Afgunst

Ik hou van extreme lezers. Ik ben er zelf een. Altijd alles aantekenen, nooit iets willen vergeten. Optellen, vergelijken, alles beter willen weten....

Jos Swiers las op deze plaats enige weken geleden hoe ik beweerde dat Jan Hanlo van alle Nederlandse dichters de meeste vogels in zijn poëzie laat nestelen. Daarmee schoot ik onder de duiven van Swiers. Hij stuurt me zijn boekhouding waaruit mag blijken dat niet Hanlo, maar Chris van Geel de meeste vogels houdt. Hanlo: vier duiven, Van Geel: dertien (waaronder een Turkse tortel). Hanlo: twee uilen, Van Geel: veertien. Hanlo heeft weliswaar een meeuw meer, en Van Geel heeft geen raven waar Hanlo er twaalf heeft, maar de eindstand is verpletterend: Hanlo 39, Van Geel 145 (inclusief vier kippen).Een andere lezer, H. van Boxtel, voelde zich aangesproken toen ik vorige week betreurde dat er geen woordenboek van vogelgeluiden bestaat. Hij stuurt me een kopie van het naslagwerk waaraan hij werkt: papegaaiengeluiden. Tot nu toe heeft hij 77 bronnen geraadpleegd. De resultaten zijn op geluid geordend, van het 'aa-aa' van de ara ambigua tot en met het 'zwree-enk' van de poicephalus robustus. Hoewel het nog lang niet is voltooid, kun je zien dat dit straks een prachtig, dik boek zal zijn, dat vooral hardop gelezen moet worden: 'kuk-kuk-kuk-kuk-kuk' (rhynchopsitta pachyrhyncha), 'kesj-it...kesj-it' (amazona farinosa).Ed Schilders