Maarten van Roozendaal: compromisloze liedjeszanger

Maarten van Roozendaal (1962-2013) heeft nimmer een groot publiek getrokken. Maar op zijn bescheiden publiek heeft Van Roozendaal een onuitwisbare indruk gemaakt.

 
Eindelijk weer eens een cabaretier die humoristische is zonder alles leuk en gezellig te willen maken

In zijn laatste programma De Gemene Deler strooit Maarten van Roozendaal statistische gegevens van de gemiddelde Nederlander over de zaal uit. Van Roozendaal bekeek de statistieken en berekende dat hij met zijn levenswijze - een paar pakjes sigaretten per dag en een vergelijkbare hoeveelheid drank - niet ouder dan 58 jaar zou worden. Alcohol was voor hem zelfmedicatie. Hij dronk voor de prettige staat van verdoving.

Die statistische grens van 58 jaar heeft hij niet bereikt. Maandag is Maarten van Roozendaal op 51-jarige leeftijd overleden. In januari kreeg hij te horen dat hij longkanker had met een onbehandelbare uitzaaiing naar de hersens. Daarmee kwam een abrupt einde aan de carrière van een van de meest indrukwekkende, compromisloze liedjeszangers die er op de Nederlandse podia heeft rondgelopen. In De Gemene Deler zei hij: 'Het leven haalt een smerig geintje met je uit. Net als je het leven door hebt, ga je dood.'

Na wat ongestructureerd werk in bandjes met krakers in de buurt van Alkmaar komt Van Roozendaal begin jaren negentig echt op stoom in het Amsterdamse amateurtheater De Engelenbak. Daar verruilt hij zijn plek achter de bar regelmatig voor een plek op het podium. Met cowboylaarzen en een fles wodka.

Het Amsterdamse Kleinkunst Festival plukt hem uit De Engelenbak weg en haalt hem in 1994 als de nieuwe Ramses Shaffy binnen. Al snel wordt ook de vergelijking met passiezangers als Tom Waits, Randy Newman, Jacques Brel en Bram Vermeulen gemaakt. Het festivalpubliek is direct verliefd op die onaangepaste jongeman met zijn rauwe stem vol gruis, woeste haardos, wild zwaaiende lange benen en agressieve pianospel. Eindelijk weer eens een cabaretier die humoristische is zonder alles leuk en gezellig te willen maken.

Dolkstoot
Als de teksten van Van Roozendaal oppervlakkig worden beluisterd, hoor je een harde cynicus. Het maakt niet uit hoe Van Roozendaal een nummer aanpakt - een speldenprik, dolkstoot of beuk, het is altijd raak. Al het geluk lijkt uit zijn teksten te zijn gezandstraald. Maar daarachter zit een intense gevoeligheid, de aai, een enorme genegenheid voor mensen die falen in dit leven, mensen met schrammen op de ziel, die de liefde niet kunnen vinden, die treuren om de dood van vrienden. Van Roozendaal kan met zijn inktzwarte pen de nutteloosheid van het bestaan feilloos beschrijven.

De gevoeligheid wordt echter nooit overwoekerd door sentimentaliteit. Zelfs niet als Van Roozendaal de opdracht van de VPRO krijgt om een liedje te schrijven over de belangrijkste gebeurtenis uit zijn jeugd, de dood van zijn twaalfjarige vriendje Johan.

Ik neem je voor altijd met mee
Jij blijft gewoon voor goed bij mij
Ik doe het voor ons allebei
Ik leef wel voor ons alle twee

Maarten van Roozendaal heeft nimmer een groot publiek getrokken. Daarvoor was hij te somber en te ingewikkeld. Hij had ook geen behoefte aan televisieoptredens in flauwekulprogramma's om zijn populariteit te vergroten. Op zijn bescheiden publiek heeft Van Roozendaal echter een onuitwisbare indruk gemaakt. Zijn persoonlijke liedjes kunnen bijna niet door anderen worden gezongen, en zullen dus waarschijnlijk steeds minder te horen zijn. Maar zijn oeuvre krijgt een ereplek in de schatkamer van de kleinkunst.

Dit is een ingekorte versie van het postuum van Maarten van Rozendaal dat dinsdag verschijnt in de Volkskrant.