*

 

Nederlandse schrijvers toch kritisch op Chinese boekenbeurs

Hans Moleman − 05/09/11, 05:30
Boekenbeurs. © reuters

Op de laatste dag van de Internationale Boekenbeurs gebeurt het. Nederlandse schrijvers laten zich kritisch uit over het bewind in China.

Wat hij vindt van het huisarrest voor enkele kritische Chinese schrijvers die Nederlandse collega's wilden ontmoeten? A Lai, voorzitter van de staatsschrijversbond van de provincie Sichuan, geeft niet thuis. Van arresten weet hij niets. 'Ik was de stad uit.'

Ongemakkelijk gesprek
Het is een ongemakkelijk gesprek, zaterdag in de schrijvershoek van het Nederlandse paviljoen op de Internationale Boekenbeurs van Peking. De beurs loopt naar het einde, Nederland is nog een dag eregast. Het is een week geweest met spanningen: hebben de Nederlandse schrijvers zich laten inpakken?

Nee, de delegatie heeft haar best gedaan. Ramsey Nasr bijvoorbeeld, laat op de avond, bomend met Chinese collega's. Adriaan van Dis, in een publieke sessie, sarrend: 'Er zit hier toch niemand van de regering?' Zijn counterpart, de journalist Murong Xuecun, schiet ervan in de lach - de beurs staat immer vol Chinese staatsuitgeverijen.

En dan Kader Abdolah, zaterdagochtend met A Lai. Een publiek van ruim vijftig mensen, vooral jongere Chinezen, kijkt geboeid toe, want A Lai is een schrijver met Chinees en Tibetaans bloed. In zijn provincie zijn diverse jonge Tibetaanse schrijvers opgepakt omdat ze niet aan de leiband van Peking willen lopen. Naast hem zit een Nederlands schrijver die zelf de onvrijheid proefde, in zijn geboorteland Iran.

Mezelf zijn
Abdolah vertelt zijn verhaal: 'In Iran, dat een verschrikkelijk regime heeft, was ik als schrijver niet mezelf. In Nederland had ik niet meer de ballast van het politieke systeem. Ik schreef de boeken die ik moest schrijven. Kunt u ook uzelf zijn als u als Tibetaan in het Chinees schrijft?'

'Ik kan alles schrijven', zegt A Lai. 'Overal kun je mijn boeken kopen. Ik houd me wel aan de officiële lijn. Vroeger vertelden ze je wat de correcte onderwerpen waren. Nu heb ik genoeg vrijheid...'

Abdolah valt hem in de rede: 'Westerse journalisten zeggen dat jullie niet vrij zijn! Is dat waar?'

De voorzitter van de schrijversbond lacht even, en steekt dan een lang verhaal af. 'Deze discussie is gerelateerd aan je boek Spijkerschrift. Dat gaat over een ondergrondse pers, gevaarlijke situaties. Ik heb dat ook wel gekend, in de jaren zestig en zeventig, dat we boeken met de hand kopieerden. Maar dat is helemaal veranderd, onze boeken zijn nu overal verkrijgbaar.'

Geen woord over de schrijvers die tegenwoordig in zijn provincie vervolgd worden. Daar praat je als man in zijn positie niet over op een podium in Peking.

Wow

Abdolah: 'Ik wens mijn Tibetaanse collega's het gevoel toe dat ik had toen ik in vrijheid begon te schrijven. Ik riep: Wow! Ik voel me een astronaut. Zou u iets willen zeggen vanuit uw hart als Tibetaans schrijver, tegen de Nederlanders? Zeg het, ik schrijf het op en ik publiceer het'.

A Lai: 'Laten we teruggaan naar de literatuur. Ik vind uw boek heel interessant...'

Abdolah: 'Ik ben hier nu een aantal dagen, ik heb rondgelopen, ik heb de metro genomen, ik heb gegeten, en ik zeg: dit is een geweldig land, prachtige mensen. Ik hou van jullie, van jullie energie, van jullie taal. Er is maar één ding dat jullie nodig hebben: schrijf nieuwe boeken uit het hart!'
mailIcon print | |

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met de andere VK bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />