*

 

NIOD: ‘Debye was geen antisemiet’

Van onze verslaggever, Martijn van Calmthout − 27/11/07, 14:41

De Nederlandse Nobelprijs-winnaar chemie Peter Debye (1884-1966) toonde zich in de jaren dertig loyaal aan het Nazi-regime in Duitsland, waar hij werkte, maar was meer een opportunist dan een anti-semiet....

Aantijgingen in die richting, die vorig leidden tot een rel rond het Debye-instituut van de Universiteit Utrecht, berusten op selectief gebruik van historische bronnen.

Dat concludeert het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in een dinsdag verschenen studie over de carrière van Debye in nazi-Duitsland.

Debye bleef volgens NIOD-onderzoeker Martijn Eijckhof vooral tot in de oorlog werkzaam in Duitsland uit een misplaatst gevoel van persoonlijke en wetenschappelijke onaantastbaarheid en om de wetenschap te dienen.

‘Maar het is geen verhaal dat zich in het schema van goed-kwaad laat neerzetten', aldus Eijckhof dinsdag bij de presentatie in het Trippenhuis van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen in Amsterdam.

Fysisch chemicus Debye, Nederlands staatsburger, bekleedde tot in 1940 zeer vooraanstaande posities in tal van Duitse wetenschappelijke instituten en instituties. In 1938 schreef hij als voorzitter van de Duitse vakvereniging van fysici een brief aan de Joodse leden met de suggestie de vereniging te verlaten. Die brief ondertekende hij met Heil Hitler!

Ondermeer die brief was vorig jaar de bron van een rel rond Debye, toen die in een boek van de Nederlandse journalist Sybe Rispens was neergezet als een Nobelprijswinnaar met vuile handen.

De Universiteit Utrecht besloot kort daarop het Debye-instituut voor nanochemie zijn naam te ontnemen. Debye, was het argument, kon geen rolmodel voor jonge wetenschappers worden genoemd. Zijn wetenschappelijke verdiensten stonden daarbij niet ter discussie.

Volgens journalist en wetenschapshistoricus Rispens had Debye na zijn vlucht naar Amerika nog steeds geheime contacten met de Duitse nazi-autoriteiten, waarin hij zinspeelde op de mogelijkheid terug te keren naar Duitsland.

Uit de NIOD-studie blijkt dat minder uitgesproken, dan vorig jaar gesuggereerd. ‘Rispens heeft selectief gebruik gemaakt van de stukken. Hij citeert er één, er zijn er vijf die samen een genuanceerder beeld geven.’

De door Debye ondertekende Heil Hitler-brief uit 1938 noemt Eijckhof niet ongebruikelijk voor een officieel Duits schrijven uit die periode. Omgekeerd is het feit dat de fysici pas in 1938 tot uitsluiten van de joodse leden komen, geen daad van actief verzet, zoals Debye-fans wel suggereren. ‘De fysica had geen prioriteit.’

In de studie van het NIOD komt Debye vooral naar voren als een man die laveerde tussen wetenschappelijk idealisme en praktisch opportunisme. Zo lang mogelijk probeerde hij in de gegeven omstandigheden de zuivere wetenschap te dienen. Als wereldberoemd wetenschapper gebruikte hij daarbij zijn status tegenover de autoriteiten.

Omgekeerd bood het nazi-regime hem ook mogelijkheden, vooral omdat de Duitse wetenschap uiteen dreigde te vallen door het vertrek van talloze joodse geleerden.

De Universiteit Utrecht wilde dinsdag niet reageren op de milde conclusies over Debye's Duitse jaren. De universiteit wacht het oordeel af van een commissie onder leiding van oud-minister Jan Terlouw. Die oordeelt op een nog niet nader genoemde datum over de vraag of het College van Bestuur van de universiteit vorig jaar terecht het Debye-instituut zijn naam ontnam. Ook in Maastricht is de naam Debye omstreden.

Kort na het uitbreken van de rel rond Debye meldde het NIOD vorig jaar zelf dat het boek van Rispens er op het eerste gezicht verantwoord uitzag. Eijckhof en voormalig NIOD-directeur Hans Blom spraken dinsdag tegen dat het dat oordeel met de nieuwe studie herroept. ‘Er is destijds meteen gezegd dat nadere studie nodig zou zijn om tot een echt oordeel te komen.’

mailIcon print |