Duitsers kopen zich blauw aan computerspellen – die in het buitenland zijn gemaakt. Er is geen geld, de computerkennis op scholen is laag....
Het dunste boek ter wereld, zo wil een bekende grap, draagt als titel Honderd Jaar Duitse Humor. Maar er zijn meer terreinen waarop de Duitsers niet zo uitblinken, is deze week geconstateerd op de grootste Europese handelsbeurs voor computerspellen, in Leipzig. ‘Op het gebied van gamesproductie zijn we een ontwikkelingsland’, constateert directeur Josef Rahmen van de Leipziger Messe, de beursorganisator. Rahmen, die tot en met morgen meer dan 110 duizend gamesliefhebbers over de vloer krijgt, staat niet alleen in zijn diagnose. Ook Dirk Höschen vraagt zich af waarom per se Duitsland zich een week lang het hart van de Europese gamesindustrie mag noemen. In Leipzig zijn het Amerikanen, Japanners en Fransen die de dienst uitmaken, moppert de mediadirecteur van het Deutsche Kinderhilfswerk, een organisatie voor jeugdzorg. ‘We zijn een Schwellenland’, aldus Höschen: een bedrijfstak die nog in de kinderschoenen staat. Piepjong is de branche niet echt te noemen. Een kwart van de negentig bedrijven en onderneminkjes die zich toeleggen op games is ouder dan vijf jaar. Piepklein zijn de bedrijven wel. ‘In de Verenigde Staten heeft een studio al gauw een duizendtal ontwikkelaars in dienst’, zegt Tom Putzki, voorzitter van G.A.M.E., de club van Duitse games-ontwerpers. Daar steekt het personeelsbestand van een van Duitsland bekendste studio’s, Ascaron Entertainment, schril tegenaf. In Gütersloh werken 56 man aan strategische spellen als Port Royale en Arena Wars. Hun geringe omvang degradeert de Duitse games-studio’s tot onderaannemers van de grote, internationale uitgevers, áls ze al voor het werk in aanmerking komen. Rahmen van de Leipziger Messe: ‘De markt loopt ons voorbij.’ Aan de belangstelling van de Duitsers voor games kan het niet liggen. Ze kochten in de eerste helft van dit jaar 19,1 miljoen spellen. Dat leverde een omzet op van 466 miljoen euro – ‘15 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar’, aldus Olaf Wolters, woordvoerder van de Bundesverbandes Interaktive Unterhaltungssoftware (BIU). Het leeuwendeel van dat geld werd echter verdiend met producten, die in het buitenland waren bedacht en gefabriceerd. Wolters: ‘Dat is betreurenswaardig.’ Een van de knelpunten, zo werd tijdens een forumdiscussie duidelijk, is de gebrekkige staat van het onderwijs. Maar 21 procent van de Duitse scholieren gebruikt geregeld een computer op school. Dat percentage ligt in andere westerse landen gemiddeld rond de 39, aldus een studie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Onderzoek (OESO) in Parijs. De afkeer van computers is niet zo vreemd, legt Höschen van Kinderhilfswerk uit. ‘Leraren zijn als de dood dat de pc hun status ondermijnt.’ Volgens hem is het de hoogste tijd dat het cultuurpessimisme van ouders en opvoeders wordt doorbroken. Op de computer werken of games spelen leidt er niet per se toe dat Goethe er niet meer aan te pas komt, concludeert het panel in de Leipziger Messe. Het is niet alleen de educatieve argwaan waartegen de Duitse games-bedrijven moeten knokken. Er is ook een groot gebrek aan geld. De ontwikkeling van een game is kostbaar en succes is niet vanzelfsprekend. Marktleider Electronic Arts spendeert aan zijn kaskrakers tussen de tien en twintig miljoen dollar. Games-makers in Duitsland genieten nu nog belastingvoordelen, maar minister van Financiën Hans Eichel dreigt daar het mes in te zetten. Tot vijf jaar geleden kenden de ambities van de Duitse games-sector geen grenzen. Er werd toen met Japan gevochten om de tweede positie, na de Verenigde Staten, op de ranglijst van grootste afzetmarkten. ‘Inmiddels moeten we de Japanners, Fransen en Britten voor ons dulden, aldus Putzki van G.A.M.E.. Volgens hem hebben de Duitse studio’s de markt voor spelcomputers (zoals de PlayStation) volledig uit het oog verloren. Daarop wordt meer dan 50 procent van de omzet behaald – en met de nieuwe generatie consoles op komst, is groei in deze markt voor de komende jaren gegarandeerd. Een ander obstakel voor games Made in Germany is het strenge keuringssysteem dat de Duitsers hanteren om de tere kinderziel te beschermen. Als een spel iets te veel onthoofdingen bevat, of andere vormen van geweld, kan het op de ‘index’ belanden van de Bundesstellung für Jugendgefähndende Medien. Zo’n predikaat betekent niet alleen dat het spel taboe is voor iedereen onder de 18 jaar. Er mag dan ook geen reclame meer voor worden gemaakt in winkels, op de televisie, in kranten en het gros van de tijdschriften. Dat is de doodskus voor veel spellen, zeggen games-producenten. Die veranderen daarom bloed in groene verf en mensen in robots. Dat lot ligt niet voor de hand voor een spel dat in Leipzig is aangekondigd en zeker een kaskraker wordt. De hoofdrol is hierin weggelegd voor de kikker uit het filmpje dat nu al de irritantste beltoon van het jaar begeleidt: Crazy Frog.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.