Ze staan voor de verloedering van de planeet, de tonnen plastic troep die in de wereldzeeën ronddrijven, maar de wetenschap heeft er nog niet echt greep op. Amerikaanse onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat de geschatte hoeveelheid drijfplastic in het westen van de Atlantische Oceaan al een kwarteeuw niet is toegenomen. Terwijl de productie van plastics in die tijd is vervijfvoudigd.
Dit schrijven Kara Lavender Law en collega’s vrijdag in het blad Science. De onderzoekers van het zee-instituut in Woods Hole bekeken de uitkomsten van planktonmetingen in oppervlaktewater met netten in de periode van 1986 tot 2008, gedaan door studenten. Behalve algen worden daarbij ook stukjes plastic opgepikt, variërend van centimeters tot minder dan een millimeter. Tellingen leiden tot een schatting van de hoeveelheden plastic in de oceaan. Door zeestromingen verzamelt het materiaal zich in een gebied halverwege de Bahama’s en de Canarische Eilanden.
Daar worden in steekproeven tot meer dan 100 duizend stukjes plastic per vierkante kilometer zee opgevist, in een gebied zo groot als IJsland, met uitschieters tot 500 duizend stukken per vierkante kilometer. In de Amerikaanse kustgebieden zijn de concentraties het laagst.
Eerdere studies gaven aan dat de hoeveelheden plastic op zee sinds de jaren zestig aantoonbaar toenamen. Maar het tij lijkt gekeerd. De metingen geven volgens Law en collega’s geen aanwijzing dat de hoeveelheden plastic in het oceaanwater sinds 1986 significant zijn toegenomen.
Dat wijst op een evenwicht met invloeden die plastic afvoeren uit het oppervlaktewater, want de wereldproductie is in dezelfde tijdspanne verveelvoudigd. Een deel daarvan zal, een verbod op het dumpen van plastics op zee ten spijt, onherroepelijk in de oceanen terechtkomen.
Vooralsnog is het echter een raadsel waarom dat in de verzamelgebieden op zee niet te zien is. Stromingen voeren het materiaal niet meer af dan anders, dat zeedieren meer opvreten lijkt onwaarschijnlijk, en op de stranden in de Cariben spoelt niet echt veel meer aan dan decennia geleden. Mogelijk, stellen Law en haar collega’s, ligt de vermeende stabilisatie aan de manier van meten.
Afbraak tot microscopisch kleine stukjes die niet meer te meten zijn met algennetten, is een mogelijke verklaring. In dat geval is het plastic niet weg, maar wordt het alleen niet meer opgepikt in de gangbare sleepnetten van de onderzoekers.
Een andere mogelijkheid is dat het plastic zinkt doordat het zwaarder wordt zodra zich er algen en biofilms op afzetten. Ook in dat geval hebben de sleepnetten van de onderzoekers er geen greep meer op.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.