijk arbeidsongeschikten, herintreedsters - de ouderwetse eenverdiener met twee schoolgaande kinderen sterft langzaam uit.

Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) gaf donderdag zijn oordeel over de gevolgen van het regeerakkoord. Dat oordeel was voorspelbaar somber, vooral voor ambtenaren en uitkeringsgerechtigden. Opvallender was de waarschuwing dat 'veel burgers straks door de bomen het bos niet meer kunnen zien'. Het gemiddelde koopkrachteffect wordt geschat op min 0,75 tot plus 0,75 procent. Maar dat zegt weinig over de individuele effecten.

Nibuds waslijst van specifiek getroffen groepen is indrukwekkend. 'Ambtenaren', 'werknemers bedrijfsleven', 'uitkeringsgerechtigden, AOW', 'iedereen', 'werknemers die VUT-premie betalen', 'werklozen', 'arbeidsongeschikten', 'zelfstandigen', 'eigenhuisbezitters met overwaarde die verhuizen', 'eigenwoningbezitters met hypotheek (bijna) afgelost', 'gebruikers van zorg die nu nog in het ziekenfondspakket zit'. De lijst is nog niet uitgeput.

Caroline Sodenkamp van het Nibud: 'De maatregelen zijn zó gedetailleerd. Je kunt Nederlanders straks verdelen in mensen die wel en geen maagzuurremmers nodig hebben.' Volgens Sodenkamp is zo'n detaillering niet eerder vertoond. 'De onderhandelaars moesten kennelijk erg puzzelen om de zaak rond te krijgen.'

Het Centraal Planbureau had minder moeite de plannen door te rekenen. Dit zijn standaardproblemen, zegt Nicole Bosch, CPB-specialist inkomen en prijzen. Desondanks moet ook het CPB erkennen dat de gevolgen van 1,5 miljard aan maatregelen niet zijn meegenomen in de berekening van de koopkrachtgevolgen voor huishoudens. 'Het is moeilijk die voor bepaalde groepen te berekenen.' Bosch geeft toe dat het CPB geen rekening houdt met het aantal kinderen, en met de vraag of men een eigen huis heeft.

Margreet Schuit, beleidsmedewerkster van de FNV, is het eens met het Nibud: koopkracht wordt heel moeilijk voorspelbaar als die afhankelijk wordt van het eigen risico bij de ziektenkostenverzekering en vervolgens van de vraag of iemand inderdaad ziek wordt. 'Eenzelfde probleem geldt de pakketverkleining in het ziekenfonds en wie dat financieel gaat voelen. In de sociale zekerheid is er een kleine groep kortdurende werklozen die achteruit gaat. En dan is er nog de WAZ, de Wet op de Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen, die wordt afgeschaft.'

Vroeger had je 'statische koopkracht'. Bij de berekening van de verdiensten van Jan Modaal ging men ervan uit dat hij volgend jaar nog steeds dezelfde baan zou hebben. Tegenwoordig probeert men statistisch rekening te houden met de gevolgen als een x-aantal mensen meer of minder gebruik gaan maken van WAO of WW. Dat heet dynamische koopkracht. Maar het effect van maatregelen blijft moeilijk te voorzien.

mailIcon print |