*

 

Giftige blauwalg profiteert van opwarming

Van onze verslaggeefster − 03/04/08, 20:00

De opwarming van de aarde bevordert de groei van giftige blauwalgen in het water, omdat deze sterker reageren op temperatuurverhoging dan andere algensoorten.

Dit leidt wereldwijd tot problemen met de waterkwaliteit, vooral tijdens warme droge zomers, schrijven algendeskundigen prof. dr. Jef Huisman van de Universiteit van Amsterdam en prof. dr. Hans Pearl van de Universiteit van North Carolina in Science (3 april).

Blauwalgen gedijen goed bij hogere temperaturen in water met veel stikstof en fosfaten. Tijdens warm weer wordt de bovenlaag van het water sterker opgewarmd dan de laag eronder. Dit warmere water zet uit en blijft daardoor drijven op het koude water eronder. Hierdoor ontstaat gelaagdheid (stratificatie) en wordt het water minder goed gemengd.

Blauwalgen profiteren van deze condities, omdat ze in hun cellen kleine gasblaasjes kunnen maken. Daarmee krijgen de cellen drijfvermogen.

Tijdens windstil warm weer drijven deze blauwalgen massaal omhoog naar de bovenste waterlagen en vormen een dichte laag aan de oppervlakte. Hiermee vangen ze licht weg voor andere algensoorten zoals groenalgen en kiezelwieren, die geen drijfvermogen hebben. Op die manier overheersen ze.

Blauwalgen (cyanobacteriën genoemd) kunnen verschillende gifstoffen produceren. Bij inname brengen deze gifstoffen ernstige schade toe aan de lever en het zenuwstelsel. Dit kan leiden tot sterfte bij koeien, schapen, watervogels en huisdieren die van het water drinken.

Ook voor de mens is inname gevaarlijk. Bij te hoge concentraties worden meren en plassen daarom afgesloten voor recreatie en wordt de inname van drinkwater en irrigatiewater voor de landbouw stopgezet.

De onderzoekers beschrijven in Science een tropische blauwalg Cylindrospermopsis raciborskii die op Palm Island (Australië) per ongeluk in het drinkwater terecht kwam en levers van mensen aantastte.

‘Lange tijd was men in Australië onwetend dat het aan deze blauwalg lag. Toen de leverziekte epidemische vormen aannam, ging men het water onderzoeken en werd de oorzaak gevonden’, zegt Huisman.

Deze blauwalgensoort werd in het midden van de jaren dertig voor het eerst in Zuid-Europa gevonden en heeft inmiddels Nederland en Noord-Duitsland gekoloniseerd. Ook in Noord-Amerika heeft de soort zich vanuit Florida naar de noordelijke staten uitgebreid.

De onderzoekers zien een relatie tussen deze algen en klimaatverandering. Behalve dat blauwalgen van hitte houden, profiteren ze ook van regen. Die combinatie van stortbuien in de zomer afgewisseld met lange perioden van droogte is wat de klimaatmodellen voorspellen.

Door intense regen spoelen veel voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat van boerenakkers en wegen naar het water. Lange periodes van warm weer geven blauwalgen ruim de tijd om deze voedingsstoffen op te nemen en te benutten voor hun groei.

In droge tijden met lage waterstanden wordt door sluizen en dammen de waterstand gereguleerd, bijvoorbeeld om de vaarwegen op diepte te houden voor de scheepvaart. Dit verergert de algenproblemen, omdat het voedselrijke water dan langer blijft stilstaan. Dit geeft de blauwalgen nog meer tijd om door te groeien.

Bovendien zijn blauwalgen beter bestand tegen zout dan andere zoetwateralgen. Dit geeft blauwalgen een concurrentievoordeel bij verzilting van zoetwatergebieden. Dit doet zich ook in Nederland voor: door de zeespiegelstijging drukt zout kwelwater het zoete water in de duinen omhoog. De verzilting dringt steeds verder het land in.

mailIcon print |