*

 

Op zoek naar het Afrikaanse gen

Door Wim Bossema − 29/07/10, 00:00

‘L3’ is een gen dat bij alle Bantoevolken voorkomt. Antonio Jose Guzman gebruikte het als code voor zijn persoonlijke speurtocht....

Het liefst zou Antonio Jose Guzman in een vliegend bootje langs de hemel zeilen. Boven Afrika, over de Atlantische Oceaan, even landen in Brazilië en dan weer, hop, naar Nederland.

Hij heeft er een kunstwerk voor bedacht: de Dogon L3 Voyager for Interstellar Planetary Traveling. De Dogon is het eeuwenoude volk van sterrenwichelaars in Mali. Het ruimteschip is het kloppend hart van zijn kunstproject The State of L3, dat zich via een groeiend web van bevriende kunstenaars over Afrika, Europa en Latijns-Amerika verspreidt.

Het is een fantasie die Guzman opdeed bij Jules Verne (Vijf weken in een luchtballon), bij de jazz van Sun Ra (Space is the place) en bij de tv-serie Star Trek. Guzman: ‘Ik ben al heel lang een trekkie.’

Delen van het uitdijende werk zijn nu te zien in Amsterdam bij de Smart Project Space, vanaf 28 augustus in Galerie Sanaa in Utrecht en vanaf 1 november in Antwerpen (Museum voor Hedendaagse Kunst). Andere elementen stonden in Galerie 23 (Amsterdam) en in mei op de beeldende-kunstbiënnale van Dakar, Dak’art. Op 1 juli was het Dogon ruimteschip een dagje geland bij de herdenking van de afschaffing van de slavernij, in het Oosterpark in Amsterdam op het Keti Koti Festival.

Overal is de boot, in allerlei gedaanten. Zoals in de documentaire The Day We Surrender To The Air van Guzman. In dat persoonlijke verslag van een zoektocht naar zijn identiteit en familie plaatst hij zichzelf bijvoorbeeld in een fantasiestad waarboven tientallen bootjes zweven.

In Smart Project Space staat een boot op zijn kop. Guzman: ‘Vind je het binnen met die bogen niet iets van een kathedraal hebben?’ Daarin staan videoschermen, waarop eerdere bezoekers naar binnen kijken. Kunstenaar Ton van Beers maakte met Guzman ook een boot van opengeklapte plastic koffers, omhoog gehouden door gevleugelde ballonvormen, maar dan van stof. Guzman: ‘De boot transporteert ons naar onze vrienden en verre verwanten van wie we nog niet weten waar ze zijn.’

Op de exposities is veel werk van andere kunstenaars te zien – Guzman is fotograaf en filmer. Geestverwanten zoeken contact. Guzman: ‘Ik word steeds meer curator van mijn eigen project.’ Hij belegde workshops met elk zes geselecteerde jonge kunstenaars in spe in Dakar (in Senegal, daar heeft de kunstenaar Abdulaye Armin Kane de leiding), Recife (in Brazilië, met filmer Felipe Peres Calheiro) en Amsterdam.

Brokken daarvan zijn op de uiteenlopende exposities te zien. Het doel is het zoeken naar de zwarte identiteit in de driehoek van de vroegere slavenhandel. Bij Dakar ligt het slavenfort op het eiland Goree, met zijn Nederlandse verleden, zegt Guzman. In Recife zijn nog steeds sporen van het korte verblijf van de Nederlanders onder prins Johan Maurits.

Guzman: ‘L3 is het gen dat je bij alle Bantoevolken aantreft. De ‘Staat van L3’ is imaginair, het visioen van een staat die alle streken omvat waar mensen met Afrikaanse wortels wonen, de hele diaspora. De laatste tijd zie ik steeds meer jonge kunstenaars en curatoren zich presenteren als de nieuwe panafrikanisten.’

Het zijn oude idealen, die Guzman afstoft. De droom van de terugkeer van de ex-slaven naar Afrika van Marcus Garvey, de négritude van Léopold Sédar Senghor. De jonge zwarte kunstenaars herontdekken die ideeën niet zozeer als aanklacht tegen het grote onrecht uit het verleden, maar als bron van inspiratie, zegt Guzman.

Met de kunstwerken nodigt Guzman het publiek uit naar zichzelf te kijken, de verwantschap te herkennen en zich daarover te verwonderen.

Hij gaat zelf voor. Het begon vier jaar geleden met een fascinatie voor het dna bij de familie Guzman. Antonio Guzman kwam uit Panama naar Amsterdam, 15 jaar geleden. Via de sites voor dna-zelfonderzoek, een rage in de VS, ging hij op speurtocht. Hij maakte er documentaires over, die eerder zijn vertoond op het IDFA en het Thessaloniki Film Festival.

Een groot percentage van zijn voorouders bleek Europees, ‘Sefardische Joden, vaak zelf slavenhandelaren’. Een flink deel was inheems Panamees. Hij traceerde zijn Afrikaanse wortels tot moslimvolken in de Sahel. Hun nazaten wonen nog als marrons, gevluchte slaven, in het moeilijk bereikbare grensgebied van Panama en Colombia. ‘Mijn grootvader trok vandaar als migrant naar Panama-Stad.’ Het moet een grotere overgang zijn geweest dan Antonio’s verhuizing naar Amsterdam.

In de Smart Project Space in Amsterdam is ook een weerslag te zien van het project tijdens Dak’art in Senegal. Antonio Guzman had een kleine boot meegenomen en een autovorm met textiel overtrokken – ‘met opzet geen Dutch wax van Vlisco, maar Nigeriaanse bedrukte lappen’. Het trok veel bekijks in de woonwijken van Dakar, ‘alsof er een dure auto onderzit’.

Guzman filmde, nam geluiden op en projecteerde die later in een woonwijk op gebouwen, beelden van soms vele meters hoog. ‘De mensen in de wijk waren ontroerd: voor het eerst was er film bij hen op straat en tot hun verbazing zagen ze elkaar en zichzelf erop.’

mailIcon print |