Hij wordt, met W.F. Hermans en Harry Mulisch, gerekend tot de Grote Drie van de vorige eeuw. Was Gerard Reve een geniaal schrijver?...
Jan Wolkers, schrijver: ‘Ik hield echt van hem, en heb ook vreselijk met hem gelachen. Een tijdje hebben we bij elkaar in de buurt gewoond, aan het eind van de jaren vijftig in Amsterdam. Voor het Volkstoneel hebben we samen enkele scènes geschreven.
‘Op feestjes kon hij uit de keuken komen met zijn lul op een bordje vóór zich, een paar blaadjes sla eromheen gedrapeerd, en een beetje goedkope mosterd. Iedereen moest daar om lachen, maar niemand hapte toe. Met zo’n grap kon hij maar moeilijk stoppen. Als hij dan voor de tiende keer met die lul op dat bordje de hoek om kwam, wist je het wel.
‘Een klein beetje gaat dat ook op voor zijn werk. Hij heeft sommige dingen uitgemolken. Maar om dan kleinerend over Reve te doen, zoals Mulisch vandaag op de televisie, dat is echt onzin.
‘Gerard Reve is een geniaal schrijver. Boeken als Werther Nieland, het verhaal De ondergang van de familie Boslowits en de grote brievenboeken uit de jaren zestig zullen altijd blijven.
‘Vanaf die tijd ben ik hem uit het oog verloren. Hij had toen vriendjes die als kleffe schoothondjes om hem heen hingen, daar hield ik niet van. In zijn werk en daarbuiten ging hij depias uithangen. Dat heb ik altijd jammer gevonden. Wel was ik blij voor hem dat hij in Joop Schafthuizen een trouwe vriend vond. Die kan niet genoeg geprezen worden, zo zorgzaam als hij al die jaren voor Reve is geweest.’
Harry Mulisch, schrijver: ‘Ik denk dat het snel ophoudt met de waardering voor het werk van Reve. Hij heeft in het begin zijn beste werk geschreven. Daarna werd het minder. Je kunt het beter omgekeerd hebben, dat je rottig begint en daarna beter wordt.
‘Zijn stijl is in zekere zin zijn ondergang geweest. In iedere zin moest iets grappigs staan. Over vijftien jaar is er een nieuwe generatie in Nederland, en die begrijpt dat niet meer. Het is onvertaalbaar. Het is niet voor niets dat hij in het buitenland nooit aansloeg.’
‘Bij Reve gaat het vooral om de stijl. Maar stijl moet je vergeten als je een roman leest. Zijn belang ligt, denk ik, vooral bij buiten-literaire zaken, de taboes die hij doorbrak, zoals rond homoseksualiteit en religie.
‘Nee, concurrentie is er niet geweest tussen ons. Wel ben ik op een gegeven moment gebrouilleerd met hem geraakt. Hij heeft lelijke dingen over mij geschreven in De Taal der Liefde. Toen heb ik een pamflet tegen hem geschreven: Het Ironische van de Ironie. Omdat iedereen denkt dat hij ironisch is, kon Reve dingen zeggen over Surinamers die terug moeten op hun Takkie-Takkie- stoomboot. Maar ik voelde dat het geen ironie was: hij dúrfde zich niet racistisch uit te laten. Hij bedacht daarom deze truc.
‘Reve heeft allemaal bewonderaars en volgelingen, om hem heen, die alles van hem op veilingen kopen. Het is een sekte, rond Reve, en die zal uitsterven. Nee, zelf was hij geen navolger. Dat moet je hem nageven: hij was helemaal zichzelf.’
Nop Maas, biograaf Gerard Reve: ‘Ik heb bij mijn onderzoek honderden, zo niet duizenden brieven van lezers onder ogen gekregen: het bleek dat hij wist – vooral met brievenboeken als Op weg naar het einde – mensen zó te raken, dat ze dachten een persoonlijke band te hebben. Misschien verklaart dat ook waarom van Reve zoveel geveild en verzameld wordt: als je de schrijver die je zo raakt niet lijfelijk kunt aanraken, kun je altijd nog iets tastbaars van hem kopen op een veiling.
