*

 

'Oervrouw trok erop uit, man bleef meestal bij eigen groep'

Ben van Raaij − 03/06/11, 04:33
Schedel van de aapmens Paranthropus robustus, Swartkransgrot, Zuid-Afrika. © NATURE

Mannen die levenslang bij moeders pappot blijven hangen en vrouwen die al jong de wijde wereld intrekken om zich bij nieuwe groepen aan te sluiten. Zagen de verhoudingen tussen de seksen er in de vroege evolutie van de mens zo uit? Volgens sommige paleo-antropologen is dat niet uitgesloten.

Dat blijkt uit een artikel over landschapsgebruik bij vroege hominiden (mensachtigen) dat deze week verscheen in Nature. Het werd geschreven door een internationale groep  onderzoekers van onder meer het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig.

Van vroege hominiden zijn vaak alleen wat fossiele resten bekend. Dat maakt het lastig iets te zeggen over hun levenswijze of actieradius. De onderzoekers gebruiken daarom een geochemische methode: analyse van strontiumisotopen in tandemail.

Unieke verhouding

Strontium is een element in gesteenten en bodems dat door plant en dier wordt geabsorbeerd met de voeding. Elk bodemtype heeft een unieke verhouding van strontiumisotopen, wat een stabiele aanwijzing  oplevert  voor de ondergrond waarop een dier leefde toen het zijn tanden kreeg. Het laat ook zien of een dier tijdens zijn leven is gemigreerd.

De onderzoekers analyseerden fossiele kiezen van twee soorten aapmensen, Australopithecus africanus (acht individuen) en Paranthropus robustus (elf stuks). De 2,4 tot 1,7 miljoen jaar oude kiezen zijn gevonden bij de grotten van Sterkfontein en Swartkrans in Zuid-Afrika.

Kiezen

De analyse suggereert dat bij beide soorten de meeste individuen met de grote kiezen, vermoedelijk mannen, zich gevoed hebben in de directe nabijheid van de grotten. Terwijl de meerderheid van de individuen met de kleine kiezen en vermoedelijk vrouwen, elders is opgegroeid.

Dit alles dus op basis van de aanname dat grote kiezen van grote individuen en dus van mannen zijn, en kleine kiezen van kleine individuen en dus van vrouwen. Dat is een reële aanname menen de auteurs, gezien het verschil in uiterlijk tussen de geslachten bij de soorten.

Wegtrekken

Hoofdauteur Sandi Copeland (universiteit van Colorado, Boulder): 'Dit is de eerste directe glimp van de geografische mobiliteit van vroege hominiden. En het lijkt erop dat de vrouwen bij voorkeur wegtrokken van  de groep waaruit ze stammen.'

Een fenomeen dat ook bij chimpansees en veel menselijke culturen wordt gezien, maar níet bij gorilla's en de meeste andere primaten. Daar hebben mannen een harem en moeten hun jonge concurrenten weg.

Tim White, hominidenexpert aan de universiteit van Berkeley, is sceptisch: 'Isotopenanalyse is een geweldige techniek, maar die conclusies zijn volslagen speculatief:  je kunt op basis van een klein aantal deels kapotte kiezen echt niet zeggen of het om mannen of vrouwen gaat. Dat geven de auteurs ook wel toe. Voor zulke grote conclusies zijn meer monsters  en  is meer onderzoek nodig.'
mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />