Peter de Waard −
31/12/11, 14:13
© epa
Hugo Chávez als de grootste vriend van het kapitalisme. Alleen al daaruit blijkt dat de wereld een bizar beursjaar achter de rug heeft. Wie echt geld wilde verdienen met aandelen, had in 2011 zijn geld moeten beleggen in Venezuela en Mongolië - niet de twee meest voor de hand liggende markten.
Maar de Amerikaanse beurs scoorde ook een positief resultaat. 'De VS raakten hun triple kwijt, maar werden vanwege de eurocrisis als de veiligste markt ter wereld gezien', zegt analist Corné van Zeijl. De Amerikaanse obligaties werden 10 procent duurder. De Dow Jones-index voor dertig industriële fondsen steeg met 5,5 procent. Omdat vooral de in de Dow oververtegenwoordigde olie-industrie en de voedingsmiddelenbedrijven het goed deden, bleef de breder samengestelde Standard & Poor's van 500 fondsen flink achter. Die bleef onveranderd.
Op de beurs van de Venezolaanse hoofdstad Caracas stegen de koersen van de ongeveer zestig daar genoteerde fondsen dit jaar met 77 procent. Het rendement in euro's kwam uit op 67 procent. Omdat Chávez de mijnbouw en de olie-industrie net als de banken voor een groot deel heeft genationaliseerd, zijn er vooral kleine toeleveranciers aan de oliebedrijven op genoteerd. Dankzij de stijging van de olieprijs deden die goede zaken.
Beurs Mongolië op nummer tweeDe beurs van Mongolië eindigde dit jaar op nummer twee. Door de privatiseringen van staatsondernemingen na 1991 werden de Mongoliërs in de wereld relatief de grootste particuliere aandeelhouders. Grootste stijger en grootste fonds was de frisdrankenfabrikant Apu.
Alle beurzen in Europa eindigden door de eurocrisis in de min. Banken waren de grootste verliezers. De Duitse Commerzbank verloor 71 procent van de waarde, het Britse Lloyds 61 procent. De beurs van Amsterdam deed het iets minder slecht dankzij de winsten van Koninklijke Olie en Unilever. De AEX-index eindigde op 312,06, een verlies van 11,9 procent. De Griekse en Cypriotische beurzen verloren respectievelijk de helft en driekwart van hun waarde.
De aandelenmarkten in de opkomende markten als China, India en Brazilië werden door de eurocrisis meegesleept. Ook de beurzen in Afrikaanse landen konden nauwelijks profiteren van de groei in die landen.