‘Of hij alweer snel vergeten wordt, zoals Mulisch zegt? Ik zie Reve niet snel vergeten worden. Vaak is het maar één werk dat overblijft, zoals de Max Havelaar van Multatuli. Bij Reve ligt het voor de hand dat dat De Avonden wordt: een ijzersterk debuut, waar hij zijn leven lang last van heeft gehad. Want het is niet zo dat het werk daarna minder werd – zoals wel wordt gezegd. Je kan zijn werk indelen in drie periodes: de vroege realistische romans; de reisboeken, wat je de echte bekentenisliteratuur kan noemen; en de latere romans, zoals Bezorgde ouders, die afstandelijker zijn.
‘Hij wist van het begin af aan de televisie te gebruiken. Hij was een knappe man, hij plakte goed op het medium. In 1961 heeft hij al de wereld verbaasd door te zeggen dat Mulisch op zijn sodemieter moest krijgen. Maar ik denk niet dat hij alleen maar een poseur was, dat het hem alleen maar om de ironie ging. Als hij in zijn woonplaats Machelen naar de kerk ging, terwijl niemand keek, was hij zeker serieus. Zijn ironie moet je beschouwen als een levenshouding.; een manier om de chaos van de werkelijkheid vorm te geven. Ironie maakte het hem mogelijk om over dingen te spreken.’
Abdelkader Benali, schrijver: ‘Ik heb op de middelbare school wel eens geprobeerd Reves stijl te imiteren: dat bleek heel makkelijk te gaan. Maar ik heb er zelf niets mee; hij heeft ook geen invloed op mijn werk gehad. Van De Avonden heb ik genoten, de vroege brievenromans vond ik ontroerend, maar daarna hield het voor mij op. Ik heb een paar jaar geleden Het boek van violet en de dood gekocht, het boek dat zelfs het telefoonboek overbodig moest maken. Het is voor het eerst dat ik in een literaire hype ben getrapt: het was een slecht boek.
‘Die grappen over die ezeltjes, die hebben nu een enorme baard gekregen. Kijk, als er nu een islamitische Gerard Reve op zou staan, zou het weer dezelfde heibel opleveren. Hij kon als geen ander meerdere lagen tegelijk aanboren: zowel godslasteren als zeggen dat kunst religie is. Hij kon afstand nemen én omarmen. Dat zie je maar heel erg weinig onder Nederlandse schrijvers, en daar waardeer ik hem zeer om.’
Robbert Ammerlaan, uitgever De Bezige Bij: ‘Als uitgever van Reve heb ik vele malen contact met hem gehad, maar aan nieuw werk hebben we in 2003 alleen zijn brieven aan Bram Peper uitgebracht. Helaas heeft zijn gezondheid niet méér toegelaten. Maar Reve bleef een leverancier van schitterende zinnen.
‘Ik herinner me die middag dat hij achter in de tuin zat van zijn huis in Machelen, en met een ernstig gezicht naar het tuinhuisje blikte. Op gedragen toon sprak hij toen de woorden: ‘‘Daar is Maria nu al drie keer aan mij verschenen.’’ Waarna hij even pauzeerde. En toen: ‘‘En gratis.’’
‘Vanaf 2000 mag ik me, in alle bescheidenheid, zijn uitgever noemen. Een grote eer. Gerard Reve heeft ons aan de literatuur gebracht en aan het lezen geholpen. Nader Tot U, De Taal der Liefde, Lieve Jongens, en zijn gedichten: onvergetelijke ervaringen. Zijn stijl – die combinatie van ernst en humor, soms binnen één en dezelfde formulering – is zo onnavolgbaar, dat Reve ook welhaast onvertaalbaar lijkt te zijn. In het buitenland is zijn werk nooit aangeslagen. Ik loop op dit moment door Parijs, en hier kent helaas niemand hem.
‘Je kunt zeggen dat Reve in 2000 terugkeerde naar het oude nest, want in 1947 is zijn debuut De Avonden al bij De Bezige Bij verschenen. Daarna heeft hij vele andere uitgevers gehad. We zullen zijn werk blijven herdrukken.’
