Landbouwzweet en overkokende seks

Erik is ook de man van de vele vriendinnen, de een nog mooier en volmaakter dan de ander. Vrouwen die hij zozeer aanbidt dat ze huiverend bij hem weglopen. Daar zijn ze weer: Eefje, de fatale blonde uit Veranderlijk en wisselvallig en Altijd de vrouw, stoere saxofoniste Laura Lauweren die altijd even meedoet, het jongensmeisje Zelda uit De ongeschreven leer, en marmeren schoonheid Aminta die hem twee romans geleden, in Tussen mes en keel, de doodsteek gaf door hem te verlaten toen hij in een diepe depressie verkeerde. Waar dat boek begint, met een ontredderde Erik die vertrekt uit Toscane, eindigt Malocchio.De locaties wisselen - Toscane of Amsterdam -, de rolbezetting vertoont per roman kleine wijzigingen, en vooral de toonsoort verschilt telkens, van arrogant hedonistisch, zoet pastoraal, naar verbeten rancuneus. Variatie binnen zelfgekozen beperking. Al met al heeft Meijsing in die 28 jaar een strak gestructureerde en fijndooraderde romanwereld getimmerd. Dat spiegelpaleis zal weliswaar veel overeenkomsten hebben met het leven van Geerten Meijsing (en de tot literatuur getoverde geliefden lezen zijn boeken toch niet, stelt Erik bitter vast), maar dat doet er in dit geval weinig toe. Het 'echt gebeurd' dringt zich nergens hinderlijk op, zoals bij Gerard Reve, zoals bij iedere volbloedromanschrijver. De vorm maakt het verschil. Emotie komt gestileerd harder aan.Ogenschijnlijk laat Meijsing, ooit vormvast retoricus, die vorm meer dan ooit los. Malocchio heeft weliswaar één onderwerp: zijn leven in de casa colonica in Arsina, met Chiara, tussen haar derde jaar, als moeder Eefje vertrekt, en haar twaalfde jaar, als het de moeder ineens weer zint haar bij zich te hebben. Een ongemakkelijk stel, de overbezorgde vader en het vroegwijs serpentje. Ze zitten elkaar soms lelijk in de weg . Híj wil eigenlijk achter zijn bureau om te werken, zíj wil een normale jeugd. Hij wil haar overvoeren met de mooiste indrukken, landschappen en voortreffelijk voedsel, zij weigert te eten. Ze zijn tot elkaar veroordeeld en in diepe liefde verbonden.Maar Meijsings aanpak is zo aards en alledaags dat je even denkt bij jezelf thuis te zijn, Toscane of geen Toscane. Erik verhaalt zorgelijk over rugzakjes en pauzehapjes, knipt nagels en haren, kan bijna niet wachten tot de schoolbel weer gaat bij het nonnenschooltje, kijkt bij zwemles, verkneukelt zich in Pinocchio, Lange Wapper en boomhutten bouwen, harkt en wiedt dat het een aard heeft en bakt pruimentaarten, waarvan hij ons goedmoedig het recept geeft. The housewife's work is never done. Intussen ontwikkelt Chiara met haar priemende blik het boze oog - malocchio. Dat is wel nodig ook, want huisbaas Giannini, een verwende nepgraaf die de villa op het landgoed bewoont, wil hen uit het paradijs verdrijven. En dan zijn er nog de vriendinnen die azen op haar vaders aandacht.En intussen verloedert het mooie hart van Italië. Rijke buitenlanders, halve kunstenaars en dwepers bezetten en verwoesten Toscane. De boerenbevolking wordt verdreven of afgekocht en de ene na de andere boerenwoning wordt verbouwd tot een smaakvolle pagina in Beter wonen. De nieuwe bevolking papt aan met de arrogante Toscaanse bovenlaag en schrijft flutboeken over hun droomland: 'Het is een literair genre geworden waarvan ik kotsen moet.' Hij, Erik, is zogenaamd schrijver. Van welke boeken dan wel? Hij hoort er niet bij. Behalve zijn huis, hun dierbare, met onkruid overwoekerde bunker, begint het hele Toscane hem walging in te boezemen. Ineens moet hij het niet meer, het overschatte boereneten, de zure Chianti, de kirrende kunstminnaars en de levenloze prentbriefkaartstadjes. Hij kan nog wel de lof zingen van de echte, volmaakte focaccia met knapperige korst, maar die heeft hij dan ook zelf ontdekt, in een van zíjn mooiste straatjes van de wereld, in zijn Lucca. De huisbaas, die hem eerst nog de weg wees naar de juiste winkels, de juiste restaurants en de juiste stijl, blijkt een gluiperd. Dood moet hij, deze malloot die rond het huis sluipt, en je hoopt als lezer dat het ook gebeurt.Gaandeweg verandert deze roman van een gemoedelijk alleenstaandevaderboek (Meijsing liep op de trend vooruit) in een tragische geschiedenis. Malocchio blijkt een roman over verlies. Verlies van een kind en van een zelf veroverd thuis. Geluk dat niet meer te achterhalen is, een paradijs waarvan de poort in het slot is gevallen. Die verandering gaat bijna ongemerkt, en dat is het meesterlijke aan deze roman. Meesterlijk ook in letterlijke zin: subtiel bespeelt Meijsing alle registers. Waar hij vroeger 'canto's' en intermezzi voor nodig had, gaat het nu in één moeite door. De toon zwiept naar alle uithoeken van het gemoed, van woedend naar melancholiek, van wraaklustig naar gelaten. De scènes met de buurman worden kluchtiger, beide vijanden geschifter. En intussen moet er ook nog gekookt worden.Casa colonica is dichtgespijkerd, in het oeuvre van Meijsing, en waarschijnlijk ook in het echte leven. Vader en dochter rijden er vele jaren later langs, en kunnen wel janken. Zó rook het er, als je er over het bemodderde pad aankwam: 'Nog warm varkens- en konijnenbloed van geslachte dieren, de stank van leerlooi, het frisse parfum van pas gezaagd en gespleten hout, honden-, ezels- en kippenstront, de leefgeuren van eten dat te lang op het vuur heeft gestaan en beddengoed dat lang niet is uitgehangen, de weëe en zurige reuk van gestremde melk voor de ricotta, het zoet van honing en het overzoet van dooie dieren, pasgeboren baby's en op sterven na dode oudjes, tabaksbladeren, hammen en worsten die te drogen hangen, vers hooi, landbouwzweet, overkokende seks, openlijke incest en incontinentie, bleekwater aan de waslijn en assintels op het onverharde pad, zeep die in grote olievaten staat te zieden, de vonken van slijpsteen, autobanden, plastic en roest.'Meijsing is een schrijver met een neus, een hart en een verbluffend mooie pen.Geerten Meijsing: Malocchio - Een Toscaanse jeugd.
De Arbeiderspers; 271 pagina's; euro 17,95.
ISBN 90 295 3098 7.