In de spiegel kijken en beginnen

Het zelfportret anno nu? Dat is een foto, op armlengte geschoten en door de korte afstand een beetje vervormd. Of een filmpje met de webcam gemaakt, live terwijl je zit te skypen of geplaatst op Facebook.

Het is jammer dat het Noord-Brabants Museum in de tentoonstelling Met eigen ogen – zelfportretten in de Nederlandse moderne kunst niets doet met de actualiteit van het zelfportret. De lust maar ook de noodzaak zichzelf weer te geven is wijdverbreid. Het staat haaks op de bijna plechtige daad die het zelfportret tot voor kort was.Een hedendaagse visie blijft uit, maar Met eigen ogen weet met een gedegen serie zelfportretten wel goed inzichtelijk te maken wat een vreemd proces dat eigenlijk is, zichzelf afbeelden. Afstandelijk en intiem tegelijk.In de spiegel kijken en beginnen; dat is wat Carel Willink in 1920 deed met een prachtige aquarel en Henk Helmantel in 2007, bij zijn 40-jarig jubileum als schilder. De uitvoering is anders maar de blik is dezelfde: een beetje beducht, vorsend, kritisch, kwetsbaar ook. Net als onder anderen Wim Schuhmacher in 1950, Rein Pol in 1975 en 2007, Dick Ket in 1932, Sidi el Karchi in 2005 en verderop in het museum Antoon Heijligers in 1854.Met eigen ogen maakt onderscheid tussen kunstenaars die zichzelf afbeelden en zij die hun eigen persoon als figuur afbeelden. Daartussen in hangt Constant met een van de zes zelfportretten die hij maakte. Hij staat erop met een vrijwel leeg gezicht. Prominent in beeld hangt zijn hand die een lange kwast losjes vasthoudt – vóór alles is hij een schilder. Mooi beeldrijm ontstaat er tussen een schilderij van Alexandra Rouppe van der Voort (uit 2005) en het beroemde filmpje ‘I’m too sad to tell you’ van Bas-Jan Ader: beiden portretteerden zichzelf hard huilend. Genadeloos. Het is zoals de specialist van het zelfportret, Philip Akkerman (op weg naar de 3000 stuks) zegt; ‘ik schilder niet Philip Akkerman, ik schilder een mens die naar zichzelf kijkt’.