Op een tafel in de 19de-eeuwse Artis Bibliotheek ligt een grote, scherp getekende prent van een vogel op een stukje gras.
Met ‘een echte Nozeman’ doelt Verhoeven op Cornelius Nozeman (1721-1786), remonstrants predikant, naturalist en auteur van Nederlandsche vogelen; volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven, een vijfdelig boekwerk met vijftig ingekleurde kopergravures van Christiaan Sepp & zoon, dat in 1829 werd voltooid.
Zijn naam zweeft samen met die van Buffon en andere historische beroemdheden boven de Iconographia Zoologica, een unieke papieren databank van ruim tachtigduizend afbeeldingen van gewervelde en ongewervelde dieren, die wordt beheerd door de Artis Bibliotheek, onderdeel van de Bijzondere Collecties van de UvA.
Sinds kort is Bijzondere Collecties bezig met een arbeidsintensieve klus: het stapsgewijs digitaliseren van de collectie dierenillustraties, in omvang de tweede in de wereld. Het begin van de eerste fase, de digitalisering van zo’n twintigduizend afbeeldingen van zoogdieren en vogels, waarvoor het Universiteitsfonds van de UvA 200 duizend euro doneerde, werd afgelopen donderdag officieel ingeluid. Dat gebeurde met de presentatie van Vogels kijken, het nieuwe boek van Kester Freriks, waarin 600 afbeeldingen uit de Iconographia Zoologica zijn opgenomen.
Hoofdconservator Verhoeven zocht en vond aansluiting bij het nationale digitaliseringsprogramma Het Geheugen van Nederland om de collectie dierenprenten van de Artis Bibliotheek voor een breed publiek te ontsluiten. Een minstens zo belangrijke doelgroep is die van de biologen en zoölogen, kunsthistorici en boekwetenschappers, zegt hij. De collectie is namelijk niet alleen interessant vanwege haar natuurhistorische aspecten, er zijn ook allerlei illustratietechnieken in terug te vinden. Sommige afbeeldingen, zoals die van Aart Schouman (1710-1792) en Anna Merian (1647-1717), worden beschouwd als kunst.
‘We willen de verzameling zo digitaliseren, dat we er ook allerlei metadata aan kunnen hangen’, zegt Piet Verkruijsse (1943), conservator van de Artis Bibliotheek. ‘Latijnse namen, Nederlandse namen, herkomst. De achterkant van de afbeeldingen doen we er ook bij. Ook als er niks op staat. Dan zie je toch hoe ze eruitzien.’
Hoe uniek is de Iconographia Zoologica? De basis voor de collectie werd gelegd door prof. Th.G. van Lidth de Jeude (1788-1863), directeur van de Veeartsenijschool in Utrecht. Deze hooggeleerde knipte liever 18de-eeuwse encyclopedieën aan stukken dan dat hij college gaf. In 1866 kwam zijn verzameling in handen van Robert T. Maitland, die de collectie samen met eigen materiaal in 1881 verkocht aan Natura Artis Magistra.
Het was een typisch 19de-eeuwse, darwineske verzamelwoede die de collectie, met veel 18de-eeuws materiaal en bijzondere prenten van uitgestorven dieren, tot een unicum maakte. Maitland bracht in zijn verzameling een systematische ordening aan. Hij plakte zijn afbeeldingen op gelijke vellen papier en deed ze in eikenhouten kistjes, die de vorm van een dikke boekband hadden. Nu worden ze bewaard in zuurvrije dozen. Begin volgend jaar staan er twintigduizend prenten van zoogdieren en vogels op een server. Dan volgen de vissen, reptielen en amfibieën. En ten slotte de ongewervelden. Als er tenminste geld voor is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.