De kokkelvisserij heeft op de Wadden geleid tot minder kanoetsteltlopers en niet de teruggang aan fosfaten en algen is daarvoor verantwoordelijk....
De populatie van de kanoeten, karakteristieke steltlopende wadvogels, is met een kwart afgenomen tussen 1999 en 2004, tot 250 duizend vogels. Deze lokale afname kan de achteruitgang van de hele Europese populatie verklaren.
In wetenschappelijke kring werd al langer twijfel uitgesproken over de verminderde fosfaatvracht van de rivieren in de Waddenzee als de hoofdoorzaak voor de achteruitgang van de vogels, die op kokkels zijn aangewezen. De kokkels voeden zich met algen, die op hun beurt fosfaten eten.
De mariene ecologen Van Gils en dr. Theunis Piersma van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee hebben hun bevindingen dinsdag gepubliseerd in het Amerikaanse online wetenschapsblad PLos Biology. Tot begin 2005 werd in de Waddenzee gevist op kokkels. De betrokken vissers werden toen uitgekocht.
Op beviste wadplaten bleven kleine, magere kokkels over. Om toch genoeg binnen te krijgen moesten de kanoeten veel harder werken om dezelfde hoeveelheid kokkelvlees binnen te krijgen. Dat vereist een grote maag. De kanoeten met een kleine maag legden het loodje.
Op de ongestoorde platen nam het aantal kleine kokkels met 2,6 procent toe, terwijl de kwaliteit stabiel bleef.
Jonge kokkels hechten zich gemakkelijker in stevig sediment dan in grof zand. Door de mechanische kokkelvisserij wordt de bovenste bodemlaag omgewoeld. Alle organismen die groter zijn dan 19 millimeter worden daarbij verwijderd. Dat leidt tot steeds grover sediment.
Uit het onderzoek blijkt dat het foerageergebied dat ongeschikt is voor kanoeten tussen 1988 en 2002 is toegenomen van 66 procent naar 87 procent.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.