*

 

Duizelingwekkende uitdagingen tot denken

Hans Achterhuis − 06/02/09, 00:00

Er is durf nodig om in ons taalgebied een nieuwe geschiedenis van de wijsbegeerte te schrijven. Je moet dan immers concurreren met vijftig jaar oude vertaalde overzichtswerken van Störig en Russell die nog steeds bestsellers zijn....

Dat geldt gelukkig minder voor een nieuw groot overzichtswerk, De rivier van Herakleitos. Het is dan ook door twee auteurs geschreven, beiden uit Gent afkomstig. De oudgediende Etienne Vermeersch werd onlangs tot ‘meest invloedrijke intellectueel van Vlaanderen’ verkozen, de tot een volgende generatie behorende Johan Braeckman verdiende vooral zijn sporen met een schitterende studie over Darwin en de evolutietheorie. In deze ‘eigenzinnige visie op de wijsbegeerte’ werden zij bovendien nog bijgestaan door hun collega’s Freddy Mortier en Tim De Mey.

Belangrijke delen van De rivier van Herakleitos zijn aan de geschiedenis van de wetenschappen gewijd. Enerzijds nemen in de loop van de geschiedenis de wetenschappen grote delen van de aanvankelijke wijsgerige vraagstellingen over. Anderzijds leidt de ontwikkeling van de wetenschappen tot nieuwe vraagstellingen die de wijsbegeerte op haar bordje krijgt.

De eigenzinnige benadering van de auteurs pakt over het algemeen goed uit, en maakt het werk tot een aanwinst voor de Nederlandstalige historische inleidingen in de wijsbegeerte. De nadruk op rationaliteit en argumentatie levert heldere en nuchtere commentaren op bij de besproken filosofen. Zoals dat een filosofisch boek betaamt, stimuleren ze de lezer tot mee- maar ook tegendenken.

Dat eerste geldt ook voor de besprekingen van de wetenschappelijke ontwikkelingen, al doen sommige ervan de lezer soms duizelen. Met name de ontwikkelingen in de logica en de wiskunde hadden voor een goed begrip wel wat uitvoeriger mogen worden uitgelegd.

Maar misschien ging het de auteurs er vooral om te laten zien welke tekortkomingen ons voorstellingsvermogen en onze zintuigen aankleven. Zonder inzicht in deze beperkingen is inderdaad de inzet van veel 20ste eeuwse filosofie niet te begrijpen.

Vermeldenswaard ten slotte is dat de nadruk op wetenschap en techniek, gekoppeld aan de wijsgerige specialismen van Vermeersch en Braeckman, in het slothoofdstuk geleid hebben tot verrassend brede inleidingen in de milieu- en dierenrechtenfilosofie en de bio-ethiek. Door in deze nieuwe vakgebieden tot een eigen stellingname te komen, steken de auteurs hun nek uit. Dat doen ze bewust. Uitdrukkelijk roepen ze tegenstanders op om hen met argumenten te bestrijden.

Deze nadruk op en openheid voor rationele argumentatie is ongetwijfeld het meest belangrijke en waardevolle kenmerk dat dit hele overzichtswerk doortrekt.Hans Achterhuis

mailIcon print |