Menselijke schedels in het Nederlandsch Historisch Natuurwetenschappelijk Museum Boerhaave in Leiden.
Menselijke schedels in het Nederlandsch Historisch Natuurwetenschappelijk Museum Boerhaave in Leiden. © ANP

'Prikkels in wetenschap net zo pervers als bij de banken'

Onderzoekers worden veel te veel opgejaagd om resultaten te publiceren. Onder biotechnologen is het een vuistregel dat de helft van al het gepubliceerde onderzoek niet repliceerbaar is, en sommige Chinese onderzoekers krijgen zelfs geldbonussen uitgekeerd wanneer ze een Engelstalig toptijdschrift halen. Prikkels in de wetenschap zijn net zo pervers als bij banken.

Dat zegt Frank Miedema, decaan van het UMC Utrecht, in een interview met de Volkskrant vandaag. Het is zeldzaam dat een universiteitsbestuurder zich in zulke felle bewoordingen uitlaat over het functioneren van het wetenschappelijk bedrijf. Met gelijkgestemden startte Miedema de beweging Science in Transition, die een ommekeer wil teweegbrengen.

De verleiding om ook een flutpromotie goed te keuren omdat het onderwijsinstituut anders 90 duizend euro misloopt, is te groot, vindt Miedema. 'De overheid betaalt de universiteit per afgestudeerde en per promotie. Het is sturing op kwantiteit, niet op kwaliteit. Ditzelfde gebeurt bij de wetenschappelijke tijdschriften. Onderzoekers moeten zo vaak mogelijk publiceren in toonaangevende tijdschriften; de inkomsten van de onderzoeksgroep en het eigen carrièresucces zijn daar direct van afhankelijk.' Ook bij publicaties in gerenommeerde bladen als Science en Nature gaat het mis, volgens Miedema. De peer review, waarbij vakgenoten een studie keuren vóór publicatie, schiet ook bij die bladen te kort. 'Met een studie van matige kwaliteit kun je Science of Nature halen, zolang het maar een spectaculaire claim is over een onderwerp dat in de mode is.'

Nederige houding media
Miedema hekelt ook de nederige houding van de media ten opzichte van wetenschap. Volgens hem worden wetenschappers te weinig kritisch ondervraagd. 'Wetenschappers zijn net mensen: ze hebben zuivere motieven, maar ook minder zuivere motieven. Een onderzoeker die in het Journaal pleit voor de invoering van een vaccin doet dat vast omdat hij denkt dat dit goed is voor de volksgezondheid. Maar zijn eigen carrière speelt op de achtergrond ook mee. Want dit is 'mijn vaccin waar ik jarenlang aan heb gewerkt en ik wil nu eindelijk thuis tegen mijn partner kunnen zeggen dat al die avonden in het lab niet voor niets waren'. In de zakenwereld of in de politiek snapt iedereen dondersgoed dat dergelijke motieven zwaar meewegen, maar op de een of andere manier geloven we dat wetenschappers er immuun voor zouden zijn. Het is de hoogste tijd om die mythe door te prikken.'

De decaan pleit met zijn initiatief voor 'minder sturen op kwantiteit en meer op kwaliteit'. 'Dat klinkt als loos managersjargon, maar bij het UMC Utrecht maken we hier serieus werk van. Als wij aanvoelen dat een van onze onderzoekers tien jaar nodig heeft omdat hij dan misschien wel iets echts belangrijks gaat ontdekken, dan geven we hem tien jaar. Is zo'n oordeel subjectief? Ja, dat is inderdaad heel subjectief. Maar het werkt een stuk beter dan iemand opjagen om vooral snel resultaten te publiceren, waardoor hij zich ook nog eens alleen aan onderzoek zal wagen waarvan hij direct resultaten verwacht.'

Vandaag in de Volkskrant: 'Matthijs van Nieuwkerk noemt iemand als Robbert Dijkgraaf zelfs professor. Compleet uit de tijd, ik erger me daar kapot aan.' En ook in de Volkskrant: hoe hoogleraren bijbanen aan het stapelen zijn.