In de productiehal van AP-Nederland, een assemblagebedrijf in het Groningse Foxhol, is het relatief rustig deze woensdagmiddag. Johannes Scheick, directeur van Ledlight Europe, een bedrijf uit Leeuwarden dat, ter vervanging van tl-buizen, ledbuizen produceert, loopt er samen met Dirk Woudstra van het assemblagebedrijf een rondje.
Alles staat klaar om met de productie van de nieuwe ledbuizen van Ledlight Europe te beginnen: de machines die de leds op de printplaten solderen, het tinbad en de oven waar de platen vervolgens doorheen moeten. Ook de armaturen waar de leds uiteindelijk in worden gezet, liggen al klaar.
Als Scheick heeft bepaald of hij leds van het Duitse Osram of van het Amerikaanse Cree gaat gebruiken, kan de productie van start. ‘Over zes tot acht weken is het zover’, aldus Scheick.
De rust in de hal, waar nog dit jaar zo’n 100 duizend ledbuizen van de band moeten rollen, staat in schril contrast met het rumoer dat deze week ontstond op de Nederlandse markt voor ledverlichting.
Als persberichten kogels waren, was het de afgelopen dagen zelfs oorlog in Nederland led-land. Het eerste schot werd gelost door LedNed, een fabrikant uit Helmond.
Naar aanleiding van een campagne van de provincie Friesland om alle Friezen aan ledverlichting te krijgen, meldde het Helmondse bedrijf dat de leds van de bedrijven Lemnis en Tiparo (die in de campagne worden gebruikt) de claims op hun verpakkingen niet waarmaken.
Voornaamste punt van kritiek: de lampen verbruiken meer energie dan de fabrikanten claimen. Het imago van de ledlamp als energiezuinige, milieuvriendelijke lamp stond opeens onder druk.
Op woensdag volgde het volgende schot. Het onafhankelijke meetinstituut VSL meldde dat uit onderzoek bleek dat vijf ledlampen, van niet nader genoemde fabrikanten, bovendien minder licht geven dan beloofd en dat claims over het aantal beloofde branduren niet hard gemaakt kunnen worden.
Hoezo duurzaam?
Het vuurgevecht dat volgde, was even intrigerend als verwarrend.
Lemnis meldde dat zijn Pharox ledlamp doet wat wordt beloofd en eiste rectificatie van alle ‘feitelijk onjuiste berichten’ over zijn producten.
Het nog door niemand onder vuur genomen bedrijf LEDfuture bracht een bericht uit, waarin het zei ‘continue alert te zijn op de kwaliteit van de eigen ledproducten’.
En op basis van nieuw onderzoek van VSL en KEMA maakte de provincie Friesland wereldkundig dat de lampen die in de Friese campagne worden gebruikt ‘toch energiezuinig’ zijn.
Hoewel van een staakt-het-vuren nog geen sprake is, zijn de eerste stofwolken inmiddels opgetrokken. De voornaamste twistappel blijkt de zogenaamde ‘blindstroom’.
Alle elektronische apparaten die op het net worden aangesloten veroorzaken ‘vervuiling’ van het energienet, legt Thom Deutekom van groothandel Elektrokern uit Drachten uit. De spanning op het net is uit zichzelf nooit constant, doordat elektronicaonderdelen zoals spoeltjes en condensatoren de energie niet geleidelijk doorvoeren. Om die spanningsverschillen te compenseren , leveren energiebedrijven blindstroom.
Het probleem met sommige, kwalitatief mindere, ledlampen is nu dat ze verhoudingsgewijs veel van die blindstroom gebruiken.
In de wet- en regelgeving, vertelt Deutekom, is daarover niets geregeld. Alleen aan ledlampen van meer dan 25 watt worden eisen gesteld. En de ledlampen die in woningen worden gebruikt hebben meestal een veel lager vermogen.
Daardoor is er veel ruimte voor cowboys met lampen die meer energie gebruiken, dan op de verpakking staat.
Hoewel het op basis van de tot nog toe uitgevoerde onderzoeken onmogelijk is vast te stellen welke fabrikanten dubieuze lampen produceren, is vrijwel iedereen het erover eens dat de markt inderdaad wordt verziekt door een groot aantal cowboys.
‘Misschien zijn er vier serieuze bedrijven op deze markt’, zegt André ten Bloemendal van LedNed. ‘En daarnaast nog zo’n vijftig die met achterhaalde technologie proberen te profiteren van het groene imago van de led.’
Johannes Scheick van Ledlight Europe gokt dat het er meer zijn. ‘Heel veel ledverlichting die hier in bouwmarken ligt, is van slechte kwaliteit en veroorzaakt veel blindstroom.’
Naast de onduidelijkheid over de blindstroom, is er onenigheid over de beloofde lichtsterkte en over het aantal branduren.
Onderzoeker Wouter Koek van meetinstituut VSL: ‘Er zijn nog geen internationaal erkende methoden om de levensduur van ledlampen te bepalen. Het is bijzonder lastig een claim van vijftigduizend branduren te onderbouwen.’
Om aan deze schimmige situatie een eind te maken, moet er volgens alle betrokkenen, onder wie ook minister Cramer, een instituut komen dat een keurmerk aflevert.
LedNed zegt al een jaar met de oprichting van zo’n instituut bezig te zijn, maar een woordvoerder van Lemnis zegt dat LedNed dat dan wel ‘buitengewoon zorgvuldig binnenskamers heeft gehouden, terwijl het voor de hand zou liggen zoiets met de andere fabrikanten te delen’.
Koek van VSL benadrukt vooral het belang van snel handelen. ‘Dit is slecht voor het imago van de ledlamp. Daarom moet snel de juiste informatie op de verpakkingen staan. Alleen zo kan de consument bewuste keuzen maken.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.