Onder waterniveau, maar de vraag is nog even welk water

Martijn van Calmthout − 20/02/10, 09:00

Het buitenland begrijpt er niets meer van, van de ophef in Nederland over klimaatpanel IPCC op het punt van de zeespiegel. Twee weken geleden kwam aan het licht dat in het vierde Assessment Report van het VN-klimaatpanel IPCC uit 2007 een fout staat over het percentage van Nederland dat onder de zeespiegel ligt. In het rapport staat 55 procent, terwijl dat volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek iets van 26 procent is.

Dat zegt verder niets over de vraag of de wereld opwarmt en of dat erg is. Maar tegenstanders van een stevig klimaatbeleid noemden het weer een bewijs dat de IPCC-rapporten minder solide zijn dan beleidsmakers doen voorkomen. Nieuw was dat ook voorstanders van klimaatbeleid het benauwd kregen: waar blijf je met je argumenten als het IPCC inderdaad slordiger is dan gedacht?

De Hollandse verwarring valt inmiddels ook over de grenzen op. Weten de Nederlanders, beroemd om hun manhaftige bestaan achter dijken en onder zeeniveau, soms zelf ook niet precies hoe het zit?

Op het Amerikaanse weblog realclimate.org, doorgaans bedoeld om klimaatsceptici te corrigeren, is er nu enige verwondering over de felle discussie in de Kamer, en over het feit dat het IPCC op zijn brood krijgt dat het foute cijfers hanteert, terwijl die nota bene door Nederland zelf zijn aangeleverd. ‘Een van de meer ironische episoden in de Nederlandse parlementaire geschiedenis’, blogt realclimate.

Inmiddels heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), de institutie die destijds – toen nog als Natuur en Milieu Planbureau – het cijfer voor het IPCC-rapport aanleverde, op zijn website de zaak rechtgezet. ‘De blaam treft ons, daarover geen misverstand’, zegt beleidsmedewerker Joop Oude Lohuis van PBL erover.

De officiƫle mededeling op de PBL-website, vertaald in het Engels voor brede verspreiding, laat geen enkele onduidelijkheid bestaan over wat er gebeurd is. De zinsnede had moeten luiden: 55 procent van het Nederlandse grondgebied is overstromingsgevoelig; 26 procent ligt beneden NAP en 29 procent loopt gevaar vanuit de rivieren. Op een kaartje is te zien wie waar gevaar loopt.

Formeel, zegt Oude Lohuis, is dat trouwens weer iets anders dan ligging onder de zeespiegel. ‘De zee ligt ongeveer 20 centimeter boven NAP. Maar goed, voor het overstromingsrisico maakt dat niet veel uit, ongeveer een procent meer.’

Helder, lijkt het. Maar het IPCC zelf ziet de zaken toch weer net wat anders. Afgelopen weekeinde schreef de vroegere vicevoorzitter van IPCC Werkgroep II, Martin Parry van het Met Office (het Britse KNMI) een brief aan alle auteurs van het vierde IPCC Assessment Report van 2007. Op persoonlijke titel zet hij een aantal recente affaires over missers in het rapport recht. Veel heisa over details, vindt hij.

Ook de Nederlandse zeespiegel noemt Parry. Voor hem draait het vooral om definities. ‘Het Nederlandse ministerie van Verkeer gebruikt het cijfer 60 procent (onder hoogwaterniveau bij storm), terwijl anderen 30 procent onder gemiddeld zeeniveau hanteren.’ Er is, meldt Parry ook, bij het IPCC een officiĆ«le verklaring op te vragen over de zaak.

Die verklaring, zegt woordvoerder Mary Jean Burer van het centrale IPCC secretariaat in Genève, wordt alleen verstrekt aan journalisten die erom vragen. ‘Vooral omdat we het niet echt als een fout van het IPCC beschouwen, zetten we het niet zo op onze website.’

In de verklaring staat dat het PBL de gewraakte 55 procent heeft aangeleverd, ‘door het IPCC gezien als een betrouwbare wetenschappelijke bron’. De zin moet luiden, aldus ook het IPCC, dat 55 procent van Nederland risico op overstroming kent. Overigens, staat er ook, is het zeespiegel-cijfer uitsluitend als achtergrondinformatie toegevoegd en is de verbetering consistent met de IPCC-conclusies.

Deels, zegt woordvoerder Burer ook, is de verwarring te wijten aan verscheidene EU-stukken van Verkeer en Waterstaat waarin getallen als 55 en 60 procent landoppervlak door elkaar worden gebruikt. ‘Soms gaat het over overstromingen, soms over de zeespiegel. Dat is waar Parry ook op duidt.’

Omgekeerd geeft PBL-medewerker Oude Lohuis aan dat het IPCC niet te verwijten is dat in het proces de foutieve ‘55 procent onder zeeniveau’ niet is opgepikt. ‘V & W heeft in sommige brochures staan dat Nederland bij springtij voor 60 procent onder waterniveau ligt’, zegt hij. ‘Het is voor buitenstaanders dus geen vreemd getal.’

mailIcon print |