Voebe de Gruyter (1960) kruipt graag in de huid van het kleine. Vooral oneffenheden zoals vlekken, krassen en stofdeeltjes kunnen rekenen op haar aandacht....
In de tekening Het Vlooientapijt (1995), die kort geleden in het Stedelijk Museum hing, vergelijkt De Gruyter kunstenaars met vlooien. Zonder zichzelf of haar collega's zodoende te vermorzelen, brengt ze hun roemloze geploeter in kaart. Ze schetst als het ware 'het kunstklimaat'. Het vlooientapijt leeft en broeit in de hitte!, schreef ze op haar grafiekpapier, waar elke vlo gelijk is aan één kunstenaar. Degenen die springen hebben lucht nodig, de anderen die men niet ziet, zitten toch in het tapijt te wriemelen - d.i.: botsen, stoten, eten, pissen, kakken.
Onlangs spuwde De Gruyter haar gal over het gebrek aan respect voor haar beroepsgroep, in een interview met het vaktijdschrift Metropolis M. Ze klaagt speciaal de media aan, die veel te makkelijk korte metten zouden maken met andermans werk. Een journalist had het hare kinderspel genoemd. De Gruyter: 'In Nederland zijn zoveel goede kunstenaars dat ze denken dat ze er wel op neer mogen kijken, maar daar moeten ze toch heel voorzichtig mee zijn, vind ik. Ze beseffen niet dat een kunstenaar z'n hele leven investeert, al z'n tijd en geld en gevoelens gaan erin zitten.'
De Gruyter blijft vaak dichtbij zichzelf. Op een foto uit haar studiejaren (Zonder Titel, Kalkgebrek, 1992) verschijnt haar eigen middelvinger in close-up, de nagel vol witte kalkvlekjes. De steen in de ring die ze draagt bestaat uit een fotootje van diezelfde bewolkte nagel, op ware grote. Het kalkgebrek is veranderd in een decoratief fenomeen, eerder damesachtig dan kinderachtig, maar toch allerminst een gelikt pronkjuweel.
Op haar huidige expositie bij Galerie van Gelder in Amsterdam attendeert De Gruyter haar publiek rechtstreeks op de niet te onderschatten krachten van kalk. In het wit gestucte toonzaaltje prikte ze kunstwerken aan de muren, waarin ze de overeenkomsten uittekent tussen de constructie van ons eigen lichaam en die van de ruimte eromheen: de kalk in onze botten vindt een equivalent in de witte wanden en het plafond.
Leef u woede uit op Gibrok (Gipsen) wand, noteerde de kunstenares op een tekeningetje van een man die te keer gaat tegen de muur. En, in een omkering van het gezegde dat impliceert hoe zinloos dat zou zijn, verklaart ze: Het gips absorbeert en onthoudt. Afgaande op de duurzaamheid van dat materiaal, is het niet eens zo'n idioot idee. Wat er na onze ontbinding van ons resteert zijn onze botten. De ons overlevende kalk bewaart misschien iets van ons wezen, zoals De Gruyter suggereert in haar fraaiste tekeningen bij Van Gelder.
Het zijn ijle voorstellingen van Blijvenden. Nu eens is er slechts één skelet op te zien, gezeten aan een terrastafeltje, dan weer een hele reeks geraamtes, oplichtend in een blauwe gloed tussen twee gipswandjes. Raarder, maar tegelijk zeer poëtisch, is Longen van stucadoors: een tekening van wit uitgeslagen longen die zichzelf als vlinders hebben bevrijd en van ons wegvliegen in een groen paradijs.
Wilma Sütö
Voebe de Gruyter, t/m 21 januari (verlengd) in Galerie van Gelder, Planciusstraat 9, Amsterdam, open: di-za 13-17.30 uur.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Cultuur & Media:
kunst & literatuur,
showbizz,
film,
tv.