*

 

Bolink maakt bestek van rundertong en 'konijnt' een haas

LUCETTE TER BORG − 14/03/98, 00:00

De Nederlandse kunstenaar MERIJN BOLINK onleedt honden, konijnen en slangen, maar ook kinderwagens, flessen wijn en tinnetjes koffiemelk. 'Pas als ik een hond tot op het bot heb ontleed, kan ik zeggen: hond, jou ken ik.' Een boek en twee tentoonstellingen belichten het nieuwe werk van de beeldhouwer....

Twee voorbeelden. 'Als ik een weiland zie, stel ik me voor hoe het land is als al het gras weg zou zijn en er alleen maar wormen zouden kruipen.' Of: 'Als ik door een straat fiets, zie ik het beeld van alleen maar kloppende harten bewegen: dat is alles wat van de mensen rest.'

Het zijn twee voorbeelden van de manier waarop de Nederlandse beeldend kunstenaar Merijn Bolink (1967) de wereld beschouwt: uitgekleed, ontleed, ontmanteld. Het zijn twee voorbeelden ook, die een indruk geven van hoe hij de wereld om zich heen vertaalt in kunst. Het is kunst die de werkelijkheid niet met rust laat, maar haar tart tot fantastische proporties.

Bolink is nu bijna zes jaar afgestudeerd aan de AKI in Enschede. In die jaren heeft hij het leven geschonken aan beelden die zich in ons bewustzijn hebben genesteld, alsof ze daar altijd thuis hoorden. De kinderwagen uit 1992 bijvoorbeeld, die een stoet van veertien mini-kinderwagentjes voortbracht - allemaal afzonderlijk gemaakt van één van de veertien materialen waaruit de 'moederwagen' bestaat.

Of de tijger die door een frietsnijder is geduwd en verandert in een lijf met tientallen zwengelende 'tijgerfrietjes'. Of de eekhoorn, die versmolten is met het hout van de ladder waar hij tegenop klimt. Of, om een recent voorbeeld te noemen, de tafel, waarop een zeventiende-eeuws aandoende stilleven is uitgestald - met citroenpers, bakmeel, zeef, pollepels en bestek - dat letterlijk wordt geëchood in het tafeloppervlak.

Zo zijn nog tal van voorbeelden te noemen van 'wereldse' onderwerpen die tot op het bot worden ontleed, mysterieus verveelvoudigd en min of meer associatief worden getransformeerd tot hybride, 'bezielde' voorwerpen en levenloze wezens. 'Pas als ik een dode hond helemaal uit elkaar heb gehaald,' zegt Bolink in zijn tot aan de nok volgestapelde atelier in Amsterdam, 'als ik zijn vel van zijn huid heb gestroopt, zijn milt, nieren en lever in mijn handen heb gehad, z'n spieren en botten blootgelegd, kan ik tegen die hond zeggen: ja, jou ken ik.'

Bij die kennis neemt de kunst haar aanvang, en ook de wetenschap, die volgens Bolink 'zoveel dieper gaat dan beeldende kunst'. 'Een beeldend kunstenaar heeft het voordeel dat hij ongelooflijk veel vrijheid geniet, maar het nadeel - en van die tekortkoming ben ik me erg bewust - is dat hij oppervlakkig blijft.

'Een wetenschapper koppelt zijn ontdekkingen aan natuurwetten, terwijl ik, tja, wat doe ik nou? Ik ontdek de logica achter mijn werk vaak pas jaren later, en van een beeld kan ik een jaar na dato pas zeggen of ik er nog van houd of niet.'

Bolink twijfelt daarom: een studie biologie of scheikunde, die hem bijvoorbeeld toestaat het geheim van het leven te doorgronden, lijkt hem wel wat. Maar aan de andere kant: 'Wat zijn de natuurwetten over tweeduizend jaar?' Dus prefereert hij vooralsnog de beeldende kunst, vanwege die vrijheid.

'Nadat ik de dingen heb ontleed, begin ik aan een reconstructie, en die kan - zoals in het geval van de piano - wel een jaar in beslag nemen. Ik wíl zelf in de nieuwe werkelijkheid, de metamorfose, geloven die ik creëer. En om die te accepteren, moet alles kloppen.'

Bolink wijst op een opgezet hazenpaar in zijn atelier. De bovenkant, de onzichtbare onderkant, de zijkant van de kop van de haas heeft hij met konijnenbont beplakt. 'Alleen aan de omvang van het dier, aan de vorm van zijn kop en oren kun je nog zien dat het hier om een haas gaat', zegt hij. 'Maar verder is het dier konijnen.'

Het zijn precies die reconstructies, metamorfoses, gedachtensprongen of hoe je ze ook wilt noemen, die het werk van Bolink aansprekend, maar soms ook oppervlakkig maken. De gedachtensprong bij de leren bal uit 1995 die het uiterlijk van een koe heeft, is klein. En ook zijn constructie van een emmer (de waterdrager) met brandslang (de watertransporteur) roept voor de hand liggende associaties op.

Maar daartegenover staan beelden van uiterst dubbelzinnige en poëtische zeggingskracht. Zoals het bestek, van rundertong gemaakt en op sterk water gezet, dat gepaard wordt aan een tong die uit omgesmolten antiek bestek is gegoten.

Bolink herkent het probleem in zijn werk. 'Waar ik zelf door word aangetrokken, maar tegelijkertijd ook een hekel aan heb, is de automatische dubbelzinnigheid die veel hedendaagse kunst en reclame kenmerkt. Zo van: je pelt een betekenislaag af en je houdt een visueel grapje of vondst over. Dat is het dan. Ik probeer daar iets tegenover te stellen. Ik probeer iets toe te voegen aan datgene wat, qua idee, snel kapot kan gaan.'

Lucette ter Borg

Nieuw werk van Merijn Bolink is vanaf vandaag t/m 28 maart te zien bij Art Book, Van Baerlestraat 26, Amsterdam, en vanaf 21 maart t/m 25 april bij galerie Fons Welters, Bloemstraat 140, Amsterdam. Boek: Merijn O. Bolink - There must be a simple way...to make everything quite clear. Prijs: ¿ 35,- Stichting Artimo.

mailIcon print |