Het Hongaarse stadje Mosonmagyaróvár is uitgegroeid tot de tandartsenpraktijk van Europa. Driehonderd tandartsen werken er voor een vierde van de Nederlandse prijzen....
‘Acht jaar lang ben ik niet naar de tandarts geweest’, vertelt Marian Smit (42) van achter een zeldzame café latte in een eetcafé in het Hongaarse Mosonmagyaróvár. ‘Te duur, sinds ik in de bijstand zit.’ Af en toe ging ze nog naar de studententandarts, maar de vele uren in de stoel daar werden de Amsterdamse, die lijdt aan chronisch vermoeidheidssyndroom, uiteindelijk ook te veel.
Niets meer aan te doen, aan dat gebit, dacht Smit. ‘Tot ik een tijdje geleden op de Duitse zender ZDF een documentaire zag over deze plek. Al die Oostenrijkers en Duitsers die hier al jaren komen, kunnen toch geen ongelijk hebben?’
Hier, daarmee bedoelt Smit Mosonmagyaróvár, een Hongaars stadje met 31 duizend inwoners vlakbij de Slowaakse en Oostenrijkse grens. Ooit was het grensstadje befaamd om zijn medicinale baden, maar de laatste tien jaar zijn het vooral tandartsen die toeristen trekken.
In het kleine stadscentrum ontdek je op elke straathoek wel een paar uithangbordjes met de altijd weerkerende kies in het logo. Bijna driehonderd tandartsen werken er, in 160 praktijken; dat maakt ongeveer honderd tandartsen per 10 duizend inwoners. Ter vergelijking: Nederland heeft volgens de laatste cijfers gemiddeld 3,67 tandartsen per 10 duizend inwoners.
Met namen als Vita-Dent, Focus-Dent en Euro-Dent of de als kwaliteitslabel bedoelde slogan Deutsche Zahnarztpraxis, proberen complete teams van tandartsen, assistenten, mondhygiënisten, receptionistes en managers buitenlandse klanten te lokken. Aan de kassa kan overal zowel in euro als in forint worden betaald, receptionistes spreken onberispelijk Duits, en soms ook Engels.
95 procent van zijn klanten is tandartstoerist, schat András Kráz (35), eigenaar van een pension in het hart van de stad. Plichtsgetrouw informeert hij elke ochtend naar de pijntjes van de klanten die de ontbijtzaal binnenstrompelen. Kráz laat de icepacks in de vriezer zien, die ze tegen hun zere kaken kunnen leggen, en de koelkastjes waarin de clientèle yoghurt en ander vloeibaar voedsel mag bewaren. ‘Ik heb dit pension nu vijf jaar. De eerste paar jaar had ik vooral Oostenrijkers, maar nu komen ze echt van overal.’
Waarom Hongarije uitgegroeid is tot de tandartsenpraktijk van Europa? ‘Omwille van de prijzen natuurlijk’, zegt de Duitse tandarts Frank Kannmann (50), die in Boedapest studeerde en hier zes jaar geleden een praktijk opende. ‘Behandelingen zijn in Mosonmagyaróvár een derde tot de helft goedkoper dan in West-Europa.’ De meeste klanten komen voor kronen, bruggen of implantaten. ‘Dingen die vaak niet of slechts gedeeltelijk door hun verzekeringsmaatschappij worden vergoed.’
Beproefde formule is de dental week: op maandag worden de tanden van de patiënt gepolijst, op vrijdag de kronen erop geplaatst. In de tussentijd maakt de patiënt uitstapjes naar Wenen, Boedapest of Bratislava. Na een laatste controle op vrijdagnamiddag kan hij of zij zaterdag alweer in het vliegtuig zitten. ‘Een kroon waarvoor je in Nederland minimaal 600 euro neertelt, kost hier tussen de 150 en de 220 euro’, rekent Kannmann uit. ‘Betaal je voor een tandimplantaat in Nederland 1200 tot 2000 euro, dan kan dat in Mosonmagyaróvár al voor 620 euro.’
Voor zulke reusachtige prijsverschillen zijn buitenlanders best bereid naar het stadje met de onuitspreekbare naam te komen. Extra voordeel voor Mosonmagyaróvár is zijn strategische ligging langs de snelweg van Wenen naar Boedapest, op een steenworp van de Slowaakse hoofdstad Bratislava. Oostenrijkers wippen al twintig jaar de grens over voor een goedkoop kappers- of tandartsbezoek, maar de goedkope luchtvaartmaatschappijen die zowel op Wenen (op 70 kilometer afstand) als Bratislava (40 kilometer) vliegen, hebben het klantenpotentieel radicaal uitgebreid.
