‘Bunker beschermt, maar maakt ook gek’

Een behang van 2464 soldatenportretten bedekt de hoge muren van het Museum van Bommel van Dam in Venlo. Onbevangen mannen, zonder angst....

Wie de afgelopen week het museum bezocht, stond zonder het te weten op een verborgen onderdeel van de tentoonstelling. Slechts anderhalve meter onder de zaal met portretten, ligt de atoombunker waar Moonen en Grootjans zich op 22 september vrijwillig lieten opsluiten. Zeven dagen lang gaven de kunstenaars zich hier bloot aan de risico’s die ze met hun tentoonstelling voor het voetlicht willen brengen. Geen telefoon, geen mail, geen nieuws, geen weer. Geen dag en geen nacht. ‘Alles had kunnen gebeuren daar beneden’, zegt Loek Grootjans achteraf. ‘Je weet van te voren niet of je allebei om kunt gaan met de situatie. Een bunker biedt bescherming tegen de buitenwereld, maar daarbinnen worden mensen gek. Ze maken elkaar af. Dat is het gevaar. Het enige wat onder de grond overblijft is je eigen verbeelding, je wordt gedwongen om in je hoofd te leven.’ Daarom is het verblijf in een bunker volgens het duo alleen geschikt voor kunstenaars. ‘Wij geloven in een toekomst omdat we er zelf in leven. Juist in deze extreme situatie konden we ongestoord werken. De bunker was als een atelier zonder rinkelende telefoon of deurbel. We pakten direct een camera en gingen aan de slag.’ Het fenomeen afzondering was voor beide kunstenaars niet nieuw. Grootjans sloot zichzelf in 1988 eens een maand op in een donkere ruimte. Met de inspiratie die hij daar opdeed kon hij jaren aan de slag. Hij schilderde het roodbruin, dat in het donker op zijn netvlies verscheen, en de groene zweem die zijn beeld kleurde toen hij weer in het licht kwam. Rob Moonen maakte in 1994 samen met Olaf Arndt de Camera Silens. In deze volledig geïsoleerde ruimte was alleen de eigen hartslag hoorbaar. Het werk deed denken aan een isoleercel.De bunker was volgens de kunstenaars op een andere manier ‘heftig’. Hoewel Moonen en Grootjans elkaar al kenden, hadden ze nooit nauw samengewerkt. De tijd in de bunker bleek een vondst. Een week lang praten, kijken en denken resulteerde in twee films, een dagboek en een groot aantal foto’s. ‘Het is echt ongelofelijk wat twee mensen kunnen creëren in zo’n korte tijd’, zegt Moonen hoofdschuddend. ‘Normaal had deze productie minimaal een maand in beslag genomen.’Direct na terugkomst uit de bunker toonden de kunstenaars hun nieuwe werk. In de video Het laatste avondmaal wilden ze het apocalyptische gevoel weergeven dat hen onder de grond bekroop. De film bestaat uit beelden van een onherkenbare Moonen en Grootjans. Door uit meerdere hoeken te filmen en de frames bij elkaar te zetten ontstaat het beeld van twaalf figuren – de apostelen – die rond de tafel zitten. ‘De bunker is zo gek nog niet, de wereld des te erger’, verklaarden de kunstenaars direct na hun ondergrondse avontuur. ‘We hebben ons de plek eigen gemaakt. De bunker is nu van ons’, zegt Moonen, die nog wel eens terug wil naar de schuilplaats. Grootjans vindt een tweede ervaring niet nodig. ‘Ik ben uit de bunker, maar de bunker gaat nooit meer uit mij.’