Schommelende koe als ontheiliging

De wandelende processie Ontferm u trekt in de Museumnacht veel bekijks – ‘de mensen moet meer gek doen’...

Even leek fanfarecorps Sursum Corda roet in het eten te gooien – bij nader inzien kon de christelijke muziekgroep zijn deelname niet verenigen met zijn geloofsovertuiging en trok zich terug. En op de dag zelf dreigde de regen problemen te geven. Maar ’s middags om drie uur sprak Gijs Frieling, directeur van het Amsterdamse kunstenaarscentrum W139, de verlossende woorden. ‘De processie gaat door.’De processie Ontferm u is een wandelende expositie met muziek. Kunstenaars en hun handlangers paraderen door het centrum van Amsterdam met meer dan levensgrote beelden, foto’s van bekkentrekkende gezichten op protestborden en een schommelende koe met zilveren pronkzadel. Kunstenares Mathilde de Vriese zegt: ‘Ik vind dat mensen meer gek moeten doen.’ Voorop reinigden zoutstrooiers straat en ziel, achteraan wiste een acht meter grote dweil alle sporen van de droomverschijning uit.De feeërieke stoet was een van de opvallendste happenings van de uitverkochte, negende Amsterdamse Museumnacht, waarvoor afgelopen zaterdagavond 41 musea hun deuren openden. Dat het de derde keer dit jaar is dat kunst in optocht door de straten trekt, na soortgelijke manifestaties in Eindhoven en Arnhem, kan Frieling niet deren. Dit keer kwam het idee van de kunstenaars zelf, zegt hij. Die hebben na het isolement van de jaren zeventig en de daarop volgende, extreem maatschappelijke toenadering van de jaren negentig, weer behoefte om vanuit de kunst zelf bruggen te slaan naar het publiek op straat. Dat werkte in dit geval wonderbaarlijk goed. Want vanaf het Museumplein, waar vroeg in de avond lange rijen stonden van mensen die de diamanten schedel For the Love of God van Damien Hirst met eigen ogen wilden zien, via de grachten tot de thuishaven van W139 op de Wallen: overal waar de stoet kwam, glommen gezichten, kwamen trams rinkelend tot stilstand, ontstond verbroedering. Een groepje tieners trapte spontaan op de fietsrem om uitleg te vragen over de mop van Sachi Miyachi: ‘Wat is dat nou?’ Het antwoord – ‘dat is om de vloer te dweilen.’ – stemde niet tevreden. De tiener: ‘Dat is gewoon kunst, dombo. Dat zie ik heus wel.’W139-directeur Frieling heeft voor de optocht een kartonnen replica gemaakt van een kleurige, kubussculptuur van Donald Judd. De regen tast het ding langzaam aan. Judd was voor hem lange tijd cerebraal en onbereikbaar, bekent Frieling, totdat hij een plaatje zag van een slaapkamer in Marfa, met Judd boven het bed. Kunst moet niet worden heiligverklaard, vindt Frieling. Kunst hoort heel erg bij het leven, en dat is ook het succes van de Museumnacht, die inmiddels is uitgegroeid tot een opmerkelijk sociale aangelegenheid. Opvallend veel groepjes 25-plussers zwerven met vrienden, ouders of collega’s door de stad en staan in de rij voor de schedel van Hirst.Waarom ze deze avond twee uur willen wachten, terwijl de schedel hierna nog zes weken in het Rijksmuseum is te zien? Het enige groepje 14- en 15-jarigen: ‘We komen voor de schedel, maar vooral voor het feestje binnen. Dat is er een andere keer niet. Bovendien is het gezellig in de rij.’ Naast levendigheid, zorgt de museumnacht voor onverwachte ontmoetingen en wakkert het evenement de trots aan op het culturele erfgoed. ‘Leuk om die schedel gezien te hebben,’ zegt een oudere meneer. ‘Maar wat me vooral is opgevallen: hoe rijk Amsterdam eigenlijk is, hoeveel prachtige schilderijen het Rijksmuseum bezit. Die heb ik in de traag doorlopende rij eens goed kunnen bekijken.’