Het mag voor de apothekers geen verrassing zijn dat hun pensioenfonds SPOA een van de veertien fondsen is die de uitkering per 1 januari 2011 op last van De Nederlandsche Bank (DNB) moeten gaan korten. Sinds 2003 komt het woord herstelplan steevast voor in de jaarverslagen van het fonds. Dat komt doordat De Nederlandsche Bank telkens concludeert dat SPOA te weinig geld in kas heeft om aan alle pensioenverplichtingen te voldoen.
Alleen in 2007 kan het fonds melden dat het geen herstelverplichtingen meer heeft. De goede cijfers van SPOA worden gevierd met een verhoging van de pensioenen met 3 procent. Het fonds zakt direct weer door het ijs. Eind juni 2008 voldoet het fonds door de extra uitkering opnieuw niet aan de eisen van de toezichthouder. Op last van DNB wordt een nieuw herstelplan opgesteld. Dan breekt de kredietcrisis uit.
Inmiddels is SPOA een van de ‘probleemgevallen van de probleemgevallen’, zoals directeur Joanne Keller van DNB de veertien fondsen noemt die al in 2011 de uitkering moeten verlagen. SPOA kampt met serieuze tekorten en DNB vertrouwt er niet langer op dat het fonds zich zonder rigoureuze maatregelen kan herstellen. Om een verdere verzwakking van de vermogenspositie van SPOA te voorkomen, moet het fonds nu een jaar eerder en harder dan gepland aan de noodrem trekken. Het herstelplan voorzag al in de mogelijkheid de pensioenen in 2012 met 5 procent te korten. Nu wordt dat mogelijk 10 procent in 2011.
De huidige problemen van SPOA staan niet op zichzelf. Vrijwel alle zeshonderd Nederlandse pensioenfondsen zijn hard getroffen door de financiële en economische crisis. Op 1 april 2009 moesten 340 fondsen een herstelplan inleveren bij de toezichthouder, waarin ze laten weten hoe ze de kaspositie weer gezond willen maken. Achttien fondsen stonden er op dat moment al zo slecht voor dat een korting van de pensioenen in 2012 niet werd uitgesloten. Door het moeizame economische herstel, is dit voor veertien fondsen nu al nodig.
Het fonds van de apothekers is er dus één van. Vanaf 1 januari gaan iets meer dan duizend gepensioneerde apothekers de crisis voor het eerst in hun portemonnee voelen. Gemiddeld ontvangen de apothekers naast hun AOW-uitkering een pensioen van 50 duizend euro per jaar. Normaal gesproken zullen de meesten de korting dan ook wel kunnen opvangen. De vraag is waarom nu juist hun fonds in de problemen is gekomen?
Onder de apothekers onderling is het zwartepieten begonnen. Hoewel de meeste apothekers zelfstandig ondernemers zijn, zijn ze wettelijk verplicht deel te nemen aan hun beroepspensioenfonds SPOA. Nu de bomen niet langer tot in de hemel blijken te groeien, wekt dat irritatie.
‘Je bent verplicht premie te betalen, maar je hebt geen inspraak in de manier waarop ze met je geld omgaan.’ Liet een boze apotheker weten. ‘Als ik met mijn eigen geld ga beleggen, is het tot daar aan toe als het fout gaat, maar zij spelen met het geld van een ander. Je hoopt toch dat zo’n vermogensbeheerder weet wat ie doet.’
Dat laatste lijkt de vraag. Zowel het bestuur als de directie van SPOA bestaat uit apothekers. Ze beheren onbezoldigd het pensioenfonds van de beroepsgroep ter waarde van een miljard euro. De bestuurders zijn niet financieel geschoold. Wel voldoen ze dankzij enkele cursussen aan de vereisten waaraan pensioenbeheerders moeten voldoen.
Zoals bij de meeste beroepspensioenfondsen hebben de apothekers het vermogensbeheer uitbesteed aan professionele beleggers. Het is echter onduidelijk in hoeverre de apothekers in staat zijn de consequenties van hun financieel beleid te overzien.
Uit de jaarverslagen van SPOA blijkt dat de apothekers relatief conservatieve beleggers zijn. Meer dan gemiddeld investeren de apothekers hun oudedagvoorziening in vastrentende beleggingen, zoals bijvoorbeeld staatsobligaties. Het beleid lijkt redelijk crisisbestendig. De verliezen die de apothekers op hun belegging lijden, zijn aanzienlijk lager dan bij sommige andere fondsen.
De apothekers hebben echter ook een gat in hun hand. Uit de jaarverslagen blijkt dat het pensioenfonds structureel te veel geld uitgeeft. Pensioenfondsen die conservatief beleggen doen dit om nooit in de positie te komen waarin SPOA nu verkeert. Maar wat heeft het voor zin om conservatief te beleggen als je zoveel uitgeeft dat je alsnog in de problemen komt?
Hagenzieker: ‘Wij hebben als pensioenfonds altijd de filosofie aangehangen dat het geld van de deelnemers is. Wij hebben dus nooit gepoogd gigantische kapitalen in kas te krijgen. Alles wat we extra hadden, hebben we uitgekeerd.’
Door de gegarandeerde verhoging van de pensioenen verzwakte de kaspositie van het fonds op het dieptepunt meer dan wanneer het bestuur zichzelf de ruimte zou hebben gegund om te doen wat andere fondsen deden: de uitkeringen niet verhogen.
Het bestuur van SPOA had de tekorten kunnen opvangen als het in de goede jaren wat extra vet op de botten had gekweekt. Maar jaren waarin de beleggingen goed uitpakten voor SPOA, werden steevast afgesloten met een extra, variabele verhoging. Zo kregen gepensioneerde apothekers er na 2005 nog eens 1,45 procent bij, en na 2007 1 procent.
Nu de apothekers worden geconfronteerd met de keerzijde van het royale uitkeringsbeleid van hun pensioenfonds, klinken ook de eerste wanklanken over het bestuur. De apothekers die nu ontevreden zijn, hebben echter nooit ingegrepen. Want hoewel ze geen inspraak hebben in het financieel beleid, hebben ze ook nooit gebruikgemaakt van de mogelijkheid die ze via de vereniging van deelnemers hebben om het bestuur naar huis te sturen.
Directeur Van Zijl zegt dat ook expliciet. ‘Toen we de pensioen ieder jaar verhoogden, kregen we nooit klachten.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.