*

 

Meer college, maar leren ho maar

Door Gerard Reijn − 15/12/07, 12:42

De Radboud Universiteit Nijmegen stak vorig jaar vijf miljoen euro in het intensiveren van het eerstejaarsonderwijs in de alfa- en de gammafaculteiten....

Met het extra geld ging de universiteit vooral meer colleges geven, meer werkgroepen, kortom: meer contact-uren. Gemeten over de vijf faculteiten die deelnamen aan de studie-intensivering, steeg het gemiddelde aantal contact-uren voor eerstejaars van 13 per week tot 17,5 per week.

Onlangs kwam de universiteit met een eerste evaluatie van de resultaten en die waren ten dele bemoedigend. Studenten voelden zich meer betrokken bij de opleiding dan voorheen. De uitval werd er weliswaar niet kleiner door, maar zij die vertrokken, deden dat eerder. Gunstig, want wie niet op de goede plek zit, kan dat maar het best zo snel mogelijk weten.

Maar natuurlijk was het vooral de bedoeling dat studenten méér zouden gaan studeren en daardoor betere resultaten zouden halen. Meer uren maken ze inderdaad. De eerstejaars rechten van 2005 zeiden nog 29 uur aan hun studie te besteden, die van 2006 houden het op 38 uur. Letterenstudenten gingen van 32 naar 36 uur.

Toch zijn de échte resultaten, gemeten in behaalde studiepunten, niet overtuigend. Op de vijf faculteiten die meedoen met de onderwijsintensivering nam het aantal behaalde studiepunten van de eerstejaars toe van gemiddeld 46,7 naar 48. Een toename van 2,8 procent, en dat valt weg in de foutenmarge.

Luizenleven

Student zijn is tegenwoordig een luizenleventje. Een paar uur per week college, af een toe wat studeren, veel tijd voor lol en een baantje.

Vooroordelen? De Onderwijsinspectie stelde in mei dit jaar al vast dat 36 procent van de opleidingen op universiteit en hogeschool minder dan tien contact-uren per week programmeert. Universiteiten en hogescholen gaan er vanuit dat studenten rond 35 uur aan hun studie besteden, maar de Onderwijsinspectie toonde aan dat ze zich behoorlijk rijk rekenen.

De meeste universitaire opleidingen (80 procent) rekenen op meer dan 20 uur zelfwerkzaamheid, de meeste studenten (70 procent) zeggen minder dan 20 uur te halen. Véél minder: 30 procent haalt nog geen 10 uur per week.

Geen wonder dat de roep om intensiever onderwijs steeds helderder klinkt. De Radboud Universiteit is niet de enige die er werk van maakt. De universiteiten hebben samen al vastgesteld dat ze de prioriteit leggen bij het bachelor-onderwijs, en dat betekent ongetwijfeld: meer contact-uren.

Maar zelfstandig onderwijspsycholoog Peter Vos ontdekte al in 1987 dat daar grenzen aan zijn. Hij ontdekte dat het aantal uren dat de student zelf achter de boeken zit, inderdaad toeneemt naarmate het aantal uren colleges en werkgroepen toeneemt.

Maar als er meer dan 300 van zulke contact-uren per jaar zijn geprogrammeerd – dat is ongeveer 12 per week – gebeurt er iets geks: elk extra contact-uur levert dan juist minder zelfstudie op. De student houdt geen tijd meer over om te studeren. ‘In een druk onderwijsprogramma komen studenten niet aan meer zelfstudie toe’, schreef Vos in zijn proefschrift.

Vos is inmiddels al met pensioen, maar werkte daarvoor jarenlang als consultant voor universiteiten en hogescholen. ‘Docenten denken vaak dat als ze iets hebben uitgelegd, studenten het dan weten. En als ze het niet weten, dat ze dan dom en lui zijn. Helemaal fout. De crux is niet om iets uit te leggen, maar om studenten te dwingen zich goed voor te bereiden.’

Essentieel is dat de docent niet alles uitlegt wat er in het boek staat. ‘Anders bereiden de studenten zich niet voor.’ Omdat studenten zich pas op het laatste moment plegen voor te bereiden, moet je het rooster zo in elkaar zetten dat er vlak voor het college tijd is voor die voorbereiding.

Als er te veel colleges worden ingeroosterd, of te dicht achter elkaar, zal dat ten koste gaan van de voorbereiding. Vos: ‘Je moet als het ware ook de zelfstudietijd inroosteren.’

De ‘Wet van Vos’, zoals de regel is gaan heten, is bepaald geen academische wet. Maar ook in het Nijmeegse intensiveringsprogramma zijn er aanwijzingen dat hij werkt. Aan de faculteit Managementwetenschappen is de groei in het aantal contact-uren het grootst: van 10 naar 18 per week. Maar de studenten zeggen desgevraagd maar 5 uur per week méér aan hun studie te besteden. Blijkbaar zitten ze nu 3 uur minder achter hun boeken.

Henk Schmidt, onderwijspsycholoog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, onderzocht of de Wet van Vos ook opgeld doet bij de medische opleidingen. ‘Ik was verbaasd over de resultaten. Ik heb zelden zo’n sterk verband gezien.’ En dat verband is: hoe minder contact-uren, hoe beter de studieresultaten. Bij de opleidingen met de minste contact-uren halen meer studenten hun diploma, en beduidend sneller.

Medicijnen

Volgens onderzoeksbureau Choice varieert bij de medicijnenstudies het aantal contact-uren van 13 per week in Maastricht tot 21 aan de Universiteit van Amsterdam. Schmidt moet zijn onderzoek nog publiceren, maar geeft toe: ‘In Maastricht is het studierendement veruit het hoogst.’

De verklaring is simpel. ‘Je hebt hier te maken met zeer gemotiveerde studenten. Als je die veel contact-uren geeft, gaat dat ten koste van hun zelfstudie.’ Bij andere opleidingen waarbij het gaat om kennisoverdracht zal hetzelfde gelden, al zal het optimum misschien op een ander niveau liggen.

Het idee dat studenten 40 tot 60 uur in de week moeten studeren, is ‘bespottelijk’, vindt Schmidt. ‘Als je 32 uur in de week bezig bent met kennisverwerven, dan is dat fulltime. Studeren vergt veel energie.’

Er is wel een ondergrens, en Schmidt erkent dat veel opleidingen die niet halen. ‘Als je minder dan tien uur naar de universiteit komt, raak je de band met de opleiding kwijt, en daarmee een deel van je motivatie.’

Het optimum ligt volgens Schmidt in de regel rond 12 uur in de week. Dan blijken studenten nog ruim 25 uur zelf aan hun studie te besteden.

De Wet van Vos zou kunnen verklaren waarom de intensivering van de eerstejaarsopleiding in Nijmegen tot nu toe weinig effect had op het aantal behaalde studiepunten.

Maar voorzitter Roelof de Wijkerslooth van het college van bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen heeft een andere theorie.

‘Misschien zit het tussen de oren van de docenten. Je kunt je voorstellen dat die bij het beoordelen van een tentamen onbewust een percentage in hun hoofd hebben van het aantal studenten dat slaagt. Daar zullen ze dan hun beoordeling door laten bepalen.’

Als dat zo is, zal verbetering van het onderwijs niet leiden tot hoger studierendement. Wat is dan het nut van zo’n onderwijsintensivering? De Wijkerslooth: ‘Dat de studenten beter onderwijs krijgen en daardoor het niveau stijgt.’

mailIcon print |