*

 

Mag de robot mijn oma verzorgen?

Van onze verslaggever Serge Mouthaan − 30/03/07, 16:25

Een samenleving waarin robot en mens volledig coëxisteren, is dat sciencefiction of nabije toekomst? Wat moet de mens ermee dat over twintig jaar misschien robots over straat lopen, opa’s en oma’s verzorgen, operaties uitvoeren en oorlogen voor ons uitvechten?...

  • (AFP)

De vraag is bij wie de verantwoordelijkheid ligt over het doen en laten van deze intelligente machines. Is een grondwet voor robots een oplossing? De meningen verschillen over de vraag wanneer het zover zal zijn, maar één ding staat vast: de robots komen eraan.

De overheid in Zuid-Korea heeft deze maand bekendgemaakt een ethische code voor robots te willen opstellen. Zij voorspelt namelijk dat ieder Koreaans huishouden tussen 2015 en 2020 een robot heeft. Dan is het toekomstbeeld dat ook in Nederlands gezinnen robots verschijnen, die bijvoorbeeld boerenkoolstamppot met worst maken, niet eens zo gek.

Maar wordt er in Nederland wel nagedacht over de consequenties die de moderne technologie van robotica met zich meebrengt? Of maakt het niets uit om onze planeet te delen met mensmachines?

Het is volgens veel wetenschappers nog lang niet mogelijk een machine met bewustzijn of zelfbewustzijn te ontwerpen. Maar dat robots steeds belangrijker worden, daarover zijn de meeste deskundigen het wel eens.

Zo ook de techniekfilosofen Philip Brey en Peter-Paul Verbeek. ‘In de robotica zijn ze in staat behoorlijk geavanceerde robots te bouwen. Robots die amper van mensen te onderscheiden zijn. Deze robots zijn ontworpen voor interacties met mensen. Het uitgangspunt is de robots in te zetten in het huishouden of in de verzorging van ouderen. We zijn blijkbaar op een punt gekomen dat het verstandig is in zo’n vroeg stadium na te denken over de sociale en culturele impact daarvan.’ aldus Brey.

Dat er in Nederland wel degelijk wordt nagedacht over ontwikkelingen in de robotica, blijkt uit het feit dat de Universiteit Twente samen met de TU Eindhoven en de TU Delft centres of excellence zijn begonnen. Deze groepen houden zich bezig met Intelligent Megatronic Systems, zeg maar: robots en andere intelligente systemen.

Verbeek en Brey werken aan de Universiteit Twente en zijn verbonden aan het Centre for Ethics and Technology. Verbeek: ‘Wij kijken naar de ethische aspecten van nieuwe technologieën. Wij werken samen aan het onderwerp robot responsibility. Dat gaat over de vraag hoe een robot verantwoordelijkheid kan dragen.

‘Je associeert verantwoordelijkheid doorgaans met een mens. Die kun je verantwoordelijk houden voor wat hij of zij doet. Hoe zit dat bij een robot? Een ontwerper stopt een programma in de machine, maar tot op zekere hoogte kan het zo zijn dat de robot onverwachte dingen doet. Een robot geeft een patiënt eten en plotseling steekt hij met een mes. Bij wie ligt de verantwoordelijkheid dan?’

Van industriële robots kijkt vandaag de dag niemand meer op. En er zijn legio andere taken die robots op zich nemen. Als grasmaaiers en stofzuigers doen ze al dienst, en zelfs als danspartners. Maar er zijn ook robots voor minder onschuldige taken. Militaire met name, zoals onbemande tanks en vliegtuigen, of intelligente bommen en raketten. Wat zijn de ethische gevolgen?

Jos de Mul, hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit spreekt in zijn boek De Domesticatie van Noodlot van een moral distance. Wanneer robots bepaalde taken gaan uitvoeren, worden de morele aspecten van die taken vager. ‘Hetzelfde geldt voor verkeersdrempels. Wanneer je die weghaalt, gaat een automobilist vanzelf harder rijden. Het gaat er tenslotte om welke doelen wij de robots meegeven. Wij geven onze moraliteit aan die machines mee. Wij moeten erover nadenken of we sommige vrijheden betreffende morele beslissingen wel aan robots willen geven’, aldus De Mul.

In Europa bestaat een speciale Roboethics-werkgroep die vorig jaar een soort handleiding over robots en ethiek heeft samengesteld. De groep is onderdeel van de organisatie Euron, waarin allerlei deskundigen op het gebied van robotica samen komen. Wetenschapper Frans Groen van de Universiteit van Amsterdam is lid van de organisatie. Hij zegt dat de robotica nog in de kinderschoenen staat, maar vindt het nu het juiste moment een discussie te voeren. Het is de bedoeling het handvest regelmatig aan te passen aan de nieuwste ontwikkelingen.

Volgende maand houdt de Roboethics-groep in Rome een conferentie waarin de ethische kant van robotica centraal staat. Flexibiliteit om regels of eventuele wetgeving voor robots aan te passen is wat ook Brey en Verbeek voorstaan. ‘Regelgeving kan in beginsel best behulpzaam zijn. Je moet wel eerst een beeld hebben van welke ethische taken een robot kan dragen. In het tweede stadium moet je kijken of een ontwerper met de gegeven waarden en normen uit de voeten kan. Daarna moet je zien of je regels praktischer kunt maken.’

In Nederland zijn er diverse ontwikkelingen op het gebied van robotica. Een voetballende robot is er daar een van. Hoogleraar Pieter Jonker van de TU Eindhoven werkt aan deze zelflerende robot. Hij denkt dat het in 2050 zover zal zijn dat een elftal robots een team van mensen kan verslaan.

Jonker: 'Over een jaar of twintig zijn schoonmaakrobots en robots in de verzorging een vertrouwd beeld. Wij zijn nu bezig met het ontwikkelen van zelflerende systemen. Een machine die zich zelf leert lopen.’ Door middel van een beloningssysteem wordt de robot gestimuleerd en specifieke actie te ondernemen. Zo leert hij zichzelf nieuwe dingen. Deze robots hebben geen zelfbewustzijn. Toch nemen ze zelf beslissingen.

‘Het is wel raar’, aldus Jonker. ‘Robots die zelf kunnen leren zijn eigenlijk wel eng, heel erg eng. In die zin is het niet gek gedacht van de Koreaanse regering om een ethische code op te stellen. Ik denk wel dat de eerste instructies van regels van de makers moet komen. Ik vind het overdreven dat je dat op de overheid gaat afschuiven.’

Een ander probleem kan ontstaan wanneer robots het menselijk contact gaan vervangen. ‘Wij willen de nadruk leggen op het verantwoordelijkheidsvraagstuk. De combinatie mens en machine brengt dat namelijk met zich mee. Niet alleen dat een machine onvoorziene beslissingen kan nemen, maar er is ook het sociale aspect. Het is lekker makkelijk oma een robot te geven zodat ze niet meer eenzaam is’, zegt Brey.

Verbeek: ‘Naarmate robots zich gaan ontwikkelen worden ze een soort surrogaat-burgers. Je moet je afvragen hoe je deze intelligente machines kan aanleren zich aan te passen en te socialiseren zodat ze goede medeburgers kunnen zijn. Je kunt nu al beginnen een grondwet voor robots te maken. Een wet zodat robots weten wat wel en niet mag.

‘Dan kom je wel in een grijs gebied terecht. Ik vind het eigenlijk een absurde gedachte, maar misschien zal de toekomst uitwijzen dat het niet zo is.’

mailIcon print |