*

 

Top woningbouw krijgt bijna drie ton

Van onze verslaggevers Merijn Rengers, Xander van Uffelen − 19/08/05, 07:59

Boven het salaris van de premier komen veel directeuren van woningcorporaties makkelijk uit. Een enkeling laat zich, tegen de regels in, niet in de kaart kijken....

De woningcorporatie Vestia weigert stelselmatig het salaris van zijn directeur openbaar te maken. Allerhande nieuwe richtlijnen over openbaarheid van salarissen legt de Rotterdamse corporatie kalm naast zich neer.

Vorig jaar adviseerde een commissie van de branchevereniging Aedes onder leiding van Gilles Izeboud dit soort informatie te openbaren. In een wetsvoorstel van minister Remkes (Binnenlandse Zaken) staat bovendien dat iedereen de hoogte moet kunnen achterhalen van de salarissen bij publieke organisaties die het nieuwe salaris van de premier (ongeveer 160 duizend euro bruto per jaar) overstijgen. Een woningcorporatie is een publieke organisatie, met de belangrijke taak betaalbare (huur)woningen aan te bieden.

‘Wij blijven bij ons standpunt dat we geen informatie verstrekken’, houdt een woordvoerster van Vestia niettemin vol. ‘Geheimzinnig? Het zij zo. Het is voor ons een principieel punt.’

In de wereld van huurders en bouwers gonst het daarom van de geruchten over wat Vestia-directeur Erik Staal precies verdient. Een betrokken makelaar zegt te weten dat hij jaarlijks vier ton incasseert via zijn eigen bv. Onzin, riposteert Vestia. Sinds 1997 heeft Staal zijn inkomsten ondergebracht in een eigen administratiekantoor, blijkt uit gegevens van de Kamer van Koophandel. Als stichting hoeft dit kantoor geen financiële gegevens te deponeren.

Een bron bij Vestia houdt het erop dat Staal meer verdient dan de premier, maar binnen de grenzen blijft die de branche zichzelf heeft opgelegd. Aedes heeft onlangs een model ontwikkeld volgens welk een corporatiedirecteur maximaal 211 duizend euro bruto mag verdienen. Staal zou dus tussen de 160 duizend en 210 duizend euro bruto opstrijken. Inclusief kosten voor pensioen, sociale lasten en een auto van de zaak, wandelt de Vestia-directeur daarmee op zijn sloffen de toptien binnen van grootverdieners onder de directeuren van woningcorporaties.

In de salarissenranglijst die de Volkskrant dit jaar voor het eerst opstelt van de vijftig grootste corporaties staat directeur Frank Bijdendijk van de Amsterdamse woningcorporatie Het Oosten bovenaan. 184 Duizend euro plus een bonus van 43 duizend euro verdiende hij vorig jaar. Inclusief een bijdrage voor het pensioen en enkele andere vergoedingen komt Bijdendijk op 271 duizend euro. Zijn dienstauto van 42 duizend euro, die van de fiscus voor 22 procent moet meetellen, brengt de totale salariskosten op 280 duizend euro. Collega-bestuurder Jan Hoff bij Het Oosten haalt eveneens de salarissen-toptien.

Jacob Kohnstamm, voorzitter van de toezichthoudende raad van commissarissen bij Het Oosten (en voormalig D66-staatssecretaris Grote-Stedenbeleid), zegt over de hoge beloning voor bestuurders van Het Oosten: ‘Een tijd geleden konden wij geen geschikte kandidaat voor het bestuur vinden. We hebben toen beloningsadviseur Hay Group een analyse laten maken.’ Het resultaat: ‘Door de krapte op de arbeidsmarkt van vastgoedontwikkelaars is het salaris in 2001 opgetrokken.’

Uit een nieuwe analyse door Hay blijkt dat de salarissen bij Het Oosten nu bovengemiddeld zijn. Kohnstamm en zijn commissarissen zien echter geen aanleiding deze te verlagen. ‘Daarvoor is het verschil te gering. Bovendien kan je niet zomaar terugkomen op afspraken.’

Het Oosten geeft een hoger salaris dan het maximum dat de commissie-Izeboud bepaalde. Kohnstamm: ‘De regel is: pas toe of leg uit. Het salaris zit enkele procenten boven het maximum. Dat kunnen we uitleggen. De directeur heeft de basis gelegd voor een zeer innovatieve organisatie, met een goed sociaal profiel.’

In het jaarverslag van Het Oosten staan de salarisdetails uitgebreid vermeld. Ongeveer 25 van de vijftig onderzochte corporaties zetten deze informatie nog niet in het jaarverslag. Drie corporaties geven, gelijk Vestia, evenmin gehoor aan het verzoek van de krant de informatie te openbaren. ‘Salarissen zijn een hype’, vindt directeur Gerrit Seegers van De Woningstichting uit Den Helder. ‘In dit land staan de kleine dingen centraal, terwijl de echte discussies over woningbouw niet worden gevoerd.’ Seegers wil wel kwijt dat hij minder verdient dan de minister-president.

De weigering informatie te verstrekken, is strijdig met de regeling van de commissie-Izeboud. Corporaties moeten hun gegevens openbaren, bepaalt deze, door de ledenraad van Aedes overgenomen regeling. ‘Teleurstellend’, vindt Aedes-voorzitter Wim van Leeuwen de weigering van enkele corporaties. ‘Als belangenvereniging zijn we het aan onze stand verplicht openbaarmaking van salarissen in onze gedragscode op te nemen.’ Wie de regels overtreedt, kan geroyeerd worden. ‘Maar een corporatie hoeft natuurlijk geen lid te zijn van Aedes.’

Huurders kunnen zich op geen enkele wijze verzetten tegen het beleid van de corporaties waarvan ze een huis huren. De hoogte van de salarissen, de prikkel om huizen te slopen en openbaarmaking van salarissen zijn louter de verantwoordelijkheid van de toezichthouder, de raad van commissarissen. Als stichting hoeven woningcorporaties voor hun interne beleid aan niemand verantwoording af te leggen.

Dat maakt de salarisdiscussie bij corporaties fundamenteel anders dan elders. Bij de energiebedrijven Essent en Nuon konden aandeelhouders – provincies en gemeenten – met succes protesteren tegen de bestuurdersbeloning. Druk van donateurs resulteerde in het op non-actief plaatsen van de medisch directeur bij de Hartstichting. Bij De Nederlandsche Bank bevroor minister Zalm het salaris van bankpresident Nout Wellink.

Bij woningcorporaties ontbreekt zo’n corrigerende kracht, net als in de zorg, erkent Van Leeuwen van Aedes. ‘Dat geldt ook voor het beleid van corporaties.’ In de SER en in de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (adviesraden van het kabinet) en in het kabinet is al uitgebreid gestudeerd op het bestuur van semi-publieke organisaties als ziekenhuizen en corporaties. Van Leeuwen: ‘Er wordt bijvoorbeeld over gedacht in de zorg patiënten het recht te geven een enquête-procedure aan te spannen bij de Ondernemingskamer.’ Ook voor huurders is zoiets denkbaar, zegt Van Leeuwen: ‘Als over een jaar opnieuw een lijst verschijnt van de salarissen, hopen we in onze discussies een heel eind verder te zijn.’

mailIcon print |