De lage rente die de Nederlandse staat betaalt op de kapitaalmarkt is een zegen voor de overheidsfinanciën, maar een drama voor pensioenbestuurders. Mogelijk dwingt de toezichthouder, De Nederlandsche Bank (DNB), sommige fondsen met tekorten de pensioenen te snoeien.
De gemiddelde dekkingsgraad voor pensioenfondsen is de afgelopen maanden gedaald naar circa 101 procent. Dat betekent dat fondsen net voldoende in kas hebben om al hun toekomstige verplichtingen te kunnen betalen. Let wel: dit zijn toekomstige pensioenverplichtingen zonder aanpassing aan de inflatie.
Dit gemiddelde verhult dat sommige fondsen er nog slechter voor staan. Zo stond is de dekkingsgraad van ambtenarenfonds ABP eind juli op 98 procent en die van metaalfonds PME op 93 procent (eind juni). PMT, het andere grote fonds voor de metaalsector, had eind juli 94 cent in kas voor elke euro aan verplichtingen.
Door de daling is vrijwel het gehele herstel dat het tweede helft van vorig jaar is bereikt in rook opgegaan. Begin dit jaar stond de dekkingsgraad, de graadmeter voor de financiële gezondheid van een fonds, nog op zo’n 110 procent. Nu zijn de dekkingsgraden weer weggezakt naar het niveau van ruim een jaar geleden. Deze week besluit minister Donner van Sociale Zaken of dit aanleiding is eerder in te grijpen bij enkele pensioenfondsen dan was afgesproken.
Vorig jaar maart, toen de dekkingsgraden van pensioenfondsen hun dieptepunt bereikten, heeft de pensioensector afspraken gemaakt over het herstel. Werkgevers en vakbonden wisten te bedingen dat ze drie jaar de tijd kregen de dekkingsgraden van de pensioenfondsen weer boven de 105 procent te krijgen. De gedachte was dat het geen zin had te reageren op de uiterst wispelturige financiële markten. Het was beter de pensioenfondsen meer tijd te gunnen.
Aanvankelijk leek het de goede kant op te gaan. Geholpen door de sterk stijgende aandelenkoersen schoten de dekkingsgraden omhoog. Dat ging zo rap, dat sommige fondsen zoals ABP en het Pensioenfonds Zorg & Welzijn, al een gedeeltelijke indexatie durfden toe te zeggen.
De schuldencrisis in Griekenland is een belangrijke oorzaak van de lage rente. Door de twijfels over de kredietwaardigheid van Griekenland en andere eurolanden zoals Spanje, Portugal en Ierland, verkopen verzekeraars en pensioenfondsen zelf de obligaties van deze landen. Ze schuiven hun geld naar landen die hun huishoudboekje beter op orde hebben, zoals Nederland en Duitsland. Hierdoor hoeven deze overheden minder rente te betalen over hun staatsleningen.
Ook op andere andere terreinen hebben pensioenfondsen de wind tegen. Ze zien de verplichtingen oplopen door de almaar stijgende levensverwachting. Ze moeten in hun modellen de levensverwachting van 65-plussers keer op keer verhogen. Dat kan zomaar een paar procent lagere dekkingsgraad betekenen.
Ten slotte zit de beurs ook tegen. De vrees voor een dubbele dip heeft de beurzen wereldwijd lager gezet. Dat tikt direct door in lagere dekkingsgraden. De kwakkelende beurs is extra lastig voor pensioenfondsen omdat ze voor het herstel van de dekkingsgraad moeten hebben van het rendement op aandelen.
DNB vindt nu dat pensioenfondsen met een lage dekkingsgraad pensioenrechten moeten afstempelen. Werkgevers en bonden zijn daar faliekant tegen omdat het vertrouwen in het pensioenstelsel daardoor wordt ondermijnd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.