Terroristische aanslagen, oorlogsdreiging, boekhoudkundige fraude, een verzwakkende dollar: het zijn barre tijden voor de doorsnee belegger. De aandelenmarkten beleven het derde achtereenvolgende jaar van daling, en obligaties bieden vanwege de lage rente amper een alternatief. Maar er is een beleggingscategorie die van oudsher floreert onder dit soort omstandigheden. Wie zijn geld de afgelopen maanden in goud zou hebben belegd, was spekkoper. De goudprijs is al maanden aan het stijgen. In augustus 1999 bereikte het edelmetaal zijn absolute dieptepunt op ruim 250 dollar. Sinds die tijd is een troy ounce (31,1034807 gram, de internationale standaard waarin goud wordt verhandeld) ruim een kwart in waarde gestegen. Op 4 juni jongstleden werd een voorlopig hoogtepunt van bijna 328 dollar bereikt, niet toevallig het moment dat de spanning tussen India en Pakistan over Kasjmir culmineerde. Alle voorwaarden voor een stijging van de goudprijs waren de afgelopen maanden aanwezig. Politieke onrust is altijd goed voor de prijs van goud. En die onrust was er volop: sinds de aanslagen van 11 september is de wereld voor veel beleggers onzekerder geworden. Nadien is het conflict tussen Israël en de Palestijnen verder opgelaaid, dreigen de Verenigde Staten met een oorlog tegen Irak, en wisten India en Pakistan op een haar na een gewapend conflict te vermijden. De rol van goud als vluchthaven, die halverwege de jaren negentig leek te zijn uitgespeeld, heeft de laatste maanden weer aan belang gewonnen. In Japan bijvoorbeeld vluchtten beleggers en spaarders in goud. Vijftien ton baar goud werd ingekocht nadat de Japanse regering had aangekondigd niet langer garant te staan voor spaartegoeden bij Japanse banken. En door de Enron-affaire en de talloze boekhoudkundige schandalen die daarop volgden, hebben nogal wat Amerikaanse beheerders van beleggingsfondsen hun oog ook weer op goud laten vallen. Want de tweede belangrijke voorwaarde voor een oplopende goudprijs is een zwakke aandelenmarkt. 'Goud is een alternatieve belegging', stelt Nico van der Hoeven, handelaar in edelmetalen bij Hollandsche Bank Unie (HBU), in zijn kantoor aan de Rotterdamse Coolsingel. HBU, een volle dochter van ABN Amro, is de grootste Nederlandse partij in de internationale goudhandel. 'Goud vormt een natuurlijke bescherming tegen aandelen', aldus Van der Hoeven. 'Die twee hebben een grote negatieve correlatie; als aandelen het goed doen, heeft niemand goud nodig, zoals in de tweede helft van de jaren negentig. Maar nu de aandelenmarkten slechte rendementen bieden, en het vertrouwen diep is gedaald, doet goud het weer goed.' Misschien wel de belangrijkste factor achter het herstel van de goudprijs is de zwakkere dollar. De koers van de Amerikaanse munt is van fundamenteel belang voor de goudprijs: in de mondiale goudhandel wordt uitsluitend in dollars gerekend. De goudhandelaren van de HBU hebben op hun computerschermen dan ook standaard de dollarkoers in beeld. Jarenlang is de dollar ijzersterk geweest, maar de laatste maanden heeft de munt ingeleverd ten opzichte van euro en yen. Een zwakke dollar leidt al snel tot een vermindering van het goudaanbod. De goudmijnen, die veelal in landen als Zuid-Afrika en Australië liggen, krijgen immers in termen van hun eigen valuta minder voor hun product. Anderzijds stijgt de vraag naar goud omdat de grondstof voor de sieradenindustrieën in India en Italië - verreweg de grootste gebruikers ter wereld - in de lokale munt goedkoper wordt. Gevolg: de goudkoers stijgt. Goud heeft de aardige eigenschap dat het, behalve beleggingsobject, ook een grondstof voor de industrie is - de juwelenindustrie voorop. Al jaren stijgt het verbruik van de sieradenmakers exponentieel. In 1991 werd voor 2.359 ton aan goud in armbanden, kettingen en oorbellen verwerkt, in 2000 was dat al toegenomen tot 3175 ton. De vraag van de elektronicasector en van de 'dentale industrie', dus voor kronen en vullingen, steekt daar met 563 ton in 2000 enigszins mager bij af. Niettemin is het beeld duidelijk: de vraag stijgt bij een dalend aanbod. Het is een trend die Van der Hoeven de komende jaren niet ziet omslaan. 'Er staat de mijnindustrie een consolidatiegolf te wachten, en de onrendabele mijnen zullen worden afgestoten.' Langzaam maar zeker worden de wereldwijde reserves aan goud dus opgemaakt. Dat zijn er nogal wat: in de kluizen van centrale banken wereldwijd liggen de baren huizenhoog opgestapeld. Centrale banken spelen een bijzondere rol in de internationale goudmarkt. De daling van de goudprijs in de tweede helft van de jaren negentig was voor een groot deel te danken aan de dreiging van centrale banken om hun goudvoorraad op de markt te brengen. In Nederland verkocht De Nederlandsche Bank eind jaren negentig honderden tonnen goud. De voortdurende dreiging van aanbod van centrale banken duwde de goudprijs sinds 1995 naar een absoluut dieptepunt. De goudmijnen deden daar nog een schepje bovenop. Door een groot deel van de toekomstige productie alvast te verkopen als de prijs maar even klom, kwam er extra druk op de goudkoers. En speculanten waren maar al te graag bereid om die prijs nog een extra duw naar beneden te geven. De omslag kwam in september 1999, toen zeventien centrale banken besloten voortaan nog slechts 400 ton per jaar in de markt te zetten. Sinds dat moment is de goudprijs - met vallen en opstaan - omhoog gekrabbeld. De goudmijnen zijn vrijwel gestopt met verkopen op termijn. 'Ik zat zojuist met een grote Mexicaanse goudmijn aan de telefoon, en waar die vroeger zijn productie waarschijnlijk al vijf jaar vooruit had verkocht om zekerheid te krijgen, doet hij dat nu niet', zegt Van der Hoeven. 'Ook hij is dus optimistisch over de goudprijs. Anders had hij zich wel ingedekt.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.