Herm Pol, bedrijfsleider boekhandel Athenaeum in Amsterdam: ‘Of Gerard Reve nog wordt gelezen? Hij wordt nog goed verkocht, zij het niet meer in dezelfde mate als tien jaar geleden. Gerard Reve is, om de een na laatste zin van De Avonden te parafraseren, – waarvan te vaak wordt gezegd dat het de laatste is –, niet onopgemerkt gebleven.
‘Ook de boekjes óver hem die de laatste jaren zijn verschenen, doen het goed. En de cd van zijn optredens: Reve had immers een heel ritueel om zich heen hangen; hij wist zichzelf goed uit te baten. Ik weet zeker dat hij niet vergeten wordt.’
Hella Haasse, schrijfster: ‘In de tijd dat De Avonden verscheen, publiceerde ik zelf ook al. Ik vond dat zijn opinies getuigden van een gezond verstand. Maar ik heb alleen iets met zijn vroege werk. De ondergang van de familie Boslowits, Werther Nieland. Ik vind dat schitterende verhalen, die op een indirecte manier vertellen wat mensen in die tijd bezighield. Ook het brievenboek Op weg naar het einde had dat nog. Mijn respect voor dat werk staat als een huis.
‘Met zijn latere werk had ik geen contact meer. Het is een wereld waarin ik me niet meer kan verplaatsen. Het lijkt in zijn latere werk of hij afstand heeft genomen van alles. Ironie, zegt u? Ik ervaar het als scherpe, bittere spot.
‘Er zal een tijd zijn geweest dat hij daar zelf veel plezier van had. Hij was een voortreffelijke komediant, die die spot gebruikte als wapen. Het was een wapen tegen het heersende klimaat in Nederland, waar hij buitengewoon kritisch tegenover stond.’
‘Nee, zelf ben ik nooit door hem aangevallen geweest. Ik kende hem ook niet, ik heb hem maar een paar keer ontmoet. Ik zou ook niet weten of hij mijn werk wel kende.’
A.F.Th. van der Heijden, schrijver: ‘Niet onverwacht, toch triest om te horen dat Gerard Reve is gestorven. Alsof er een sleutel definitief wordt omgedraaid. ‘Eigenlijk zou de grafsteen van een schrijver die door dementie zijn instrument is kwijtgeraakt, drie data moeten bevatten: behalve de geboorte– en sterfdatum ook de dag dat de Umnachtung is begonnen. Want op die dag is het schrijverschap al geëindigd.
‘De openbaring was voor mij Lieve Jongens uit 1973, het eerste boek dat ik van hem las: niemand schreef toen zo. Ik las meteen alles van hem, herlas hem, dweepte met hem, volgde hem na. En in 1975 kwam de omslag, met Een Circusjongen: dat bevat zijn allermooiste proza, maar het eindigt in kitsch. Daarna heeft hij het oude niveau niet meer gehaald, al zal ik Reve daarom nooit afvallen. Als je De Avonden, Werther Nieland, Op Weg Naar Het Einde, Nader tot U en de novelle “Gossamer” op je naam hebt, dan is dat al een uitzonderlijk oeuvre.
‘Een chronologische uitgave van zijn mooie brieven zou ik graag tegemoet zien, al heb ik een lichte huiver voor de vele overlappingen die zo’n rangschikking onvermijdelijk aan het licht brengt.
‘Eén keer heb ik hem ontmoet, toen we in september 1986 allebei moesten voorlezen tijdens een festival in Leuven. Op een achterafterrein met draglines en puinhopen zat Gerard Reve, en keek uit over dat desolate terrein. Toen ik hem dicht genaderd was, zei hij zonder op of om te kijken: ‘‘Ach ja, ik heb altijd werkkamers op het noorden gehad, met dit soort uitzicht. Dat is, gek genoeg, het meest inspirerend.’’
‘In mijn roman Advocaat van de hanen uit 1990 heb ik een soort pastiche op Reve geschreven, met een verwijzing naar het beroemde ezel-proces. Naar mij is verteld, heeft Reve dat gelezen. Op een avond nam hij het boek mee naar boven, om de volgende ochtend later dan gebruikelijk op te staan. En, werd hem toen gevraagd, heb je Van der Heijden gelezen? Waarop hij bevestigend knikte en zei: ‘‘De man is zwaar beïnvloed door mij.’’’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Cultuur & Media:
kunst & literatuur,
showbizz,
film,
tv.