Willem de Kooning zag zijn kunst als een happening. Het is action painting, vond de Amerikaanse schilder van Nederlandse komaf....
'ALLES is reeds in de kunst', schreef Willem de Kooning, 'als in een grote kom soep. Alles is er reeds in. Je hoeft er alleen je hand maar in te steken en je vindt iets. Maar iets dat er al was. Als in een stamppot.'
De Kooning, 'de ongekroonde keizer onder de kunstschilders', werd geboren op 24 april 1904 in de Rotterdamse Zaagmolenstraat. Toen hij 22 was, reisde hij als verstekeling naar New York aan boord van een vee-transportschip, 'om rijk te worden' en omdat hij plaatjes van mooie vrouwen had gezien. Hij had er allerlei baantjes, van timmerman tot reclameschilder, tot hij zich in 1934 in de New-Yorkse kunstenaarswijk Greenwich Village tussen de bohémiens vestigde en zich 'kunstschilder' ging noemen.
De Kooning ontmoette er Jackson Pollock. Samen hebben ze 'gezopen als ketters' in de New-Yorkse Cedar Street Tavern of de Artists Club. De grote doorbraak kwam toen Pollock van de ene op de andere dag door enkele artikelen in Life een beroemdheid was. Het werd een prestigeslag tussen die twee. Pollock 'had het ijs gebroken', vond De Kooning. Hij was de abstract expressionist pur sang. Pollock blies de Amerikaanse kunst nieuw leven in. Hij gaf zijn tijdgenoten, ook De Kooning, het vertrouwen om risico's te durven nemen.
Vanaf 1938 schilderde De Kooning vooral droevige mannenportretten of 'abstracte' werken in lyrische kleuren. 'Dat fascineert me, iets maken waarvan ik nooit zeker kan zijn, en anderen ook niet. Ik zal het nooit weten, evenmin als iemand anders.' In de jaren vijftig maakte hij zijn beroemde Womenscapes, 'vrouwenlandschappen', loftuitingen aan de vleselijkheid. Zijn figuren schilderde hij à la crapaudine, in kikvorsachtige seksstandjes.
Zijn doeken - vonden sommige critici en moraalridders - waren aanstootgevend; ze waren luidruchtig en gewelddadig, zeer agressief. De Kooning keerde zich in zijn schilderijen tegen de krampachtige manier waarop in de Amerikaanse samenleving over seks werd gedacht. Dat beviel The New York Times niet. De Kooning kreeg slechte kritieken; hij was een kladschilder en een charlatan. 'Gedegenereerd, immoreel en afstotelijk', kopte de kwaliteitskrant.
Als je langer naar zijn werk kijkt, naar die prachtige schilderijen die oud-directeur Edy de Wilde voor het Amsterdamse Stedelijk Museum aankocht, zie je een anatomische tekening. Soms zijn het frêle vrouwen, Long Island-schatjes; soms ook Manhattan-heksen, wild geschilderde, vlezige vrouwen.
Zijn vleeskleurige doeken tonen gemangelde en ontwrichte lichamen. Ze suggereren de vunzigheid, het geweld en de rusteloosheid van het stadsleven. In zijn werk ontploft de 'proteïsche energie'. Het is action, een regelrechte happening.
Maar tegelijk resoneert in elke vezel van de schilder de kunst van de 'oude' meesters, het werk van iemand als Chaim Soutine. Daar is De Kooning altijd gek op geweest. 'Ik denk dat het het bedwelmende van de verf is. . . Er is sprake van verandering, een vleselijkheid in zijn werk', zei De Kooning over de schilderijen van Soutine.
De Kooning heeft een buitengewoon zwaar leven geleid. Hij was een notoir drinker. De meeste van zijn collega's abstract-expressionisten zijn vroeg aan hun einde gekomen. Sommigen pleegden zelfmoord. Het abstract expressionisme, schreef Robert Storr, is 'geen terrein voor bejaarden'. Jonge helden moeten jong sterven. De Kooning echter, nochtans aangetast door de drank en de pillen, werd 92.