Eerst kwamen de Duitsers. En na de opstart van Engelstalige websites de voorbije jaren, volgden de Britten, de Ieren en de Amerikanen. Voorlopig hebben de meeste tandartsen niet meer dan een of twee Nederlandse klanten per maand, maar ‘Nederland is een groeimarkt’, net zoals Frankrijk, de VS, Zwitserland, Denemarken en Italië.
Maurice Broussard (56), directeur van een Amsterdams vertaalbureau, is vanavond om half vijf geland. Morgenochtend vliegt hij al om zeven uur terug. ‘Met zo’n goedkoop vliegticket ben ik hier al voor 120 euro.’ Twee jaar geleden vroeg Broussard aan zijn Nederlandse tandarts wat de mogelijkheden waren. ‘Hij wilde me zo’n standaardkunstgebit aanpraten. Zo niet werd het een rekening van 25 duizend euro, zonder garanties nog wel.’
Dus begon de zakenman een zoektocht op internet. ‘Ik heb een mailinglist van tandartsen in Roemenië, Spanje en Hongarije een foto gestuurd en om een prijsopgave gevraagd. Tandartsen hier bleken bereid het werk voor een vierde van de Nederlandse prijs te doen.’ Broussard vliegt sindsdien geregeld heen en weer naar tandarts Kannmann.
Aan de balie van diens Happy-Dent-kliniek staan de plastic tasjes van Wien Airport Shopping van de klanten netjes op een rij, op het tafeltje liggen – misschien voor een verzekerde terugkomst – karamellen en chocolaatjes. Broussard maakt een afspraak voor over drie weken: of de receptioniste chauffeur en hotel alvast wil regelen?
‘Kijk toch die service’, zucht hij. ‘Waar biedt een Nederlandse tandarts je nog een kop koffie aan? Frank is vanavond speciaal voor mij gebleven, morgenochtend brengt zijn chauffeur me weer naar de luchthaven.’
Het gratis transport is maar een van de diensten die de tandartsen in Mosonmagyaróvár aanbieden om twijfelende buitenlanders over de streep te trekken. Op hun websites staan foto’s van de diploma’s van de tandartsen, je kunt er virtuele tours in de behandelkamers maken en aanbiedingen van hotels in de buurt bekijken. Klanten uit Duitsland, Oostenrijk en Groot-Brittannië vinden er telefoonnummers die ze kosteloos kunnen bellen voor meer info.
Want je gebit – toch een soort visitekaartje – toevertrouwen aan een compleet onbekende buitenlandse arts, is een grote stap. Om nog maar te zwijgen van andere gevaren die zich in de verbeelding van de potentiële tandartstoerist, thuis achter de computer, mogelijk in Hongarije schuilhouden.
‘Het was geen goed idee om net voor vertrek naar Hostel, een horrorfilm over een pension in Bratislava, te gaan kijken’, lacht de zongebruinde Amerikaanse veertiger Brat Arnst. ‘Uit angst heb ik een vriend helemaal hierheen gesleept. Maar die kon al gauw naar huis.’
Een jaar nadat Arnst in USA Today een artikel las over een vrouw die in Mosonmagyaróvár implantaten had laten plaatsen, heeft hij zelf drie Hongaarse implantaten en zes kronen in zijn mond. ‘In de Verenigde Staten zou deze behandeling me 20 duizend dollar hebben gekost, hier maar vijfduizend. Bovendien heb ik tussen de behandelingen door drie maanden rondgetrokken: ik heb Wenen, Praag, München, Parijs, Madrid, Rome en Athene bezocht. I love Europe, man. En nog heb ik geld uitgespaard!’
Net als de meeste tandartstoeristen in Mosonmagyaróvár wílde Arnst de torenhoge prijzen in zijn thuisland niet betalen. Anderen, zoals Marian Smit, komen noodgedwongen. ‘In Nederland zou ik me deze behandeling helemaal niet kunnen veroorloven’, zegt ze. ‘Als ik héél zuinig leef, dan kan ik ongeveer duizend euro per jaar sparen.’ Voeg daarbij het geld dat haar zorgverzekeraar haar terugbetaalt, en Smit had net genoeg om nog dit jaar de bovenste helft van haar gebit in Hongarije te laten opknappen.
Volgend jaar volgt waarschijnlijk de onderkant. ‘Mijn spaargeld gaat eraan, maar dat vind ik niet erg. Ik ben gewoon blij dat ik nog wat aan mijn geruïneerde gebit kan laten doen. Mijn zelfvertrouwen krijgt hier een flinke boost van.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.