‘De vrouwenemancipatie is gestokt. Het is weliswaar vanzelfsprekender geworden dat vrouwen werken, maar van economische zelfstandigheid is geen sprake.’ Pia Dijkstra (54) is na anderhalf jaar voorzitterschap van de Taskforce Deeltijdplus – die vrouwen ertoe moet bewegen grotere banen te nemen – tot de conclusie gekomen dat er ‘bar weinig is veranderd’ sinds de tijd dat zij ’s morgens achter de kinderwagen liep en ’s avonds het Achtuurjournaal presenteerde. ‘Vrouwen nemen elkaar nog steeds de maat.’
Vrouwen dwarsbomen elkaar?
‘Toen ik aan deze baan begon, dacht ik echt dat er wel een stap zou zijn gemaakt. Maar er is eigenlijk bitter weinig veranderd. De norm is nog steeds dat vrouwen voor hun kinderen moeten zorgen. Als er altijd een oppas op het schoolplein verschijnt, worden moeders daar op aangekeken. Ongewild ga je meewerken aan die normering. Ik deed dat ook. Dan scheurde ik van de studio naar school voor een uitvoering van een van de kinderen (nu 15,17 en 21 jaar, red.). Vooral om aan andere moeders te laten zien dat ik er heus wel ben als het nodig is.’
Maar veel vrouwen werken nu toch ook?
‘Ja, maar wel in deeltijd. Slechts een op de drie vrouwen kan financieel op eigen benen staan. De rest zit er kennelijk niet mee om de hand op te houden bij hun partner, met alle gevolgen van dien. Want iedereen weet dat een op de drie huwelijken strandt en dat vrouwen geen pensioen opbouwen. Ik begrijp die mentaliteit niet. Veel vrouwen hebben een fantastische opleiding, maar zodra er kinderen komen gaan ze minder werken, waarmee ze zichzelf de kans op een carrière ontnemen.’
Dus het is hun eigen schuld dat de emancipatie stokt?
‘Het is niemands schuld. Onze hele maatschappij is nog ingericht op de traditionele rolverdeling. Schooltijden sluiten niet aan op werktijden, de kinderopvang is behoorlijk verbeterd maar nog niet wat het moet zijn. Er zijn nog zoveel zaken die vrouwen moeten oplossen. Vandaar dat ze dus vrijwel allemaal in deeltijd werken en financieel onzelfstandig zijn. Dat wordt bovendien in stand gehouden door faciliteiten als alimentatie. Een begrijpelijke regeling, maar je prikkelt vrouwen niet om op eigen benen te gaan staan als ze worden onderhouden door hun ex-man. Ook de overheid is dubbel. Aan de ene kant stimuleert ze vrouwen fiscaal om te werken, via de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Maar met de aanrechtsubsidie beloont ze de vrouwen die thuisblijven. Wat is nu de boodschap?’
Werken werkgevers wel mee?
‘Grote bedrijven zijn wel gaan nadenken over hoe ze vrouwen kunnen behouden, maar bedrijfsculturen zijn hardnekkig. Het is leuk dat er meer wordt nagedacht over flexibel werken en thuiswerken, maar werkgevers moeten de loopbaan van vrouwen serieus nemen; zorgen dat ze niet onder hun niveau werken, zorgen dat hun potentie wordt benut. Het tegendeel gebeurt. Werkgevers lijken er geen probleem mee te hebben dat vrouwen hun talent niet benutten, zelfs niet als ze zelf in ze hebben geïnvesteerd of als ze met personeelskrapte worden geconfronteerd. Ze vragen bijvoorbeeld niet waarom vrouwen eigenlijk minder willen werken als er kinderen worden geboren, maar gaan zonder meer akkoord met een verzoek tot deeltijdwerk. Je kan ook kijken of er alternatieven mogelijk zijn die de carrièreperspectieven niet schaden. Het blijft onbesproken. Men gaat er klakkeloos vanuit dat vrouwen veel thuis bij de kinderen willen zijn.’
Worden vrouwen afgeschreven als ze kinderen krijgen?
‘Het wordt ze in elk geval niet makkelijk gemaakt. Vrouwen krijgen gemiddeld kinderen tussen hun 25ste en 40ste jaar. Maar dat is ook de tijd dat je carrière moeten maken. Met een baan van drie dagen kun je die carrièresprong wel vergeten. We moeten kijken of we die druk beter kunnen spreiden. Waarom kun je die carrière niet uitstellen tot na je 45ste, als de kinderen wat groter zijn? Vrouwen hebben dan nog twintig jaar arbeid voor de boeg. Zeker als we moeten doorwerken tot 67 jaar. Dan is het toch logisch om te investeren in de ontplooiing van je werknemers. Nu wordt feitelijk een hele generatie arbeidskrachten afgeschreven omdat ze niet op tijd carrière heeft gemaakt.’
Hoe verander je die typisch Nederlandse moederschapscultuur?
‘Het is een gegeven dat Nederlandse vrouwen vanwege de grote welvaart al vroeg thuis konden gaan moederen. Het was een luxe om niet te hoeven werken. Dat zit er nog steeds in. Overheid en werkgevers zouden het werkende moeders makkelijker kunnen maken om werk met zorg te combineren. Maar vrouwen moeten ook meer hechten aan economische zelfstandigheid. Ze moeten ophouden zich schuldig te voelen, zichzelf serieus nemen, assertiever zijn en aan hun werkgever laten zien dat ze betrokken zijn. Ook als ze thuis op zwangerschapsverlof zijn.’
Wat heeft de Taskforce Deeltijdplus nu kunnen uitrichten?
‘We laten zien hoe de traditionele denkpatronen in stand worden gehouden door de bestaande systemen. Als je die systemen aanpast wordt het makkelijk voor vrouwen om zorg en werk te combineren. Denk aan andere schooltijden, ruimere sluitingstijden van winkels en diensten, minder vraag om ouderhulp op school en een prikkelende fiscaliteit in plaats van een ontmoedigende. Sleutelwoord is flexibiliteit. Het klinkt als een open deur, maar in praktijk bestaat het nog niet. De arbeidsparticipatie van vrouwen zal omhoog gaan als al die systemen makkelijker in elkaar kunnen scharnieren. Dan bewerkstellig je uiteindelijk ook een cultuuromslag, zowel bij vrouwen als op de werkvloer.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.