'Kunst maakt mij niet vreedzaam', verzuchtte hij ooit. 'Ik lijk altijd verwikkeld te zijn in het melodrama van de vulgariteit.' In het boek dat Lee Hall over hem en zijn vrouw Eliane Fried schreef, treedt hij op als een drankorgel en een vrouwenloper. De Kooning was op den duur zo'n personage, een oude en seniele man die in zijn eigen huis door vrouw en dochter gevangen was gezet en voor wie de fles het middelpunt van zijn leven was.
De Kooning leed de laatste jaren aan de ziekte van Alzheimer. Hij at niet meer, hij dronk, of liever: hij zoop. Zijn vrouw, van wie hij - na een turbulent liefdesleven - gescheiden woonde, en zijn assistenten hielpen hem van de drank af. De ontwenningsverschijnselen en het ontgiftigingsproces waren verschrikkelijk. Het was een angstaanjagende overgangsfase naar een onvoorspelbare toekomst.
Zijn schilderijen van de jaren tachtig, in de woorden van Storr 'de minst aarzelende van deze altijd door twijfel gekwelde kunstenaar', waren omgeven door een waas van achterdocht. Bestond er zoiets als het Alzheimers meesterschap? Op 75-jarige leeftijd startte De Kooning een nieuwe fase in zijn leven. In 1981 begon hij, na een lange en rusteloze periode, weer volop te schilderen. Hij maakte nog meer dan driehonderd doeken.
Naarmate hij ouder werd, versoberde zijn palet. Misschien was hij gewoon doodop. Hij schilderde met een paletmes en tekende met uit de tube geknepen verf. Vervolgens schraapte hij het teveel aan verf weg. In 1995 kwam naar aanleiding van controverses over De Koonings Altersstil, zijn late stijl, een groep deskundigen bijeen om twee dagen lang over die driehonderd schilderijen te praten. Ze kwamen tot de conclusie dat het 'een periode van wezenlijk belang was, die volledig geïntegreerd dient te worden in elke beschouwing van wat hij in zijn leven tot stand heeft gebracht'.
Maar het late werk werd niet door iedereen bejubeld. De Kooning werd geattaqueerd. Die kritieken echter waren in vele gevallen vooral gebaseerd op journalistieke roddels en geruchten. De Kooning was ziek; zijn werk was het werk van een krankzinnige, een bezopene. Zijn dochter Lisa kreeg het in 1989 voor een rechtbank gedaan dat haar vader onder curatele werd geplaatst en hem de zeggenschap over zijn 150 miljoen dollar geschatte vermogen werd ontnomen.
Strikt genomen bleven zijn werken onaf. Het zijn voorstellen tot 'mogelijke interpretaties van de werkelijkheid'. Er lijkt iets in het schilderij te friemelen. Vanuit telkens weer andere posities bekeken, laten De Koonings schilderijen weer wat anders zien. Een ander schilderij. Een andere propositie.
Van hem werd beweerd dat hij tekeningen met gesloten ogen maakte. 'Het is allemaal heel raadselachtig', zei De Kooning ooit. 'Maar ik ben geen raadsel.' I paint to live. Bij elk schilderij hoort een verhaal, een levensverhaal. 'Er bestaat geen bepaalde manier om naar een kunstwerk op zich te kijken. Er moet een geschiedenis bijkomen; er moet heel wat rond verteld worden; het maakt immers deel uit van een heel mensenleven. . .'
Lang voor hij van zijn penselen en zijn verven vervreemd raakte, vergeleek De Kooning zich met andere grote meesters. 'Op de een of andere manier heb ik het gevoel dat de oude Monet zich zo moet hebben gevoeld of de oude Cézanne. Ik begrijp hen nu echt.' Het waren uitgesproken solipsisten, zoals hij, eenlingen. 'Ik ben pas echt in mijn element, wanneer ik een beetje buiten deze wereld ben: dan ben ik in de echte wereld.'
Paul Depondt
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Cultuur & Media:
kunst & literatuur,
showbizz,
film,
tv.