*

 

Maarten Keulemans: Heeft God aambeien?

Maarten Keulemans − 17/02/09, 12:41

De mens, zei columnist Maarten Keulemans maandag in het KennisCafé in De Balie, is zo imperfect dat er hele volksstammen maar niet begrijpen hoe evolutie werkt....

Keulemans: ‘Geachte mede-apen, als God de mens echt naar Zijn evenbeeld heeft geschapen, dan benijd ik Hem niet. Het Opperwezen heeft dan kans op rugklachten, aambeien, spataderen, versleten knieën en verstopte sinussen omdat Hij zo nodig op twee benen moet lopen in plaats van op vier. God heeft dan een brein dat overgevoelig is voor verslaving, een neus die tot de slechtst ruikende neuzen behoort van het dierenrijk en ogen die snel bijziend worden omdat het eigenlijk de aangepaste ogen zijn van een nachtdier.

Zo volmaakt is de mens namelijk niet. We hebben een idioot groot hoofd, een raar bekken en een gek kaal vel. Vrouwen hebben onhandige borsten die vooral in de weg zitten en mannen hebben behalve een ingewikkeld brein ook een onnodig ingewikkelde, foutgevoelige piemel. We zijn de enige aap die naar de kapper moet omdat ons haar permanent blijft groeien en naar de tandarts omdat we permanent chirurgisch onderhoud behoeven aan ons gebit. En is het niet wrang dat we de hele dag door van alles moeten opschrijven omdat we niet eens een telefoonnummer kunnen onthouden? We hadden van toch zo’n geweldig brein?

De evolutie heeft ons nog een ongemak meegegeven, beste apen. Misschien wel het grootste ongemak van allemaal. Namelijk: het ontkennen van de evolutie. Het is raar maar waar: de evolutie heeft ervoor gezorgd dat de evolutieleer er bij onze diersoort gewoonweg niet in gaat.

Dat zit zo. Om de evolutieleer te kunnen bedenken en te kunnen snappen, moet je hersenen hebben zoals die van ons: een uitgebreid brein dat is geïnfecteerd door taal. En hoe kom je aan zo’n superbrein? De meningen zijn een beetje verdeeld, maar vast staat dat je er een sociaal wezen voor moet zijn. Sociaal levende groepsdieren hebben immers een veel groter en slimmer brein dan solisten.

En daar wringt de schoen. Want sociaal zijn we. Ongelooflijk, wat zijn we sociaal. Ook dat zie je direct aan ons lijf: zo hebben we schijnwerperogen met veel oogwit zodat je precies kunt zien wie naar wie kijkt, en – inderdaad – een brein met allemaal handige plug-ins om gezichten te herkennen, gedachten te raden en invoelend te zijn met anderen.

Zó sociaal zijn we, dat we zelfs andere aapjes herkennen die er helemaal niet zijn. We herkennen gezichten in de wolken en horen stemmen in de ruis op de radio. We zijn, letterlijk, een beetje schizofreen.

Dáárom kunnen we weinig anders dan in goden en geesten geloven. Ons hypersociale brein ziet ze overal om ons heen. Kijk, de sterren proberen ons iets te vertellen! De bomen kijken ons aan! Ja, zelfs het niets kijkt mee over je schouder, want God is overal. We wanen ons voortdurend in een troep met aapjes – ook als we helemaal alleen zijn.

Tja beste apen, kom dan maar eens aan met Darwins inzicht dat de natuur géén eigen wil of bedoeling heeft. Van een schizofrene aap kun je daarvoor helemaal geen begrip verwachten. Het geloof in een bezielde natuur zit ons ingebakken.

Vandaar dat er altijd mensen zullen zijn die de evolutie ontkennen. Lieden die het vertikken zich open te stellen voor wat toch zonneklaar is. Om gek van te worden, apen en apinnen. Eindelijk hebben we het punt bereikt dat we kunnen nadenken over de evolutie – blijkt diezelfde evolutie ervoor te hebben gezorgd dat we dat helemaal niet kúnnen.

Een foutje in het ontwerp, beste apen. Wij zijn de evolutie-ontkennende aap. De Homo creationisticus.

mailIcon print |