Archieffoto
Archieffoto © THINKSTOCK

'Spapperen' met nationale Taaltest voor jongeren

Aangespoord door het grote succes van de Taaltest hebben Gentse onderzoekers een Taaltest Junior ontwikkeld. Het online woordspel moet inzicht geven in de woordenschat van Nederlandstalige kinderen.

Woord na woord verschijnt op het beeldscherm. Bushalte. Hergelen. Spapperen. Ik. Chimpansee. Hers. Bestaande woorden wisselen onzinwoorden af die op Nederlandse lijken. Ken je dit woord, vraagt het programma aan de speler. Ja? Of nee? Graag eerlijk antwoord geven en niet gokken om slimmer te lijken.

Proefpersonen die gokken, zeggen doorgaans juist niet-bestaande woorden wel te kennen. Dat levert foute antwoorden op waarmee ze hun score verlagen. De beurt in dit computerspelletje is aan Nederlandstalige kinderen tot een jaar of veertien. Aan kinderen die zelf nog niet vlot kunnen lezen, kunnen volwassenen de woordjes voorlezen.

Woorden leren
Deze Taaltest Junior (j-woordentest.ugent.be) is een taalkundig en psycholinguïstisch onderzoek. Als tien- tot twintigduizend kinderen een lijstje met honderd woorden beoordelen, kunnen Gentse onderzoekers aan de reacties zien welke woorden Nederlandstalige kinderen kennen en op welke leeftijd ze die hebben geleerd.

De Taaltest Junior is een afgeleide van de 'volwassen' test die de basis vormt van het Groot Nationaal Onderzoek (GNO) naar de Nederlandse woordenschat. Die test is ontwikkeld door Marc Brysbaert, Emmanuel Keuleers en Pawel Mandera , psychologen en psycholinguïsten aan de Universiteit Gent. 

Volwassen versie groot succes
Het GNO maakt gebruik van precies zo'n computerspelletje met lijstjes van honderd testwoorden, maar deze test is gemaakt voor iedereen die Nederlands kent. De GNO-lijstjes worden willekeurig geprikt uit een bestand van 75 duizend testwoorden. De grote woordenschat-test ging op 16 maart online. Streven van de Gentse onderzoekers was om in november 100 duizend ingevulde lijstjes te kunnen oogsten. De test bleek echter een doorslaand succes: al op de dag van lancering kregen de onderzoekers de benodigde 100 duizend ingevulde lijstjes retour.

Emmanuel Keuleers: 'We waren zelfs bang dat de ontvangende computers de enorme toeloop niet aan zouden kunnen, maar gelukkig bleek het programma toch bestand tegen zoveel reacties.' Het spelletje is populair. Respondenten zien de test als een wedstrijdje woordkennis en proberen elkaar af te troeven met hoge scores. Gevolg is dat de onderzoekers inmiddels tegen de 500 duizend ingevulde lijstjes hebben ontvangen.

Dat betekent bijna vijftig miljoen antwoorden, die de onderzoekers nog moeten uitpluizen op betrouwbaarheid. Eerste conclusies: er is een lijst ontstaan van de 20 duizend woorden die bijna alle Nederlandstaligen zeggen te kennen. Iets meer vrouwen dan mannen hebben lijstjes ingevuld. En aan de antwoordtijden is te zien of testpersonen er een woordenboek bij hebben gehaald.

Bestaande niet-bestaande woorden
Sommige GNO-deelnemers zijn zo fanatiek dat ze de Gentenaren bestoken met e-mails. Briefschrijvers mogen de onderzoekers graag op de vingers tikken, bijvoorbeeld over woorden die zijn geclassificeerd als niet-bestaand omdat de computer ze heeft verzonnen, maar die regionaal wel degelijk blijken voor te komen. Keuleers: 'Zo blijkt 'tuppen' een spelletje, en is 'roeg' Gronings voor 'ruig'.'

Het GNO bracht onderwijsgevenden op het idee de onderzoekers te vragen om een soortgelijke woordentest, maar dan voor kinderen, voor gebruik in het onderwijs. Die vraag komt de Gentenaren goed uit: ze weten geen efficiëntere manier om de verwerving van de woordenschat door kinderen te onderzoeken. Keuleers: 'Voor de Taaltest Junior gebruiken we de 20 duizend best gekende woorden. Bovendien: die basiswoordenlijst is te gebruiken voor het onderwijs van Nederlands als tweede taal aan volwassenen. Dit zijn de woorden waarvan nu is bewezen dat moedertaalsprekers ze daadwerkelijk gebruiken.'

Kinderwoorden
En door de antwoorden van de kinderen te vergelijken met die van volwassenen die Nederlands leren,  is te zien welke woorden vooral voorkomen in een kindercontext. Zo kennen kinderen woorden die te maken hebben met spelletjes en speelgoed die tweede-taalleerders nooit zullen leren.

Ook de onderzoeksresultaten van de Taaltest Junior worden verwacht in november. Beide tests blijven daarna overigens nog online via woordentest.ugent.be. De onderzoekers hopen zo het verloop van de woordenschat ook in de toekomst te kunnen bestuderen.

De taaltest verschijnt morgen online.