Vlaming wint Nationale Gedichtenwedstrijd

De Vlaamse dichter, schrijver en regisseur David Troch uit het Belgische dorp Sint-Denijs-Westrem is de winnaar van de derde editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Juryvoorzitter en de huidige Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr reikte hem vanavond in de Amsterdamse Stadsschouwburg de eerste prijs van 10.000 euro uit voor zijn gedicht Wij waren geen jongens.

Voor het eerst mochten ook Vlamingen meedoen aan de Nationale Gedichtenwedstrijd, met de grootste geldprijs ter wereld voor één gedicht. Ook op de derde plaats eindigde een Vlaamse dichter en 15 Vlaamse gedichten eindigden in de Top 100.

De jury koos ervoor gedichten te nomineren 'die zich veelal niet direct prijsgeven, die iets achterhouden en daarmee uitnodigen tot herlezing', zei Nasr. 'Het winnende gedicht trekt de lezer in al zijn beelden, zijn taal en de opgeroepen sfeer diep de zompige Hollandse klei in'. Des te verrassender was het voor de jury dat de auteur een Vlaming bleek te zijn.

In totaal werden 10.131 gedichten ingezonden, iets meer dan vorig jaar. Aan deze editie deden 2227 mensen mee, van wie er 314 uit België kwamen. De Nationale Gedichtenwedstrijd is de enige poëzieprijs waarom iedereen van 16 jaar of ouder kan wedijveren. Alle gedichten worden anoniem beoordeeld. De jury kijkt alleen naar de kwaliteit.

Tweede prijs
De tweede prijs (1500 euro) was voor Kate Schlingemann uit het Friese Hartwerd met haar gedicht Bemoeizorg. Hilde van Cauteren uit het Belgische Hamme ontving de derde prijs van 1000 euro voor haar gedicht Carne Vale.

De gedichtenwedstrijd wordt elk jaar georganiseerd door de Poëzieclub, die Gerrit Komrij in 2001 oprichtte in zijn functie van Dichter des Vaderlands (2000-2004). De Turing Foundation, een goed doel van een van de oprichters van navigatiebedrijf TomTom, stelt het prijzengeld ter beschikking. De twee organisaties hebben de wedstrijd in het leven geroepen om de belangstelling voor poëzie te vergroten door zowel professionele als amateurdichters een nieuw podium te bieden.

Winnende gedicht:
WIJ WAREN GEEN JONGENS
wij hadden vaders, wij waren zonen. het volstond niet
dat wij driemaal daags spek en spinazie vraten.
de hemdsmouwen moesten omhoog,
wij moesten tonen hoe hard wij de spieren in onze bovenarmen
op konden spannen. wij zweetten als zwijnen, groeven bloederige kloven
in onze handen, wroetten in het stof waarin onze voorvaderen
al jaren liggen te liggen
en kregen het vuil amper onder onze vingernagels vandaan.
wij moesten voelen met wat wij tussen de benen geboren waren, jongens,
maar hadden niet eens een eigen kamer
waar wij voorovergebogen, met opgetrokken knieën
en met de neus in andere werelden zaten.
wij ondervonden aan den lijve dat doordringende boerenstank
je harder in het gezicht kan slaan dan wat vuistdikke boeken.