Redactie −
22/09/11, 11:08
Kinderen eten samen van hetzelfde bord.
© afp
Stijgende voedselprijzen vormen een ernstige bedreiging voor de armsten ter wereld. Dat is een van de bevindingen van de Internationale Federatie van het Rode Kruis (IFRC) en de Rode Halve Maan Verenigingen die zijn opgenomen in het Wereldrampenrapport 2011.
Het rapport roept op tot meer investeringen in landbouw. Zeker in Afrika zou dat kleinschalige landbouw moeten zijn.
Wereldwijd lijden één miljard mensen honger. Voor inwoners van ontwikkelingslanden, die tot 80 procent van hun inkomen aan voedsel besteden, zijn de uit de pan rijzende voedselprijzen dramatisch. In Kenia steeg de prijs voor een zak maïs het afgelopen jaar met 180 procent en de suikerprijs ging met bijna 20 procent omhoog. 'De hoge voedselprijzen treffen de armsten der armen het hardst', zegt Bekela Geleta, secretaris-generaal van de IFRC.
OorzakenEr zijn verschillende oorzaken aan te wijzen die de voedselprijzen naar recordhoogtes stuwen. Zo is er een tekort aan voedselvoorraden in ontwikkelingslanden, maar ook aan de productie van biobrandstof. Verder daalt de lokale landbouwproductie, onder andere door de invloed van klimaatverandering.
Het rapport wijst echter ook met de vinger naar speculanten die op de grondstoffenmarkten actief zijn geworden. Zij kopen partijen voedsel en slaan die ergens op tot ze er veel winst uit kunnen halen. 'Het is onaanvaardbaar dat een handelaar in Londen of New York bepaalt of een vader in een land als India het zich al dan niet kan veroorloven om zijn gezin te voeden', aldus Geleta.
Investeren in landbouwDe IFRC stelt voor de 'speelruimte' van speculanten op het vlak van voedselprijzen aan banden te leggen, maar vraagt ook in te zetten op Afrika, waar 60 procent van de nog beschikbare landbouwgrond ter wereld ligt. Meer en meer groeit het besef dat daar investeringen in kleinschalige landbouw nodig zijn en dat kleine boeren geholpen moeten worden met gesubsidieerde grondstoffen zoals kunstmest en zaden.
Lees hier meer over het
Wereldrampenrapport 2011.