*

 

Lelijk eendje nu Miss World

Door Robert Giebels − 04/07/09, 08:23

Saai is sexy. Veel korter kan de Canadese minister van Financiën het succes van zijn land niet verklaren.

  • De skyline van Vancouver (ANP)

Die heeft wereldwijd voor een schadepost gezorgd van 4 duizend miljard dollar. Overal vallen banken om, worden ze genationaliseerd en pompen overheden er miljarden euro’s en dollars in. Soms tot drie keer toe. Her en der, zoals in Nederland, schiet de staatsschuld omhoog.

Geen enkele staatssteun

In Canada niets van dat alles. De banken daar hoeven hooguit 10 miljard dollar (6 miljard euro) af te schrijven. De minister van Financiën James Flaherty – een kleine, bedachtzaam formulerende man zonder charisma – hoefde de banken geen enkele Canadese dollar staatssteun te geven. Hij weet de schuld van de overheid op het absurd lage niveau van 22 procent van het nationaal inkomen te houden – in Nederland is dat bijna 60 procent.

‘Ik houd niet van schuld’, zegt hij, en het afgeragde, altmodische kantoorgebouw waarin zijn ministerie huist, onderstreept zijn woorden. Het departement in de Canadese hoofdstad Ottawa ademt conservatisme tot in de vezels van de versleten vloerbedekking.

Saaie banken

Flaherty (59) wierp in een ingezonden stuk in de Financial Times de aangeboren Canadese schroom van zich af en stelde zijn ouderwetse, degelijke, kortom saaie banken tot voorbeeld voor alle anderen. President Obama deed hetzelfde. Sindsdien schuifelt de ene na de andere bankier, econoom en politicus Flaherty’s kantoortje binnen, waar de enige decoratie een Canadese vlag in een hoek is. Ze willen weten hoe ze ook immuun hadden kunnen blijven voor de grootste financiële crisis in tachtig jaar.

Elk ingrediënt van het succesrecept kunnen andere landen zo kopiëren, wordt Flaherty niet moe te zeggen. Houd veel grotere buffers aan dan jullie nu doen, adviseert hij Europese en Amerikaanse banken. Maak je financiële sector niet te groot, want dan kan één toezichthouder het als geheel in de gaten houden. Baseer dat toezicht op principes in plaats van regels, want regels kun je omzeilen zonder op te vallen en principes niet. Houd je banken klein en ouderwets. En schaf de hypotheekrente af (zie kader).

Conservatief

Maar, zegt hij, er is een bestanddeel van het financiële wonder dat alleen wij hebben: Canadezen. ‘Want wij zijn tot diep in onze aderen voorzichtig en in wezen conservatief. Dat is de voornaamste reden dat onze banken – sommige zijn ouder dan Canada – de storm zo goed hebben doorstaan.’

Dat conservatisme heeft geleid tot de twee pijlers onder het succes van nu: Canadese banken zijn niet groot en hebben veel eigen kapitaal. De man die dat heeft bepaald, is nu een nationale held. Het is Flaherty’s voorganger en latere premier van Canada, Paul Martin.

Briljant besluit

Hij verbood in 1998 de twee grootste banken te fuseren. Elke Canadees weet inmiddels: dat was een briljant besluit. ‘Wacht even’, zegt de baas van het Zwitserse UBS in Canada, Grant Rasmussen (44), ‘de geschiedenis wordt hier wel wat herschreven. Toen vond het hele Canadese bedrijfsleven het een waardeloze beslissing.’

Het ‘nee’ van Martin schiep achteraf het juiste precedent voor het succes van nu. Voordat de kredietcrisis losbarstte, deden Amerikaanse, Britse en ook Nederlandse banken er alles aan om met fusies en overnames zo groot mogelijk te worden. Morrende Canadese banken moesten tegen hun zin klein blijven. Maar wat leerde de kredietcrisis: grote banken worden onbestuurbaar, waardoor de risico’s onzichtbaar en groter worden totdat de bank failliet gaat of moet worden geholpen.

Succesverhaal

In de bankentopvijftig van voor de crisis stond niet één Canadese bank, nu vijf. Ze hebben 85 procent van de thuismarkt in handen. Buitenlandse banken, die er wel degelijk zijn, komen in het hele succesverhaal niet voor. ING trok zich er onlangs terug. En hooguit eentiende van een Canadese bank mag in handen zijn van buitenlanders. ‘Als ik wat gedaan wil krijgen, hoef ik maar vijf mensen te bellen’, zegt minister Flaherty. ‘Allemaal Canadezen: alweer een succesfactor.’

Gordon Nixon is één van die vijf. ‘Ik ben ’s werelds op één na langst zittende baas van een bank’, zegt hij, waarna hij zich meteen verontschuldigt voor zijn onbescheidenheid. In Toronto, vanuit een Versailles-achtige balzaal op de bovenste verdieping van een moderne toren van goudgekleurd spiegelglas, leidt de 52-jarige Nixon Royal Bank of Canada (RBC), de grootste bank van het land. Zijn bank voldoet ruimschoots aan de tweede pijler van het huidige succes: RBC heeft enorm veel eigen kapitaal op zijn balans en daardoor een gezonde hefboom.

Hefboom

Die hefboom is wat een bank aan eigen geld heeft in verhouding tot de hele balans. Een bank waarbij dat eigen vermogen eenvijftigste is van het balanstotaal, zoals veel Europese en Amerikaanse banken, is ongezond. Canadese banken nemen hooguit een schuld van twintig keer wat ze zelf hebben. Ze hebben bovendien nauwelijks rommel op hun balans staan. En ze moeten al helemaal niets hebben van Kaaimanachtige financiële constructies buiten een bankbalans om, die veel Amerikaanse en Europese banken nog wat meer het zicht op hun risico’s ontnam. ‘Wij eisen al jaren dat de hefboom rond de twintig moet liggen’, zegt Terry Campell van de Canadese vereniging van banken. ‘Ik voorspel: twintig wordt de internationale eis’, stelt RBC-baas Nixon.

Al dat conservatisme heeft ook een prijs. Canada heeft er de economische groei door gemist, die Europa en de VS in de circa vijf jaar voor de kredietcrisis wel boekten – mede dankzij de banken. En Canadese bankiers mogen onder hun buitenlandse collega’s dan wel de held zijn, ze kunnen geen kant op. Ze mogen niet eens verzekeringen verkopen, want ze mogen niet groter worden dan ze nu zijn. ‘Dat sta ik niet toe’, zegt minister Flaherty.

Overzichtelijk

Hij moet en zal zijn sector overzichtelijk houden. Het balanstotaal van alle banken samen mag hooguit twee keer het nationaal inkomen zijn. In Nederland is alleen al ING twee keer zo groot. Canadese banken mogen wel groeien in het buitenland – lees: de Verenigde Staten. Maar de Amerikaanse overheid is nu zo aanwezig in de bankensector daar, dat de Canadezen hun uitbreidingsplannen maar in de ijskast hebben gezet.

En zo hebben de Canadese banken zich in een paradoxale positie gemanoeuvreerd. Hun succes zorgt er normaal gesproken voor dat Canada een financieel centrum wordt voor de hele wereld. Daarvoor moeten de sector en de banken wel flink groter worden. Maar dat zou weer onmiddellijk een eind maken aan het Canadese wonder. ‘We willen niet groot worden’, zegt minister Flaherty, ‘dat is lastig, want we staan nu wel heel erg in de spotlights.’

mailIcon print |