Ariejan Korteweg −
23/02/12, 12:33
Tien nominaties voor The Artist, elf voor Hugo. Voor de Fransen kunnen de Oscars al niet meer stuk. Om nog te zwijgen van Woody Allens ode aan Parijs. Even is la plus belle ville du monde weer the place to be.
Hoe de Oscars ook gaan vallen, één winnaar staat al vast. Voor de Franse film wordt 2012 een topjaar. Alles wat Frans is, leeft mee met
The Artist, grote favoriet in de categorieën beste film en beste acteur en genomineerd voor nog acht beeldjes.
Maar mocht de Amerikaanse jury zich tegen alle verwachtingen in van haar chauvinistische kant laten zien en
The Artist niet belonen, dan kan Frankrijk zich troosten met
Hugo. De film van Martin Scorsese is een eerbetoon aan Georges Méliès, de Franse pionier van de cinema.
Hugo heeft elf nominaties, een meer dan
The Artist.
En wordt het ook met Hugo niets, dan kan het niet anders of Woody Allen schiet te hulp.
Minuit à Paris (
Midnight in Paris voor de rest van de wereld) draait om het stedelijk schoon van de Franse hoofdstad, waarbij een verdienstelijke bijrol is weggelegd voor presidentsvrouwe Carla Bruni (die haar overigens geen nominatie opleverde). Allen werd in vier categorieën genomineerd.
SpiegelbeeldigThe Artist en
Hugo zijn in zekere zin spiegelbeeldige films. De Franse regisseur Michel Hazanavicius liet zich inspireren door de eindstrijd van de stomme Amerikaanse film. Zijn film is gestyled naar de beste Hollywoodtradities en behandelt een dramatisch moment in Hollywood: de overgang van stomme film naar gesproken woord. Hoofdrolspeler Jean Dujardin zou ook rond 1930 voor hoofdrollen in aanmerking zijn gekomen, zowel met tekst als door stil spel.
Martin Scorsese volgde het omgekeerde parcours. De Amerikaan dook voor
Hugo diep in de Franse esthetiek. De verhaallijn wordt zelfs halverwege de film tijdelijk opzij geschoven voor een uitgebreid exposé over Méliès, de man die een eeuw geleden de cinema ontvoerde naar de wereld van dromen en fantasie. Ook voor de Fransen is zijn eerbetoon aan
Le voyage dans la lune (Reis naar de maan) een openbaring. De gebroeders Lumière nemen zoveel ruimte in als de oertijd van de cinema wordt behandeld, dat voor Méliès amper nog plek was. Dat onrecht is door Scorsese in één klap rechtgezet.
Voor de Fransen is de triomftocht van
The Artist een zaak van nationaal belang, een van de weinige lichtstralen in benarde tijden. Terwijl de media over weinig anders berichten dan ontslagen, bezuinigingen, doodvriezende daklozen en wachtrijen bij de soepkeukens, laat
The Artist zien dat Frankrijk nog tot iets moois in staat is. De film is er opnieuw uitgebracht, in driehonderd zalen.
Buiten mededingingDe film nam een zeldzaam lange aanloop om door te breken. Op het festival van Cannes vorig jaar zou
The Artist zelfs buiten mededinging worden getoond. Pas na lang aandringen van de makers werd hun film toegelaten tot het hoofdprogramma. Dujardin mocht er, tot verrassing van velen, de prijs voor beste mannelijke acteur in ontvangst nemen, uit handen van Catherine Deneuve.
Ook in de Verenigde Staten werd
The Artist zeer voorzichtig gelanceerd: in twee zalen in Los Angeles en New York. Geleidelijk werden meer exemplaren gedistribueerd; in de week van de Oscaruitreiking draait de film in tweeduizend zalen. Dat grote vliegwiel wordt in gang gehouden door een ware prijzenregen: drie Golden Globes, zeven Baftas in Engeland, tien Oscarnominaties, allerlei kleinere onderscheidingen en verschillende nominaties voor de Franse César, die twee dagen voor de Oscars worden uitgereikt.
Klassieke charmeHoofdrolspeler Jean Dujardin (39), wiens klassieke charme de film in grote mate schraagt, was bij het grote Franse publiek tot voor kort vooral bekend als Loulou, de licht onhandige maar o zo herkenbare hoofdrolspeler uit
Un gars, une fille, een populaire tv-serie van telkens zeven minuten, waarvan 486 afleveringen werden uitgezonden. Later kreeg hij meer filmrollen: een depressieve reclamejongen in de verfilming van
99 Francs van Frédéric Beigbeder en
Lucky Luke in de gelijknamige film van James Huth. Nu kan hij de opvolger worden van Marion Cotillard, die in 2008 een Oscar kreeg voor haar vertolking van Edith Piaf in
La vie en rose.
Acteurs en regisseur lijken nog steeds confuus van het succes van
The Artist. Bijna dagelijks berichten de Franse media vanuit hun hotelkamers, waar ze in Clouseau-Engels reageren op weer een prijs of oorkonde die ze in ontvangst mochten nemen en zichtbaar genieten van de aandacht. De polemiek rond een affiche voor zijn volgende film -
Infidèles (Ontrouwen) - waarop hij twee omhooggestoken vrouwenbenen vasthoudt, laat Dujardin langs de koude kleren afglijden. 'Die benen zijn niet van mij', was zijn laconieke commentaar.
Scorsese, Hazanavicius en Allen, ze brengen ieder op hun manier een ode aan het verleden. De crisis maakt nostalgisch, zoveel mag duidelijk zijn. Het is verleidelijk de grote Franse inbreng van dit jaar in dat licht te interpreteren. Voor nostalgie ben je in Frankrijk aan het goede adres; geen land waar het verleden zo wordt vertroeteld en gekoesterd.
Dat vind je nog het sterkst terug bij Woody Allen, wiens film een onvoorwaardelijke liefdesverklaring is aan Parijs. Vooral aan de stad van de jaren twintig, toen F. Scott Fitzgerald en Ernest Hemingway de oceaan overstaken om er de boel op stelten te zetten en Parijs de stad was waar je heen moest als je wilde kunnen meepraten.
Bij de Oscar-uitreiking zal Parijs weer even het centrum van de wereld lijken.