Ze zijn nu 15 centimeter groot, de babyblauwvintonijntjes in de kwekerij van het bedrijf Clean Seas in Zuid-Australië. Maar hoe klein ook, ze kunnen een grote doorbraak worden.
Het zijn de eerste in gevangenschap gekweekte blauwvintonijnen ter wereld. Goed nieuws voor sushiliefhebbers, die hun geliefde vis met uitsterven bedreigd zien. Als er niets gebeurt zal de soort volgens deskundigen binnen tien jaar uitsterven.
Dit met dank aan diezelfde sushiliefhebbers, met name in Japan. Blauwvintonijn heeft het volle romige vlees dat ideaal is voor rauwe consumptie. Dankzij de populariteit is de populatie van deze reuzenvis (hij kan 500 kilo wegen) gedaald tot 3 procent van wat hij in de jaren zestig was, voor het industriële visserijtijdperk.
De mogelijke redding komt uit onverwachte hoek. De directeur van Clean Seas is Hagen Stehr, een Duitser die als 12-jarige aanmonsterde op een vrachtschip, maar in Australië van boord ging op zoek naar avontuur. Hij werd tonijnvisser, zette geld opzij, begon een eigen bedrijf en heeft nu een vloot van 21 schepen en een vermogen van ruim 100 miljoen euro, volgens de rijkenlijst van het Australische tijdschrift BRW magazine (een tonijn kan zo 15 duizend euro opleveren op de beroemde Tsukiji-markt in Tokio).
Stehr is dus medeverantwoordelijk voor de ondergang van de blauwvintonijn. En toch, zo schreef de International Herald Tribune afgelopen week, reed hij in maart ‘met tranen in zijn ogen’ naar zijn tonijnkwekerij om het wonder met eigen ogen te aanschouwen: de eerste bevruchte blauwvintonijneitjes ooit in gevangenschap geproduceerd.
Het wonder is dat tonijnen, net als palingen, normaal gesproken duizenden kilometers afleggen om hun paaigronden te vinden. Voor paling is dat de Sargasso Zee, voor tonijn de Middellandse Zee of de Timor Zee.
De tonijnen van Stehr leggen die reis slechts virtueel af. In de bak waarin zij rondzwemmen worden temperatuur, licht, stroming en zoutgehalte zo gevarieerd dat de tonijnen denken dat ze op reis zijn. Op de bestemming aangekomen paren ze – maar de eitjes drijven gewoon in een bak in Zuid-Australië.
Of de virtuele reis nodig is, is overigens de vraag. Begin deze maand slaagden ook wetenschappers van het Spaanse Oceanografische Instituut (IEO) erin blauwvintonijnlarven te kweken. De Spaanse vissen werden tot paren aangezet door een hormoonbehandeling.
Het zijn voorzichtige beginnetjes. De larven moeten ook nog uitgroeien tot volwassen tonijnen, en de weg daarheen is lang. ‘De voeding is een belangrijk punt’, zegt Henk van der Mheen van het Wageningse onderzoeksinstituut Imares. ‘Je moet die larven het juiste eten geven. De zoektocht naar het juiste voedsel is een van de redenen dat het kweken van paling tot nu toe niet is gelukt.’
Daarnaast geeft kweektonijn veel vervuiling, zegt hij. Hij wijst op de grote kooien in de Middellandse Zee, waar in het wild gevangen tonijnen worden vetgemest tot ze klaar zijn voor het sushi-restaurant. ‘Daar drijft veel visolie in zee, van de sardines en andere vissen waarmee ze worden gevoerd.’
Toch denkt hij dat kweektonijn er op afzienbare termijn zal komen. ‘Er wordt zoveel voor betaald, dan is er veel mogelijk’, zegt hij. ‘Zo is de zalm ook begonnen.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.