De concurrentie op de markt voor vermogensbeheer neemt toe. Minimaal zestig financiële instellingen trachten in Nederland een graantje van deze lucratieve markt mee te pikken....
Van onze verslaggever
AMSTERDAM
Dit blijkt uit een onderzoek van het consultancybureau voor vermogensbeheer Bosch in Nuenen. Volgens het donderdag gepubliceerde onderzoek hebben Nederlandse vermogensbeheerders scherpere buitenlandse concurrentie gekregen.
Meer internationale financiële instellingen hebben een kantoor in Nederland geopend. Beheerders als Templeton in Hoofddorp, Flemings in Amsterdam en Invesco in Den Bosch verdrievoudigden in vier jaar hun marktpositie. Ook de Amerikaanse vermogensbeheerders Fidelity en Morgan Stanley groeiden snel. 'Veel van deze beheerders beschikken over een onuitputtelijk geduld om een deel van de markt te veroveren', stelde directeur F. Bosch tijdens een toelichting op de resultaten van het onderzoek.
De concurrentiestrijd spitst zich met name toe op het beheer van de vermogens van de pensioenfondsen. Hun vermogen bedraagt inmiddels een slordige 700 miljard gulden. 'Ruim de helft daarvan wordt nu extern beheerd', aldus Bosch. 'Vier jaar geleden was dat nog 40 procent.'
Tien grote financiële instellingen beheren de bulk van dat bedrag. PVF Pensioenen is de grootste, maar de buitenlandse beheerder Barclays Global Investors is inmiddels opgeklommen tot de tweede plaats. Barclays Global, het resultaat van het samengaan van Barclays de Zoete Wedd en Wells Fargo, is vooral indexbelegger, wat betekent dat zij vaak goedkopere tarieven rekent dan kantoren die portefeuilles actief beheren.
Ook andere buitenlandse beheerders wisten hun positie onder Nederlandse pensioenfondsen te verbeteren: JP Morgan klom op van de 17-de naar de 13-de plaats en Fidelity van de 19-de naar de 15-de plaats. De buitenlanders namen vorig jaar 75 miljard gulden van het extern beheerde Nederlandse pensioengeld voor hun rekening. In 1993 was dat nog ruim 20 miljard gulden.
Volgens Bosch is er geen reden voor paniek. 'Buitenlandse vermogensbeheerders zullen de markt niet stormenderhand veroveren, aangezien Nederlandse pensioenfondsen nog altijd liever zakendoen met een bank van eigen bodem.' Voor 1998 voorziet hij al een 'afvlakking' van de buitenlandse bemoeienis. Die bedroeg in maart 1997 22 procent, tegen 19,5 procent in 1995.
Van de grote Nederlandse beheerders heeft vooral ABN Amro Asset Management volgens Bosch terrein moeten prijsgeven. Robeco heeft zijn positie wel kunnen verbeteren. 'Robeco biedt zoveel mogelijk verschillende beleggingsstijlen aan om het de klant in hemelsnaam maar naar zijn zin te maken', concludeert Bosch.
Behalve grote buitenlandse beheerders hebben Nederlandse financiële instellingen ook veel concurrentie gekregen van kleine Nederlandse kantoortjes voor vermogensbeheer. Vaak worden die opgericht door een of twee mensen die ontslag genomen hebben bij een baas en de cliënten meenemen. 'Zij richten zich vooral op de particulier.'
Bosch verwacht een verdere concentratie op de markt. Als voorbeeld noemt hij de voorgenomen megafusie tussen de Zwitserse banken UBS en SBC en het samengaan van PVF Pensioenen en bank-verzekeraar Achmea (onder meer Centraal Beheer en Staal Bankiers).
Een scherpe driedeling van de markt tekent zich volgens Bosch dan ook af: grote beheerders worden alsmaar groter, de groei van middelgrote banken stokt en het aantal kleine beheerders neemt gestaag toe.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.